Kort en bondig antwoord op onderstaande vragen: klik hier.

Uitgebreid antwoord op onderstaande vragen: klik op de vragen zelf.

Kun je de route ook andersom fietsen?
Is de route zwaar?
Hoe lang doe je er over?
Hoe is het wegdek?
Hoe staat het met overnachten?
Kun je de route fietsen met kinderen?
Hoe is het weer onderweg?
Wat is de beste tijd om te gaan?
Wat gaat het kosten?
Hoe bereid ik me voor?

Welke eisen stel ik aan mijn fiets?
Wat neem ik mee?
Waar kan ik in Rome een getuigschrift halen?
Hoe kom ik terug?
Heb je nog tips?
Kun je de route ook lopen?
Kun je de route met een volgauto rijden?
Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?
Wanneer is de laatste druk verschenen?


Uw vraag er niet bij? Laat het me weten.

Kun je de route ook andersom fietsen?
Ja, dat kan heel goed. De hele route is in beide richtingen beschreven.


Is de route zwaar?
Waar mogelijk fietst u vaak langs beek- en rivierdalen, maar een aantal keren zult u toch flink moeten klimmen. Vergeleken met andere internationale fietsroutes is deel 1 (van Amsterdam tot aan de voet van de Alpen) licht te noemen; deel 2 en 3 zijn aanmerkelijk zwaarder, maar in de Alpen is hulp van trein of bus mogelijk. Qua natuur en belevenis behoren de Alpen echter wel tot de grote hoogtepunten van de tocht.
Veel fietsers zien vooral op tegen de Alpen, maar de Apennijnen zijn - samen met de heuvels die daarna volgen - zwaarder en er is geen hulp van trein of bus mogelijk (behalve als u gewoon een heel stuk route overslaat, bijvoorbeeld Bologna - Florence). De zwaarte zit hem niet alleen in het opgetelde hoogteverschil dat u moet overwinnen, maar vooral ook in de herhaling van heuvels: zowel fysiek als psychologisch zwaarder dan één echte berg. Bent u niet zo'n klimmer kies dan vanaf Ferrara voor de Lichte Route over Ravenna en Assisi (zie de overzichtskaart). Op die route hoeft u maar half zo veel hoogteverschil te overwinnen. De hoofdroute over Bologna, Florence en Siena is echter wel het mooist, juist ook vanwege de uitzichten die de klimpartijen opleveren.

Tot de Alpen
In deel 1 moet u op een afstand van 961 km ca 2650 m opgeteld hoogteverschil overwinnen. De Schwäbische Alb in Zuid-Duitsland is daarbij de enige klim van betekenis: 400 m hoogteverschil, waarvan 100 m als vals plat en de rest met percentages van 4 tot 7%. Desgewenst kan de fiets hier mee in de trein tussen Tübingen naar Sigmaringen. Richting Nederland is het hoogteverschil kleiner, terwijl de klim na een eerste km 9% verder uit vals plat bestaat. In deze richting fietsend is de klim uit het Rijndal na Remgen het zwaarst van deel 1 (500m 5-8% en even verder 2,2 km 5-7%.)

De Alpen
Het totale hoogteverschil in de Alpen bedraagt met twee bergpassen tussen Bregenz en Verona 3225 m op een afstand van 475 km, dus bijna 7m per km. Met hulp van trein en bus blijft daarvan echter maar ca 2100 over, die voor een flink deel uit geleidelijke stijgingen langs rivieren bestaat. Het traject Verona - Ferrara is geheel vlak. In Ferrara kunt u kiezen tussen de pittige hoofdroute en de Lichtere Route (zie hieronder).

De Arlbergpas is de zwaarste Alpenpas: 1793 m, hoogteverschil 750 m, hellingen van 7-10%.
U kunt hier de trein nemen tussen Langen am Arlberg en St. Anton als u alleen het echt steile stuk wilt vermijden. Wilt u ook de minder steile aanloop (meestal 3-6%) naar de pas overslaan dan kunt u al in Bludenz instappen (of vanuit de andere richting komend in Landeck). Er gaan 6 InterCities per dag: één om ca. 7.30 uur, drie verspreid over de dag en twee na 23.00 uur.

