|
|

|
|
|
|
|
|
|
|
Kun je de route ook andersom fietsen?
Ja, dat kan heel goed. De hele route is in beide richtingen beschreven.
|
 |
Is de route zwaar?
Steile hellingen zijn zoveel mogelijk vermeden: u fietst vaak langs beek- en rivierdalen. Vergeleken met andere internationale fietsroutes is deel 1 (van Amsterdam tot aan de voet van de Alpen) licht te noemen; deel 2 en 3 zijn aanmerkelijk zwaarder, maar bij de zwaarste hellingen is in een aantal gevallen hulp van trein of bus mogelijk. Bovendien behoren de klimpartijen over Alpen en Apennijnen zowel qua belevenis als qua natuur tot de absolute hoogtepunten van de route.
|
|
Deel 1
In deel 1 is de Schwäbische Alb in Zuid-Duitsland de enige klim van betekenis: 400 m hoogteverschil, waarvan 100 m als vals plat en de rest 4-7%. Desgewenst kan de fiets hier mee in de trein tussen Tübingen naar Sigmaringen. Vanuit de andere richting is het hoogteverschil kleiner, terwijl de klim na een eerste km 9% verder uit vals plat bestaat.
|
 |
Deel 2
In deel 2 zitten twee Alpenpassen (Arlbergpas en Reschenpas) en één in de Apennijnen (Passo della Raticosa).
De Arlbergpas is de zwaarste pas: 1793 m, hoogteverschil 750 m, hellingen van 7-10%.
U kunt hier de trein nemen tussen Langen am Arlberg en St. Anton als u alleen het echt steile stuk wilt vermijden. Wilt u ook de minder steile aanloop (meestal 3-6%) naar de pas overslaan dan moet u al in Bludenz instappen (of vanuit de andere richting komend in Landeck).
De Reschenpas is veel lichter: 1520 m, 430 m hoogteverschil, 7%.
Van mei tot oktober rijdt hier 3 keer per dag de Huckepack, een bus met aanhangwagen voor fietsen, naar Nauders. Vanaf hier is de pas niet steil meer. De bus vertrekt al in Landeck, maar u kunt ook nog instappen in Pfunds. Daar begint de weg pas te klimmen Wie de Reschenpas vanuit de andere richting benadert heeft het zwaarder: hoogteverschil 550 m, 5-10% met korte stukjes 14-18% (en veel rustbankjes). Op dinsdag- en donderdagmorgen kan de Vinschgau Bike Shuttle u en uw fiets voor 8 euro met een busje omhoog brengen tot de Reschensee (uiterlijk tot 18 uur de dag tevoren reserveren onder tel. nr. 339-6156061) Op andere dagen lijkt het tegen meerprijs ook mogelijk te zijn. Zo niet, dan kan, voorzover er plaats is en de chauffeur meewerkt, uw fiets mee in de bagageruimte van de gewone lijnbussen vanuit Mals. Een laatste uitwijkmogelijkheid is de hoofdweg. Die is weliswaar niet steil, maar wel druk.
De prachtige Passo della Raticosa in de Apennijnen is weer zwaarder: 968 m, 680 m hoogteverschil, vanuit het noorden twee stukken van meestal 5-8% met daartussen een lang vals plat. De tweede klim is vrij onregelmatig, met een afdaling gevolgd door 800 m 9-11%. Na de top blijft de weg nog een aantal kilometers op en neer gaan. Hierna is tot Florence nog één heuvel te overwinnen (300 m hoogteverschil, 8 km 2-5%). Vanuit het zuiden is de helling 5-11% en heel even 13%. Wie in Florence begint valt deze klim vaak rauw op het dak, te meer daar men nog niet gewend is aan het warmere weer.
Tussen Bologna en Florence kan de fiets ca. 6 keer per dag mee in de trein, maar op die manier ziet u weinig van het mooie Apennijnentraject. Houdt u niet zo van klimmen, dan kunt u op weg naar Rome vanaf Ferrara beter de Lichte Route nemen (zie hieronder), met een veel lichtere Apennijnenpas en daarna minder heuvels dan in de hoofdroute.
|
 |
Deel 3
Dit deel (Florence-Rome via Siena of Assisi) is het zwaarst, omdat hier niet een enkele berg, maar vele heuvels overwonnen moeten worden, zonder dat trein of bus uitkomst kunnen bieden. Zowel fysiek als psychologisch is zo'n rit over meerdere heuvels zwaarder dan over één echte berg.
Gelukkig is er echter ook de Lichte Route, die na Ferrara de hoofdroute verlaat en via Ravenna en Assisi naar Rome gaat. U overwint hier de Apennijnen via de Válico di Montecoronato (853 m, hoogteverschil 500 m, 4-6%, vanuit het zuiden soms even 9%). Hulp van trein of bus is hier echter niet mogelijk. Deze route is niet zó betoverend als de hoofdroute, maar heeft zeker ook zijn charme en vanaf Ferrara hoeft u maar half zo veel te hoogteverschillen te overwinnen als op de hoofdroute.
|
 |
Hoe lang doe je er over?
Zeer sportieve fietsers leggen de 2155 km naar Rome binnen drie weken af. De doorsnee vakantiefietser zal echter eerder vijf weken nodig hebben. Tot welke categorie u ook hoort, het is een goed idee minstens één maal per week een rustdag te houden. Op zo'n dag kunt u bijvoorbeeld een mooie stad aan de route bekijken en kleren wassen. Vrijwel iedereen zal bovendien een paar dagen willen rondkijken op zijn of haar eindbestemming.
Naast Rome zijn Bregenz, Verona, Venetië en Florence de meest gekozen eindbestemmingen. De afstand tot Bregenz bedraagt 964 km; Amsterdam - Verona is 1453 km, Amsterdam - Venetië 1520 km en Amsterdam - Florence 1768 km.
Niemand zegt overigens dat u de hele route moet fietsen. U kunt bijvoorbeeld een stuk per trein doen (bv. door te beginnen in Roermond) of heel genoeglijk per schip over de Rijn, de Bodensee of het Gardameer varen. Ook kunt u de reis over twee of drie vakanties spreiden.
|
 |
Hoe is het wegdek?
