Hoe is het wegdek?


Tot en met de Alpen is het wegdek meestal goed. Daarna, in de Povlakte en vooral in Midden-Italië zijn de wegen helaas vaak schandalig slecht: barsten, grote gaten en hobbelig asfalt. Vooral in afdalingen is daardoor grote voorzichtigheid geboden, vooral als door de schaduw van bomen de beschadigingen van het asfalt slecht te zien zijn. Hou je niet van slechte wegen fietsen, beperk de tocht dan tot Verona, Gardameer of Venetië.

 

rome wegdekOnverharde wegen
In deel 1 (door Nederland en Duitsland) gaat de route voor zo’n 20% over onverharde wegen. Juist deze stukken zijn vaak erg mooi, omdat ze door natuurgebieden of langs leuke riviertjes gaan. Met een randonneur, hybride of mountainbike is een en ander prima te doen. In Nederland gaat het dan meestal om schelpenpaden; in Duitsland om steenslag (sommigen noemen het gravel of grind).
In deel 2 en 3 (door Oostenrijk en Italië) is vrijwel de hele route verhard. In de Toscane-route zitten een paar km heel slechte onverharde weg, maar dat is nodig omdat je anders op een vreselijk drukke weg zou moeten fietsen.

Asfalt alternatieven
Voor het langste onverharde stuk in de route (60 km – van de Duitse grens tot bij Düren) is een alternatieve asfaltroute beschreven. Daarnaast is in de kaartjes soms een asfaltvariant ingetekend als dat ook zonder routebeschrijving makkelijk te volgen is. Deze asfaltvarianten zijn vaak wel minder mooi en wat drukker.

Nog minder onverharde wegen: GPS tracks voor racefietsers
Wil je onverharde wegen echt zoveel mogelijk vermijden, download dan de speciaal voor de racefiets gemaakte GPS tracks (zie GPS-pagina). Deze tracks gebruiken niet alleen de genoemde asfaltroutes en asfaltvarianten, maar vermijden waar mogelijk ook de onverharde stukken waarvoor geen asfaltvariant ingetekend is op de kaartjes. Let op: niet alle onverharde wegen zijn vervangen. Soms is er gewoon geen veilig asfalt-alternatief voorhanden, zoals langs de Neckar, voor Garmisch-Partenkrichen (beide deel 1) en aan het eind van de Toscane-route.