Let op: voor deze treinen moet u een plaats voor de fiets reserveren. Op de stations Langen am Arlberg en St. Anton is dit niet altijd mogelijk, omdat deze stations vaak niet bemand zijn. Ook vanwege het risico dat de fietsplaatsen volgeboekt zijn is het daarom verstandiger de reservering al eerder te doen, bijvoorbeeld anderhalve etappe eerder in Bregenz (of richting huis fietsend: een halve etappe eerder in Landeck). Stoptreinen, waarin de fiets zonder reservering mee zou kunnen, rijden er niet tussen Langen am Arlberg - St. Anton.

De Reschenpas is veel lichter: 1520 m, 430 m hoogteverschil, 7%.
Van begin mei tot eind september rijdt hier 3 keer per dag de Huckepack, een bus met aanhangwagen voor fietsen, naar Nauders. Vanaf hier is de pas niet steil meer. De bus vertrekt al in Landeck, maar u kunt ook nog instappen in Pfunds. Daar begint de weg pas te klimmen
Wie de Reschenpas vanuit de andere richting benadert heeft het zwaarder: hoogteverschil 550 m, 5-10% met korte stukjes 14-18% (en veel rustbankjes). Op dinsdag- en donderdagmorgen kan de Vinschgau Bike Shuttle u en uw fiets voor 8 euro met een busje omhoog brengen tot de Reschensee (uiterlijk tot 18 uur de dag tevoren reserveren onder tel. nr. 339-6156061) Op andere dagen lijkt het tegen meerprijs ook mogelijk te zijn. Zo niet, dan kan, voorzover er plaats is en de chauffeur meewerkt, uw fiets mee in de bagageruimte van de gewone lijnbussen vanuit Mals. Een laatste uitwijkmogelijkheid is de hoofdweg. Die is weliswaar niet steil, maar wel druk.

De Apennijnen en de heuvels daarna
Kiest u na Ferrara voor de hoofdroute dan moet u 7315 hoogtemeters overwinnen op een afstand van 574 km (bijna 13 m per km). Vanaf Bologna tot het Lago di Bolsena is de route zwaar, maar wel heel mooi: betoverende uitzichten, statige cipressen, knoestige olijfbomen, uitbundig bloeiende brem en klaprozen, oude dorpjes en in het groen verscholen villa's. Kortom, echt Italië zoals je je dat voorstelt. Ook in de Lichtere Route valt nog het nodige te klimmen: 3875 hoogtemeters op 531 km, maar met ruim 7 hoogtemeters per km is hij toch duidelijk veel lichter.
In de hoofdroute begint het klimmen na Bologna met de Passo della Raticosa, een zware Apennijnenpas met vrijwel doorlopend prachtige uitzichten: 968 m, 680 m hoogteverschil, met twee stukken van meestal 5-8% met daartussen een lang vals plat. De tweede klim is vrij onregelmatig, met een afdaling gevolgd door 800 m 9-11% weer omhoog. Na de top blijft de weg nog een aantal kilometers op en neer gaan. Hierna is tot Florence nog één heuvel te overwinnen (300 m hoogteverschil, 8 km 2-5%). Richting Nederland is de helling 5-11% en heel even 13%. Wie in Florence begint valt deze klim vaak rauw op het dak, te meer daar men nog niet gewend is aan het warmere weer. Tussen Bologna en Florence kan de fiets ca. 6 keer per dag mee in de trein (met een overstap in Prato), maar op die manier ziet u niets van het mooie Apennijnentraject.

De Lichte Route blijft langer in de Povlakte en klimt aanvankelijk geleidelijk via een lang dal omhoog in de Apennijnen. U overwint hier de bergen makkelijker dan in de hoofdroute, maar de uitzichten zijn dan ook minder groots. De Válico di Montecoronato (853 m, hoogteverschil 500 m) kent een gematigde helling van 4-6%; vanuit het zuiden is het soms even 9%. Hulp van trein of bus is hier echter niet mogelijk. Wellicht kan vanuit San Piero in Bagno (onderaan de pas) een taxibusje uitkomst bieden. Houd me svp op de hoogte als u deze mogelijkheid uitgeprobeerd hebt. (Mail svp naar hreits@xs4all.nl. Bij voorbaat hartelijk dank!).

Vanaf Assisi zijn er ook in de Lichtere Route wat meer hellingen. Wie langs de hoofdroute tot Florence is gefietst, maar het toch wel zwaar vindt, heeft er dus weinig baat bij daar alsnog voor de Lichtere Route te kiezen. De verbinding Florence - Assisi is meer bedoeld voor wie een rondje wil fietsen door Centraal Italië en voor wie zowel Florence als Assisi wil aandoen op weg naar Rome.