Tot en met de Alpen is het wegdek over het algemeen goed: meestal asfalt, soms klinkers of (goed aansluitende) betonplaten. In de Povlakte en vooral daarna in Midden-Italië zijn de wegen door achterstallig onderhoud helaas vaak schandalig slecht: craquelé asfalt, barsten, grote gaten en door veelvuldig oplappen hobbelig geworden asfalt. Vooral in afdalingen is daardoor grote voorzichtigheid geboden, in het bijzonder waar door de schaduw van bomen de beschadigingen van het asfalt slecht te zien zijn. Wilt u niet op slechte wegen fietsen, beperk uw tocht dan tot Verona, Gardameer of Venetië.
In deel 1 (Nederland en Duitsland) gaat de route voor zon 20% over onverharde wegen om druk verkeer te vermijden. In Nederland gaat het dan meestal om schelpenpaden; in Duitsland om gravelwegen. Juist deze stukken zijn vaak erg mooi, omdat ze door natuurgebieden of langs leuke riviertjes gaan. Met een randonneur of hybride is een en ander prima te doen; voor de racefiets zijn er asfalt-alternatieven voor de langere onverharde gedeelten opgenomen.
In deel 2 en 3 (door Oostenrijk en Italië) is route op een paar km na geheel verhard.
|
 |
Hoe staat het met overnachten?
Kamers bij particulieren of in hotels zijn langs de hele route voldoende te vinden.
U treft ook een aantal jeugdherbergen aan, maar niet genoeg om deze als enige vorm van onderdak te kiezen.
Langs het grootste deel van de route zijn voldoende campings om elke avond te kunnen kamperen. Alleen in Italië zijn de intervallen tussen de campings wel eens zo groot dat u uw toevlucht zult moeten nemen tot een jeugdherberg of hotel.
Accomodatielijst
In de boekjes worden alle campings en jeugdherbergen langs de route vermeld, plus een flink aantal kamers in hotels en bed & breakfasts. Bij de campings is vermeld welke voorzieningen er zijn (bv. winkel, restaurant, wasmachine, wasdroger, zwembad), hoeveel beschutting er is en of de camping rustig gelegen is. In deel 1 en 3 zijn campings en kamers ingedeeld in prijsklassen: van I (zeer goedkoop) tot VI (behoorlijk prijzig). In de nieuwe druk van deel 2 (verschenen in juli 2009) worden de exacte prijzen vermeld voor 1 en voor 2 personen, maar houd er svp. wel rekening mee dat deze prijzen na verschijnen van de gids gewijzigd kunnen zijn.
Pelgrimspas Reitsma's Route naar Rome is niet opgezet als een specifieke pelgrimsroute. Onderweg treft u niet de uitgebreide traditie van overnachten in hospitia aan zoals u die wellicht kent van de fietsroute naar Santiago de Compostela.
Kloosters en dergelijke zijn over het algemeen geen instellingen waar iedere willekeurige fietser kan overnachten. Ze staan dan ook niet in de boekjes vermeld, behalve de paar kloosters die voor iedereen open staan. Degenen die zich echter als pelgrim op weg begeven kunnen - als ze lid worden van de Vereniging Pelgrimswegen - een pelgrimspas aanvragen. Daarmee openen zich vaak deuren van pastorie of klooster die voor anderen gesloten blijven.
|
 |
Kun je de route fietsen met kinderen?
De route is zo rustig mogelijk gehouden. Hele stukken zijn zelfs autovrij, of alleen toegankelijk voor autos van aanwonenden. Maar af en toe zijn een paar drukke kilometers niet te vermijden. Bovendien moeten er van tijd tot tijd drukke wegen overgestoken worden. Ook zult u de route vast wel eens willen verlaten vanwege bv. een café, camping of hotel. Wat oefening in verkeersgedrag en enig verkeersinzicht is dus wel gewenst. Dat inzicht komt meestal als kinderen een jaar of 9 zijn.
Deel 1 is het meest kindvriendelijk: bijna overal autovrij of zeer autoluw en weinig hellingen. Ook het eerste stuk van deel 2 is ook zeer autoluw: tot en met de Alpen zijn er lange stukken over fietspaden of autovrije weggetjes; daarna zijn die echter een zeldzaamheid. Deel 3 is zowel door de hellingen als het autoverkeer niet zo geschikt om met jonge kinderen te fietsen. Drukkere wegen zijn in Midden-Italië niet altijd te vermijden. Met jonge kinderen kunt u de tocht beter beperken tot Verona of Venetië.
Een paar tips voor een fietsvakantie met kinderen:
Maak de dagafstanden niet te lang, houd voldoende pauzes, maak genoeg tijd vrij voor dingen die kinderen leuk vinden en betrek ze bij het volgen van de route. Geef ze bv. een eigen fietscomputer en stimuleer ze een vakantiedagboek bij te houden. Een schat aan informatie over fietsen met kinderen vindt u in het boek ’Fietsen met Kinderen’, verkrijgbaar in de boekhandel (auteur: Theo Jorna, ISBN: 90-807005-1-7) en op www.fietsenmetkinderen.info.
|
 |
Hoe is het weer onderweg?
Gemiddeld genomen mag u het onderstaande verwachten, maar mede door de klimaatsverandering kan het weer aanzienlijk afwijken van wat we vroeger gewend waren.
Het Rijndal en de Bovenrijnvlakte onderscheiden zich door een wat zachter klimaat van de omringende heuvels; in warme zomers kan de temperatuur hier flink oplopen.
De heuvels van Baden-Württemberg hebben vaak wat frisser weer. Op de vrij hoge Schwäbische Alb (700 m) kan het vooral s avonds en s nachts behoorlijk afkoelen. De steile noordwest-flank van deze bergrug vangt duidelijk meer regen dan de langzaam aflopende zuidoostkant.
Daarna is de Bodensee weer een relatief warm gebied. Wel kan het hier, net als in het aangrenzende Oostenrijkse Vorarlberg bij westenwind soms vreselijk regenen, omdat de vochtige lucht hier de barrière van de Alpen ontmoet. Op de Arlbergpas is het dan nat en koud. Er kan zelfs sneeuw vallen, zeker buiten de periode begin mei tot eind september (zie de foto’s bij "Wat is de beste tijd om te gaan?”). Na de Arlbergpas en vooral na de Reschenpas, waar de route de hoofdkam van de Alpen overschreidt, is het weer doorgaans beter. Het Vinschgau, dat volgt op de Reschenpas, is het droogste dal in de oostelijke Alpen. In de diepe dalen die daarna volgen is het meestal zonnig en warm.
|

|
Kenmerkend voor het weer in de bergen zijn de lokale verschillen en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zon en schaduw, dal en berg. Het weer kan heel plotseling omslaan; door de bergen ziet u dat vaak niet aankomen. Luister dus altijd naar waarschuwingen van de lokale bevolking. En als u bij mooi weer een excursie begint, neem dan toch regenkleding en iets warms mee.
In de Povlakte kunnen de temperaturen zeer hoog oplopen (30-35º), waarbij het vaak drukkend aanvoelt. In de Apennijnen en het heuvelland van Toscane en Umbrië voelt de lucht prettiger aan en koelt het s nachts meer af. In Italië kunnen zich s zomers flinke onweersbuien ontwikkelen, maar over het algemeen blijven die niet lang hangen. Meestal breekt al gauw de zon weer door, zodat eventuele natgeregende spullen snel gedroogd kunnen worden.
|
 |
Wat is de beste tijd om te gaan?
Wilt u de hele route fietsen, dan is de beste tijd om te vertrekken het voorseizoen. Het naseizoen is een goede tweede mogelijkheid (hele route: eind augustus, september, Italiaanse deel: september). In deze periode is het onderweg niet al te warm, het is overal rustiger en u kunt makkelijker en goedkoper onderdak vinden. Vertrekt u vroeg in het voorseizoen dan moet u misschien enkele koude voorjaarsdagen voor lief nemen.
Wilt u alleen het Italiaanse deel doen, dan kunt u in het voorseizoen desgewenst nog wat vroeger vertrekken (half april tot half juni). In het naseizoen is dan september de beste tijd.
Wilt u alleen deel 1 fietsen, dan is eigenlijk de hele periode van begin mei tot eind september geschikt. Juli en augustus zijn daarbij de drukste maanden.
Voordeel van het voorseizoen boven het naseizoen is dat de natuur in het voorjaar volop in bloei staat en dat de dagen langer zijn. In het najaar is de natuur minder uitbundig en de dagen zijn al weer merkbaar korter. Kampeerders moeten er dan rekening mee houden dat het ‘s avonds eerder donker wordt, terwijl de nachten kouder worden en het ‘s ochtends langer duurt voordat de tent droog wordt.
Juli en augustus zijn in Italië heet. Vooral augustus wordt het in Italië zeer druk: augustus is dé vakantiemaand voor Italianen. Betaalbaar onderdak vinden kan dan moeilijk worden. Als kamperende fietser krijgt u meestal nog wel een plaatsje voor één nacht, maar in augustus staat u op campings dan wel vaak heel dicht op elkaar.
Gaat u buiten de periode mei september op stap, dan moet u rekening houden met koud weer. In de Alpen kan er in het voorjaar nog veel sneeuw liggen. In het najaar is de kans op verse sneeuw aanwezig. Zie de foto’s hieronder.
Fietst u de route andersom dan is de periode half april tot begin juni het meest geschikt. U fietst dan als het ware met het ontluikende voorjaar mee noordwaarts. In deze tijd van het jaar kunt u meestal nog niet de extra sportieve variant over de Silvrettapas fietsen. Normaliter wordt deze pas niet voor begin juni geopend.
September kan ook nog, maar houdt er rekening mee dat het gedurende de reis normaal gesproken steeds kouder zal worden: de zomer gaat voorbij èn u fietst van warme streken naar koelere.
|
|
|
 |
 |
|
De Arlbergpas in de sneeuw (26 april 2008!)
Foto’s: Hans van Kampen.
Als er langs de hoofdweg nog zoveel sneeuw ligt, zijn de weggetjes die buitenom de tunnels lopen nog niet per fiets te doen zijn, zoals op onderstaande foto’s goed te zien is.
U kunt dan beter van de route afwijken en de hoofdweg door de tunnels blijven volgen.
Ook bij de Reschenpas (1520 m) kunt u beter op de hoofdweg blijven als er nog (of in het najaar: weer) sneeuw ligt. De kans daarop is echter kleiner dan bij de hogere Arlbergpas (1793 m).
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
 |
Hoe bereid ik me voor?
Er zijn verschillende vormen van voorbereiding denkbaar. In de eerste plaats valt te denken aan het opbouwen van conditie. Daarnaast moet u misschien nog een uitrusting aanschaffen of bent u op zoek naar een reisgenoot. Tenslotte wilt u wellicht wat Italiaans voor onderweg leren.
De conditie
U hoeft geen topsporter te zijn om naar Rome te fietsen, maar een goede basisconditie is toch wel gewenst. Mocht die ontbreken, dan is het raadzaam vooraf te trainen. Dat kan door te fietsen, maar ook andere duursporten als schaatsen, zwemmen of hardlopen komen in aanmerking.
Is de conditie niet optimaal, luister dan goed naar uw lichaam. Forceer uzelf niet en fiets zeker in het begin niet te lange etappes. Op die manier kunt u langzamerhand meer conditie opbouwen. Fietst u richting Italië, dan is het begin licht en wordt de route gaandeweg zwaarder, vooral in deel 2 en 3 zwaarder. Begint u daarentegen in Venetië, Florence of Rome om van daaruit huiswaarts te fietsen, dan begint u met het zwaarste deel van de tocht.
NB: Wanneer u normaliter weinig aan sport doet is het belangrijk na de tocht af te trainen, door de inspanning geleidelijk af te bouwen. Dus maak na terugkomst ook nog wat (kleinere) dagtochten.
Als dit uw eerste fietstreis wordt, dan is het zeker aan te bevelen er eerst eens een weekje met de fiets op uit te trekken om te zien hoe dit bevalt en hoe de conditie is. Heel geschikt voor zo'n korte fietsreis zijn de Nederlandse of Vlaamse LF routes (in beide richtingen bewegwijzerd, ca. 150-250 km), het Fietserspad (574 km, van Zuid-Limburg tot het Groningse Wad) en de Vlaanderen Fietsroute (ca. 800 km, in beide richtingen bewegwijzerd, kan ingekort worden via de LF routes). Ook de ANWB heeft een aantal meerdaagse fietsroutes uitgezet: o.a. Zuiderzeeroute, Elfstedentocht, Rondje Drenthe, Rondje Achterhoek en Rondje Rivieren.