Hoe lang doe je er over?
Zeer sportieve fietsers leggen de 2155 km naar Rome binnen drie weken af. De doorsnee vakantiefietser zal echter eerder vijf weken nodig hebben. En waarschijnlijk wilt u op uw eindbestemming ook nog een paar dagen rondkijken.

Naast Rome zijn Bregenz, Verona, Venetië en Florence de meest gekozen eindbestemmingen. De afstand tot Bregenz bedraagt 964 km; Amsterdam - Verona is 1453 km, Amsterdam - Venetië 1520 km en Amsterdam - Florence 1768 km.

Niemand zegt overigens dat u de hele route moet fietsen. U kunt bijvoorbeeld een stuk per trein doen, bv. door te beginnen in Roermond of door de landschappelijk niet zo boeiende Povlakte per trein te doen. Elke twee uur kunt u de trein nemen van Verona naar Bologna en zo drie etappes overslaan. Een andere – heel genoeglijke – mogelijkheid is over de Rijn, de Bodensee of het Gardameer te varen. Ook kunt u de reis over twee of drie vakanties spreiden.


Hoe is het wegdek?
Tot en met de Alpen is het wegdek over het algemeen goed: meestal asfalt, soms klinkers of (goed aansluitende) betonplaten. In de Povlakte en vooral daarna in Midden-Italië zijn de wegen door achterstallig onderhoud helaas vaak schandalig slecht: craquelé asfalt, barsten, grote gaten en door veelvuldig oplappen hobbelig geworden asfalt. Vooral in afdalingen is daardoor grote voorzichtigheid geboden, in het bijzonder waar door de schaduw van bomen de beschadigingen van het asfalt slecht te zien zijn. Wilt u niet op slechte wegen fietsen, beperk uw tocht dan tot Verona, Gardameer of Venetië.

In deel 1 (Nederland en Duitsland) gaat de route voor zo’n 20% over onverharde wegen om druk verkeer te vermijden. In Nederland gaat het dan meestal om schelpenpaden; in Duitsland om gravelwegen. Juist deze stukken zijn vaak erg mooi, omdat ze door natuurgebieden of langs leuke riviertjes gaan. Met een randonneur of hybride is een en ander prima te doen; voor de racefiets zijn er asfalt-alternatieven voor de langere onverharde gedeelten opgenomen.

In deel 2 en 3 (door Oostenrijk en Italië) is route op een paar km na geheel verhard.


Hoe staat het met overnachten?
Kamers bij particulieren of in hotels zijn langs de hele route voldoende te vinden.
U treft ook een aantal jeugdherbergen aan, maar niet genoeg om deze als enige vorm van onderdak te kiezen.
Langs het grootste deel van de route zijn voldoende campings om elke avond te kunnen kamperen. In één Duitse en een paar Italiaanse etappes zijn de afstanden tussen de campings echter zo groot dat u uw toevlucht zult moeten nemen tot een jeugdherberg of hotel, wanneer u niet meer dan ca 75 km per dag wilt doen.

Accomodatielijst
In de boekjes worden alle campings en jeugdherbergen langs de route vermeld, plus een flink aantal kamers in hotels en bed & breakfasts. Bij de campings is vermeld welke voorzieningen er zijn (bv. winkel, restaurant, wasmachine, wasdroger, zwembad), hoeveel beschutting er is en of de camping rustig gelegen is.
In deel 1 en 3 zijn campings en kamers ingedeeld in prijsklassen: van I (zeer goedkoop) tot VI (behoorlijk prijzig). In de nieuwe druk van deel 2 (verschenen in juli 2009) worden de exacte prijzen vermeld voor 1 en voor 2 personen, maar houd er svp. wel rekening mee dat deze prijzen na verschijnen van de gids gewijzigd kunnen zijn.

Pelgrimspas
Reitsma's Route naar Rome is niet opgezet als een specifieke pelgrimsroute. Onderweg treft u niet de uitgebreide traditie van overnachten in hospitia aan zoals u die wellicht kent van de fietsroute naar Santiago de Compostela.
Kloosters en dergelijke zijn over het algemeen geen instellingen waar iedere willekeurige fietser kan overnachten. Ze staan dan ook niet in de boekjes vermeld, behalve de paar kloosters die voor iedereen open staan. Degenen die zich echter als pelgrim op weg begeven kunnen - als ze lid worden van de Vereniging Pelgrimswegen - een pelgrimspas aanvragen. Daarmee openen zich vaak deuren van pastorie of klooster die voor anderen gesloten blijven.