Wilt u dicht bij huis kennis maken met het fietsen in de bergen, dan zijn de Ardennen en/of de Eifel een voor de hand liggende keus. Hoog zijn de bergen hier niet, maar vier keer 250 m klimmen is zeker zo zwaar als één keer 1000 m! De Ardennen hebben als extra troef een aantal mooie grotten: Remouchamps, Hotton, Rochefort en - de bekendste - Han. Maar ook de Eifel heeft iets bijzonders: een aantal kratermeren en andere restanten van vulkanen in de Vulkaneifel: het gebied tussen Gerolstein, Daun en de Rijn.
|

|
Een uitrusting aanschaffen
Bent u helemaal nieuw in fietsvakantieland, dan is de aanschaf van een boekje met praktische adviezen over fietsvakanties misschien een goed idee. Voor advies over de voorbereiding van fietsreizen (met name buiten Europa) kunt u verder onder meer terecht bij De Vakantiefietser. In deze Amsterdamse winkel (niet te verwarren met de Belgische vereniging van dezelfde naam) kunt u ook een afspraak maken voor een consult. Zie ook de pagina met links, die u verder helpt naar buitensportzaken en goede merken fietsen.
Het is slim nieuwe uitrusting (fiets, fietstassen, kampeerspullen) geruime tijd voor de eigenlijke reis uit te proberen tijdens een weekendtochtje. Dan heeft u nog tijd om voor zaken die niet blijken te voldoen iets anders aan te schaffen.
Een nieuwe reisgenoot zoeken
U kunt proberen via internet een geschikte reisgenoot te vinden. Dit kan onder meer via de sites van de Wereldfietser en Reisgenoten.
Gaat u op pad met iemand die u nog niet zo goed kent, overweeg dan eerst samen een weekje dichtbij huis te fietsen om te zien of het klikt en om elkaar beter te leren kennen. Probeer het in elk geval vooraf op hoofdlijnen eens te worden over belangrijke zaken zoals:
dagafstanden
strakke planning, flexibele planning of helemaal geen planning
veel fietsen, veel bekijken, veel luieren of iets daar tussenin
zelf koken of uit eten gaan
overnachten op campings, in hotels of zoals het uitkomt
wat te doen bij slecht weer: doorfietsen, een dag rusten of een stuk de trein nemen
Italiaans leren
Wanneer u een beetje Italiaans geleerd heeft zult u zich makkelijker redden in Italië, waar de kennis van buitenlandse talen over het algemeen beperkt is, zeker buiten de meest toeristische gebieden. Bovendien zult u zodoende veel meer leuke contacten met de mensen kunnen hebben. Veel Volksuniversiteiten organiseren cursussen Italiaans, meestal op verschillende niveau's. Een andere mogelijkheid is een doe-het-zelf cursus, onder meer te koop bij Boekhandel Intertaal in Amsterdam.
|
 |
Welke eisen stel ik aan mijn fiets?
Een randonneur, hybride of mountainbike is niet per se nodig, maar wel het meest geschikt voor dit soort lange fietsroutes. Op de pagina met links staan links naar enkele goede merken randonneurs. Wie op de racefiets gaat, kan gebruik maken van de asfalt-alternatieven op plaatsen waar de hoofdroute langere tijd over onverharde paden gaat. Per racefiets kunt u echter minder bagage meenemen, tenzij u een aanhangwagentje gebruikt.
Minimum-eisen waaraan uw fiets in elk geval moet voldoen:
Goede staat van onderhoud.
Schijfremmen of velgremmen met goede remblokjes.
Het is absoluut onverantwoord om met een fiets met alleen trommelremmen of terugtraprem de bergen in te gaan. Dergelijke remmen kunnen bij een langere afdaling oververhit raken, waardoor ze niet meer werken. Dit geldt ook voor roller brakes.
Voldoende versnellingen (3 bladen voor en 6 of meer mogelijkheden achter, tenzij u heel sterk bent of het niet erg vindt om af en toe een paar kilometer te lopen).
Goede, liefst waterdichte, fietstassen en stevige bagagedragers.
Ortlieb, Vaudé en Karrimor Aquashield zijn voorbeelden van goede tassen. Indien u onderweg of op de terugreis de fiets meeneemt in de trein is het handig als de fietstassen snel en gemakkelijk los- en vastgemaakt kunnen worden.
Een stuurtas of een kaartenklem van Cycline is handig vanwege het kaartenvak waarin u het boekje makkelijk kunt raadplegen onder het fietsen. Stop geen zware dingen in een stuurtas: dat stuurt niet prettig.
Indien u flink wat bagage heeft (bijvoorbeeld omdat u gaat kamperen), zijn naast achtertassen ook voortassen nodig, die u laag bij de vooras aan zg. ’low-riders’ hangt.
Zie voor tips over hoe u bagage het best kunt meenemen onder "Wat neem ik mee?"
Niet per se nodig, maar wel warm aanbevolen:
Gereedschap en reserve-onderdelen: reserve binnenband, bandenplakset, goede handpomp, spaken (aan frame vastplakken), boutjes, lampjes, rem- en versnellingskabel.
Slot. (Klik hier voor een goed lichtgewicht kabelslot.)
Fietscomputer (handig bij het volgen van de route). Het liefst een model waarbij u de afgelegde dagafstand kunt veranderen, zoals bv. de Sigma 1600. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de fietscomputer om de ingestelde wielomtrek te wijzigen als u merkt dat de teller niet in de pas loopt met het boekje. 2e bidonhouder (ivm. warm weer).
Banden met anti-lek laag.
Schwalbe Marathon banden zijn heel goed; Schwalbe Marathon Plus nog beter (en duurder). De ervaring heeft geleerd dat u met een racefiets meer kans heeft op lekrijden. Neem dus meerdere binnenbanden mee, een zeer goede handpomp en/of CO2-patronen en wees voorzichtig op plekken waar het fietspad niet goed aansluit op de gewone weg: u loopt daar het risico van een zg. ’snake bite’ in uw band.
|
 |
Wat neem ik mee?
Alles wat je thuislaat is meegenomen is een bekende zegswijs onder toerfietsers. De paklijst op deze site is dan ook alleen bedoeld als hulpmiddel; u kunt uiteraard weglaten wat u niet nodig denkt te hebben.
Verdeling van het gewicht
Een goede verdeling van het gewicht over de fiets is heel belangrijk voor uw veiligheid, met name tijdens afdalingen. De linkertas moet even zwaar zijn als de rechter. Neemt u ook kampeerspullen mee, dan zijn voortassen nodig, dicht bij de naaf van het voorwiel bevestigd aan zg. low-riders. Stop 1/3 van het gewicht in de voortassen en de rest in de achtertassen en doe de zwaarste dingen onderin. Gebruik niet één grote achtertas die over de bagagedrager hangt: de bagage kan daarin naar één kant zakken.
Andere nuttige tips
Sommige fietsers dragen een katoenen t-shirt als onderste laag. Katoen wordt echter bij transpiratie heel snel nat en voelt dan koud aan. Eenmaal nat droogt het vrij langzaam en ruikt het snel onfris.
Goede buitensportzaken verkopen twee prima alternatieven voor katoen: hemden van bijzonder synthetisch materiaal of van merino wol. Beide materialen laten transpiratie veel beter door dan katoen en worden zelf minder snel nat. Synthetisch materiaal heeft als voordeel dat het zeer snel droogt na een wasbeurt.
Anders dan gewone wol kriebelt merino wol niet. Als het nat wordt door transpiratie - wat lang niet zo snel gebeurt als bij katoen - blijft het toch warm aanvoelen. Bovendien gaat het niet snel stinken. U kunt het meestal zonder bezwaar meerdere dagen dragen. Na een wasbeurt is het echter niet zo gauw droog als synthetisch materiaal. Icebreaker maakt t-shirts van merino wol in verschillende diktes, zowel met lange als korte mouw.
In plaats van een regenpak en plastic hoezen over de schoenen kunt u voor de regen ook warming-up zalf en neopreen surfsokken meenemen, te verkrijgen bij wielersportzaken resp. buitensportzaken. Als u uw benen insmeert met warming-up zalf en neopreen surfsokken draagt, wordt u weliswaar nat, maar niet koud. Er zijn fietsers die aldus gewapend in windjack, koersbroek en sandalen zelfs in de natte sneeuw over de Alpen gefietst hebben, zonder het koud te krijgen. Voor de afdaling stoppen zij een oude krant onder hun windjack.
De Finewel sporthanddoek, voor ca. 15 euro verkrijgbaar bij de betere buitensportzaak, is veel lichter en kleiner dan een gewone handdoek. Hij werkt als een zachte zeem: u kunt hem uitwringen en zelfs als hij nat is kunt u zich er nog mee afdrogen.
Een flesje babyshampoo, Sanex of Sebamed is niet alleen geschikt voor uw haar, maar ook voor uzelf, de vaat en de handwas.
Wanneer u een beetje zout over het eten strooit als het klaar is in plaats van een hele schep in het kookwater, dan is één filmbusje vol genoeg voor de hele vakantie.
Stop zaken die zouden kunnen lekken in plastic zakken. Als u perzikken, aardbeien of ander zacht fruit wilt meenemen, doe het dan in een Tupperware doosje; anders wordt uw bagage geheid een kleffe massa! Ook tubes met zalf gaan makkelijk stuk als ze in de knel komen.
Als u met zijn tweeën of een groep fietst, is het handig om elk een fluitje bij de hand te hebben. Dan kunt u daarop blazen wanneer u onverhoeds achterblijft door bv. een lekke band. Het fluitje valt beter op dan schreeuwen.
|
 |
Waar kan ik een getuigschrift halen?
Als u als pelgrim naar Rome gaat kunt u daar een testimonium halen. Dit is een oorkonde, afgegeven door een officiële instantie, waarin staat dat u de pelgrimage volbracht heeft. Om een testimonium te verkrijgen moet u als bewijs voor uw pelgrimstocht een stempelkaart kunnen overleggen. Wanneer u lid wordt van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome krijgt u van deze vereniging een pelgrimspas, die tevens als stempelkaart gebuikt kan worden. Op de pelgrimspas staat in een aantal talen dat u pelgrim bent. De lezer wordt daarbij gevraagd u zonodig te helpen.
Er zijn in Rome drie instanties die een testimonium verstrekken:
Willibrordcentrum van de Friezenkerk Van de drie mogelijkheden om een getuigschrift te halen lijkt dit de meest bijzondere. De Friezenkerk is van oudsher de kerk van de Friezen in Rome. (In de middeleeuwen noemde men in Rome alle bewoners van de Noordzeekust van Denemarken tot Duinkerken Friezen.)
Adres: Borgo Santo Spirito 21/41. De kerk ligt heel dicht bij de St. Pieter, maar helemaal verstopt achter de huizen boven aan een trap. U moet dus niet naar een kerk zoeken, maar naar een trap tussen de huizen. Als u vanaf het St. Pietersplein de Borgo Santo Spirito inloopt is de trap vrijwel onmiddelijk voorbij de zuilen van het St. Pietersplein aan de rechterkant van de straat. De officiële naam van de kerk luidt Chiesa di Santi Michele e Magno.
Openingstijden: woensdag- en zaterdagochtend 10-13, dinsdag- en vrijdagmiddag 14-17. Woensdag van 10 tot 13 uur is er tevens een rondleiding door de kerk, inclusief koffie en mogelijkheid tot ontmoeting. Als u dit van te voren aangeeft is het mogelijk de oorkonde na de zondagochtenddienst (aanvang 10 uur) publiekelijk te ontvangen. Voorafgaand aan de dienst kunt u een rondleiding door de kerk meemaken.
Opera Romana Pellegrinaggi
De Opera Romana Pellegrinaggi (ORP, website alleen in het Italiaans) is een officiële instantie van het vicariaat van Rome.
Dit kantoor is dagelijks geopend van 9.00 tot 18.00 uur, behoudens middagpauze en gesloten op zaterdag, zon- en feestdagen. Ook bij deze organisatie moet men een stempelkaart overleggen.
Adres: Ufficio di S. Pietro, Piazzo Pio XII, tel. 800-917430 (gratis nummer). Het kantoor is op het St. Pietersplein in de uiterste zuidoosthoek.
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 9-13 en 14.30-18 uur.
Het Vaticaan
Het verstrekken van oorkondes heeft geen prioritiet voor het Vaticaan en gebeurt alleen als de betreffende functionaris tijd heeft. Zie voor meer informatie de site van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome. Klik daarin achtereenvolgens op Pelgrimeren, Testimonium en Vaticaan.
|
 |
Hoe kom ik terug?
De terugreis kunt u maken met de trein, de fietsbus of het vliegtuig. Veder kunt u uw fiets laten nasturen door Soetens (een in fietsvervoer gespecialiseerd transportbedrijf) of met vrienden of familie terugreizen per auto.
Met de trein
Voor alle details en tickets: de Treinreiswinkel, tel. 071-5137008 (filiaal Leiden) en tel. 020-5244560 (filiaal Amsterdam). Het personeel van de Treinreiswinkel is zeer vriendelijk en kundig. Wilt u liever zelf de treinreis uitzoeken, dan is de site van de Deutsche Bahn (http://reiseauskunft.bahn.de) een van de beste mogelijkheden. Wanneer u op deze site het vakje "Fahrradmitnahme" aanvinkt, krijgt u alleen treinen te zien waarin de fiets mee mag. U kunat ook aangeven dat de overstaptijd bv. minstens 15 minuten moet zijn.
Om een gunstige verbinding vanuit Italië te vinden kunt u het best eerst de verbinding tot München plannen en daarna de rest; anders kunt u een reisadvies krijgen met heel veel overstappen, omdat dan de City Night Line niet als reisadvies gegeven wordt.
Wilt u de fiets meenemen in de trein dan gaat dat het best met nachttreinen. Overdag moet u veel vaker overstappen. Voor nachttreinen en InterCitys (IC's) moet u altijd reserveren.
Reist u met een nachttrein, pas dan goed op uw bagage. Nachttreinen zijn een geliefd werkterrein van dieven. Het veiligst is het zaken als geld, paspoort en camera op uw lichaam te dragen. Kan dat niet, doe dan in elk geval uw coupé van binnen op slot voor u gaat slapen en druk ook uw medepassagiers op het hart de deur weer op slot te doen als ze er ’s nachts even uit geweest zijn.
Fietsslaaptrein Livorno - Den Bosch
In het hoogseizoen rijdt er elke wekelijks een autoslaaptrein tussen Livorno naar Den Bosch: zaterdag 3 juli t/m zaterdag 14 augustus richting Nederland, vrijdag 2 juli t/m vrijdag richting Italië. Deze trein neemt ook fietsen mee. Tickets zijn verkrijgbaar bij de Treinreiswinkel en de Fietsvakantiewinkel, tel. 024-3889065.
|
 |
Vanuit Rome
Vanuit Rome Termini kunt u de City Night Line nemen naar München Hauptbahnhof en dan overdag verder reizen met IC's of overdag München een beetje bekijken en dan de City Night Line naar Amsterdam nemen.
Reist u in München overdag verder, zorg dan voor voldoende overstaptijd en houd er ook rekening mee dat u trein met vertraging zou kunnen aankomen. Reserveer dus niet voor de trein naar Stuttgart die 10 minuten na aankomst van de City Night Line uit Rome vertrekt. Twee uur later gaat er weer een! Wilt u zo min mogelijk overstappen, vraag dan om een kaartje via Rheine, een aanzienlijke omweg, maar dan hoeft u alleen maar in Stuttgart en Rheine over te stappen. Reserveer tijdig voor de City Night Line Rome-München, want er kunnen maar een beperkt aantal fietsen mee. In de overige City Night Lines is meer plaats voor fietsen.
Vanuit Florence
De City Night Line Rome-München stopt dagelijks ca. 22.00 uur in Firenze Santa Maria Nuova, het centraal station van Florence. Zie verder onder het kopje "Vanuit Rome".
Vanuit Bologna
De City Night Line Rome-München stopt dagelijks ca. 23.00 uur in Bologna Centrale. Zie verder onder het kopje "Vanuit Rome".
Vanuit Verona
De City Night Line Rome-München stopt dagelijks ca. 1.00 uur 's nachts in Verona Porta Nuova. Zie verder onder het kopje "Vanuit Rome".
Vanuit Venetië
Venetië heeft zijn eigen City Night Line naar München. Hij vertrekt ca. 23.00 uur. Twee uur later wordt hij gekoppeld aan de trein uit Rome, maar daar hoeft u niets voor te doen. Stap in op het station Venézia-Mestre, dus op het vasteland. Het beginstation Venézia Santa Lucia kunt u niet per fiets bereiken. Zie verder onder het kopje "Vanuit Rome".
Vanuit Bregenz
Fietst u alleen deel 1 dan kunt u het beste vanaf Lindau de regionale trein naar München nemen en daar de City Night Line naar Amsterdam. Lindau ligt 8 km voor Bregenz aan de route. Het scheelt u een overstap.
Wilt u profiteren van uw Railpluskaart dan kunt u ook een kaartje Bregenz-München kopen en dan terugfietsen tot Lindau. Bregenz-München is immers een internationale treinreis waarvoor u korting kunt krijgen en Lindau-München niet.
U kunt vanuit Lindau ook naar Ulm reizen en daar op de City Night Line overstappen. Dat is korter en dus goedkoper, maar München heeft het voordeel dat de City Night Line daar begint, zodat u in alle rust alles aan boord kunt brengen. Bovendien hoeft u in München bij het overstappen geen lift of trap te gebruiken. (U moet wel een flink stuk lopen!)
|
 |
Nog wat tips voor de reis per trein
Het is aan te bevelen de terugreis per trein vooraf uit te zoeken: soms is de handigste verbinding niet de standaard reisroute. Vraag in dat geval expliciet om een kaartje via de door u uitgezochte reisweg.
Vaak is een vooraf gekocht kaartje voordeliger is dan een op het laatste moment gekocht kaartje.
Bezit u één van de NS-kaarten, koop er dan voor 15 euro een Railpluskaart bij. Daarmee krijgt u 25% korting op grensoverschrijdende trienreizen. De kaart is verkrijgbaar bij de grotere stations in Nederland, of via tel. 0900-9296.
In de Duitse Intercity is reservering van een plaats voor de fiets vaak verplicht en altijd aan te bevelen. Dit moet minimaal één dag van te voren gebeuren. Reist u op het laatste moment, dan kunt u echter altijd aan het treinpersoneel vragen of er nog plaats is in het fietsrijtuig. Is er geen plaats, dan zult u met regionale treinen moeten reizen. Daarin kan de fiets bijna altijd zonder probleem mee. Dit betekent wel meer stoppen en overstappen, soms met aanzienlijke wachttijden en/of minder voor de hand liggende reisroutes.
Op het perron kunt u d.m.v. de ’Wagenstandzeiger’ zien waar het fietsrijtuig zal komen te staan. In Duitsland, Oostenrijk en Italië is op de vertrekstaten op de stations d.m.v. een fietssymbooltje aangegeven in welke treinen fietsen mee mogen. Het treinpersoneel in deze landen is meestal zeer behulpzaam.
|
 |
Met de fietsbus
In 2010 vertrekken fietsbussen naar Eindhoven, Utrecht en Amsterdam vanuit: Bolzano (halverwege deel 2) en Lago di Caldonazzo (voorbij Trento aan Venetië-route) wekelijks dinsdag 6 juli t/m dinsdag 24 augustus. Let op: 17 augustus rijdt er geen bus. Florence (eindpunt deel 2) en Tuoro zaterdag 3, 17 en 31 juli en zaterdag 14 en 28 augustus. Tuoro ligt aan het Trasimeense Meer en is goed per trein bereikbaar vanuit Rome (uitstappen in Taróntola, op ca. 8 km van Tuoro).
De fietsbussen vertrekken een dag eerder uit Nederland.
U kunt in de bus niet liggend slapen; u moet het doen met royal class stoelen, waarvan de leuning ver achterover kan. Tip: neem een opblaasbaar nekkussentje mee.
Voor meer details en tickets: Fietsvakantiewinkel, tel. 024-3889065.
|
 |
Met het vliegtuig
Vliegen is van alle vervoersvormen de schadelijkste voor milieu en klimaat. (Klik hier als u daarover meer wilt lezen). U kunt via Greenseats de schade enigszins beperken.
Veel luchtvaartmaatschappijen bieden meestal tegen meerprijs de mogelijkheid een fiets mee te nemen. U dient het vervoer van uw fiets vooraf te resereveren. Neem hiervoor contact op met het callcenter van de maatschappij waarbij u boekt. Kijk voor het actuele aanbod van goedkope vliegverbindingen op:
www.whichbudget.com/nl/ of http://reizen.clubs.nl/goedkoopvliegen.
Op http://vliegtickets-aanbieders.startpagina.nl/ vindt u ook de niet-goedkope vliegverbindingen.
Vliegvelden in de buurt van de route zijn: Innsbruck, Verona-Villafranca, Venetië-Treviso, Venetië-Marco Polo, Bologna, Florence, Rome-Fiumicino en Rome-Ciampino. Camping Tiber bij Rome laat 's ochtends twee maal een bus rijden naar deze beide vliegvelden waarin uw fiets mee kan. De ritprijs bedraagt 60 euro. Het naburige tuincentrum verkoopt plakband, karton en bubbeltjesplastic om de fiets in te pakken.
Op de site van de Vakantiefietser treft u een uitvoerige handleiding over hoe u een fiets moet verpakken voor vervoer per vliegtuig.
Meestal komt uw fiets goed aan na vervoer per vliegtuig, maar een enkele keer gaat het mis:
"In de zomer van 2007 vlogen mijn vrouw en ik met Transavia vanaf Schiphol naar Venetië en reden we via Ferrara en Verona naar huis in Rotterdam. De fietsen waren verpakt in kartonnen dozen die we ter plekke weggooiden. Deze reis verliep vlekkeloos en met de fietsen was niets mis.
Afgelopen april / mei vlogen we vanaf Rotterdam met Transavia naar Rome. De fietsen waren verpakt in plastic hoezen die we tijdens het fietsen meenamen (op vliegveld Leonardo da Vinci is de bagagebewaring onbetaalbaar). Bij het lichter schakelen voor de eerste helling bleek de derailleur van mijn vrouw verbogen te zijn en klapte hij in het achterwiel. Met veel moeite kon ik met behulp van materiaal in een nabije garage (er was geen fietsenwinkel) de boel weer op gang brengen, maar de pat kwam niet meer goed recht en de lichtste versnelling kon niet meer gebruikt worden. Terugdenkend vermoed ik dat de beschadiging in Rotterdam is ontstaan toen ik de fiets half rechtop in een te klein bagagewagentje heb geplaatst. Maar zeker is dat uiteraard niet. Transavia liet mij voorafgaand aan de reis een papier tekenen waardoor we eventueel ontstane schade niet zouden kunnen claimen. De vorige keer was hier geen sprake van."
Ook de medewerking van het grondpersoneel laat soms te wensen over. Een andere fietser:
"We zijn teruggekeerd per vliegtuig vanaf Rome-Fiumincino, en het inklaren van je fiets is een taai gevecht met bitter weinig wetende bureaucraten. Zelfs een uur voor vertrek wordt nog doodleuk gevraagd of je beide wielen er toch maar af wil halen, terwijl de voorwaarden van de maatschappijen (in dit geval Easyjet) helder zijn. In fietsdoos of cassette of zelf iets knutselen met karton, tape en noppenfolie. Trappers eraf, stuurs dwars en banden leeg. We hadden bovendien een dag van tevoren alles ter plaatse besproken. Uiteindelijk ging de bloedmooie manager toch elegant en kordaat door de knieën. En verdwenen de fietsen door een te kleine scan (duwen en trekken met drie man) en daarna over een te smalle band. Wondertje dat ze redelijk gaaf in Schiphol rustig van een brede band kwamen zakken..."
|
|
 |
|
Nog een paar ervaringstips:
Pak de fiets zodanig in dat nog te zien is dat het om een fiets gaat. Waarschijnlijk zal men er dan met meer zorg mee omgaan.
Doe de ketting achter op het grootste blad en pak de achterderailleur goed in.
Gebruik een z.g airbag, een grote tas waar u al uw fietstassen in kunt doen. Zo voorkomt u beschadigingen als u een tas met kliksluiting heeft, die je achter op de bagagedrager kunt klikken. De klemmen van zo’n tas kunnen tussen de lopende band vast blijven zitten en worden dan stuk getrokken.
|
|
|
|
NB: Om veiligheidsredenen (explosiegevaar bij brand!) is het absoluut verboden blikjes campinggas mee te nemen in het vliegtuig. Geef nog ongebruikte blikjes dus weg op uw laatste camping en laat het aangebroken blikje leegbranden voor u het weggooit.
Begint u de reis in Rome, dan kunt u campinggas kopen op de eerste camping waar u (bijna) langskomt: Camping Tiber in Prima Porta, net ten noorden van Rome.
Voor wie op benzine of brandspiritus kookt: ook dit zijn verboden gevaarlijke stoffen in vliegtuigen.
|
 |
Fiets laten nasturen door Soetens
U kunt uw fiets ook laten opsturen met de firma Soetens, die zich gespecialiseerd heeft in het vervoer van fietsen van Rome en Santiago naar elk adres in Nederland en Vlaanderen. Het transport gebeurt met grote bestelbussen, waarbij uw fiets zorgvuldig wordt ingepakt om beschadigingen te voorkomen. Zelf reist u dus op andere wijze terug. Voor Rome is het verzamelpunt de camping Smeraldo in Trevignano di Roma aan het Lago di Bracciano (ten westen van de route). Deze camping ligt niet aan de route, maar u kunt vanaf het station San Pietro, dichtbij het Pietersplein in Rome, de fiets meenemen naar Anguillara. Neem hiervoor een trein naar Viterbo of Bracciano. Vanaf Anguillara is het nog 8 km fietsen.
Vervoer vanaf andere adressen in en rond Rome is niet mogelijk. Wel kunt u, in overleg met de firma Soetens, uw fiets laten vervoeren vanaf andere plaatsen aan de route, zoals bijvoorbeeld Florence, Bologna, Verona of Bregenz. Ook vervoer vanuit Nederland en Vlaanderen naar Rome of een andere opstapplaats is mogelijk.
De kosten bedragen 119 euro. Tegen meerprijs kunt u ook uw bagage laten vervoeren.
Kijk voor meer informatie op www.fiets-vervoer.nl/.
|
 |
Per auto
Sommige fietsers laten zich door vrienden of familie per auto ophalen. Een andere mogelijkheid is een auto huren in Italië bij Avis of Hertz, en deze in Nederland weer inleveren. Houd daarbij wel rekening met de extra kosten voor het inleveren op een andere vestiging.
In beide gevallen is het belangrijk te weten dat in Italië lading, dus ook een fiets, niet opzij van de auto mag uitsteken. Naar achter uitstekende lading moet u voorzien van een reflecterend waarschuwingsbord van 50 x 50 cm met diagnonale rode en witte strepen. 's Nachts is bovendien een rood licht nodig.
|
 |
Kun je de route ook lopen?
Het kan natuurlijk wel, maar het is niet de ideale wandelroute. Veel wandelaars lopen immers het liefst over onverharde paden, terwijl fietsers over het algemeen de voorkeur geven aan verharde paden en wegen. De fietsroute gaat dan ook zo veel mogelijk over asfalt, al zijn er wel enkele onverharde gedeelten.
Toch heeft de route ook enkele pluspunten ten opzichte echte wandelroutes:
De kans op verdwalen is veel kleiner dan bij de meeste wandelroutes.
Deze fietsroute is in de Alpen veel minder steil en hoog dan de meeste wandelroutes, die veelal voor echte bergwandelaars zijn uitgezet. Daardoor kunt u met deze route eerder de Alpen oversteken, zodat u in Italië kunt lopen voordat de ergste zomerhitte toeslaat. De Alpenpassen in de route Arlbergpas en Reschenpas zijn zeker begin mei te belopen.
U heeft slechts drie routegidsen nodig voor de hele tocht naar Rome.
De route is anders dan echte wandelroutes geschikt om met een bagagewagentje te lopen.
Wandelaars hebben veel aan de volgende boeken:
Lopen naar Rome, 2006, Kees Roodenburg, ISBN 9080591351. Basisgids voor Romegangers.
Een Fransiscaanse voetreis, 2008, Kees Roodenburg, ISBN 978-90-805913-6-3.
Beschrijving van een 493 km lange route voor wandelaars van Florence via Assisi naar Rome.
|
 |
Kun je de route met een volgauto rijden?
Tot en met de Alpen kunt u de route niet met een volgauto rijden, want tot daar bestaat hij voor het grootste deel uit fietspaden en weggetjes waarop alleen auto’s van aanwonenden toegestaan zijn. Soms zoals in het Rijndal loopt het fietspad naast een hoofdweg, maar meestal niet. U kunt elkaar natuurlijk wel ontmoeten op punten waar het fietspad een weg kruist.
Op de routekaartjes is duidelijk aangegeven welke stukken route autovrij zijn en welke niet.
Na de Alpen zijn er nauwelijks fietspaden voorhanden. Hier kunt u dus vrijwel overal wel met een volgauto rijden.
|
 |
Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?
Voor het volgen van de route heeft u geen kaarten nodig: de route is in de boekjes ingetekend op duidelijke kaarten (meestal schaal 1:150.000). Bovendien is er per etappe een overzichtskaartje (schaal 1:700.000).
Eventueel kunt u voor het grote overzicht de volgende kaarten aanschaffen:
Michelin blad 719 voor Duitsland en Oostenrijk (1:1.000.000)
Michelin blad 735 voor Italië (1:1.000.000).
|
 |
Wanneer is de laatste druk verschenen?
Deel 1 (2e druk) is in mei 2007 verschenen. De 3e druk verschijnt vermoedelijk in 2012. Deel 2 (2e druk) is in eind juli 2009 verschenen.
Ten behoeve van degenen die de eerste druk nog hebben zijn onder de knop Wijzigingen nog alle belangrijke wijzigingen en aanvullingen te lezen.
Deel 3 (1e druk) is in 2006 verschenen. De 2e druk verschijnt vermoedelijk in 2012.
|