Kun je de route fietsen met kinderen?
De route is zo rustig mogelijk gehouden. Hele stukken zijn zelfs autovrij, of alleen toegankelijk voor auto’s van aanwonenden. Maar af en toe zijn een paar drukke kilometers niet te vermijden. Bovendien moeten er van tijd tot tijd drukke wegen overgestoken worden. Ook zult u de route vast wel eens willen verlaten vanwege bv. een café, camping of hotel. Wat oefening in verkeersgedrag en enig verkeersinzicht is dus wel gewenst. Dat inzicht komt meestal als kinderen een jaar of 9 zijn.

Deel 1 is het meest kindvriendelijk: bijna overal autovrij of zeer autoluw en weinig hellingen. Ook het eerste stuk van deel 2 is ook zeer autoluw: tot en met de Alpen zijn er lange stukken over fietspaden of autovrije weggetjes; daarna zijn die echter een zeldzaamheid. Deel 3 is zowel door de hellingen als het autoverkeer niet erg geschikt om met jonge kinderen te fietsen. Drukkere wegen zijn in Midden-Italië niet altijd te vermijden. Met jonge kinderen kunt u de tocht beter beperken tot Verona of Venetië.

Een paar tips voor een fietsvakantie met kinderen:
Maak de dagafstanden niet te lang, houd voldoende pauzes, maak genoeg tijd vrij voor dingen die kinderen leuk vinden en betrek ze bij het volgen van de route. Geef ze bv. een eigen fietscomputer en stimuleer ze een vakantiedagboek bij te houden. Een schat aan informatie over fietsen met kinderen vindt u in het boek ’Fietsen met Kinderen’, verkrijgbaar in de boekhandel (auteur: Theo Jorna, ISBN: 90-807005-1-7) en op www.fietsenmetkinderen.info.


Hoe is het weer onderweg?
Gemiddeld genomen mag u het onderstaande verwachten, maar mede door de klimaatsverandering kan het weer aanzienlijk afwijken van wat we vroeger gewend waren.

Het Rijndal en de Bovenrijnvlakte onderscheiden zich door een wat zachter klimaat van de omringende heuvels; in warme zomers kan de temperatuur hier flink oplopen.
De heuvels van Baden-Württemberg hebben vaak wat frisser weer. Op de vrij hoge Schwäbische Alb (700 m) kan het vooral ’s avonds en ’s nachts behoorlijk afkoelen. De steile noordwest-flank van deze bergrug vangt duidelijk meer regen dan de langzaam aflopende zuidoostkant.

Daarna is de Bodensee weer een relatief warm gebied. Wel kan het hier, net als in het aangrenzende Oostenrijkse Vorarlberg bij westenwind soms vreselijk regenen, omdat de vochtige lucht hier de barrière van de Alpen ontmoet. Op de Arlbergpas is het dan nat en koud. Er kan zelfs sneeuw vallen, zeker buiten de periode begin mei tot eind september (zie de foto’s bij "Wat is de beste tijd om te gaan?”). Na de Arlbergpas en vooral na de Reschenpas, waar de route de hoofdkam van de Alpen overschreidt, is het weer doorgaans beter. Het Vinschgau, dat volgt op de Reschenpas, is het droogste dal in de oostelijke Alpen. In de diepe dalen die daarna volgen is het meestal zonnig en warm.

Kenmerkend voor het weer in de bergen zijn de lokale verschillen en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zon en schaduw, dal en berg. Het weer kan heel plotseling omslaan; door de bergen ziet u dat vaak niet aankomen. Luister dus altijd naar waarschuwingen van de lokale bevolking. En als u bij mooi weer een excursie begint, neem dan toch regenkleding en iets warms mee.

In de Povlakte kunnen de temperaturen zeer hoog oplopen (30-35º), waarbij het vaak drukkend aanvoelt. In de Apennijnen en het heuvelland van Toscane en Umbrië voelt de lucht prettiger aan en koelt het ’s nachts meer af. In Italië kunnen zich ’s zomers flinke onweersbuien ontwikkelen, maar over het algemeen blijven die niet lang hangen. Meestal breekt al gauw de zon weer door, zodat eventuele natgeregende spullen snel gedroogd kunnen worden.


Wat is de beste tijd om te gaan?
Wilt u de hele route fietsen, dan is de beste tijd om te vertrekken het voorseizoen (mei, juni). Het naseizoen (eind augustus, september) is een goede tweede mogelijkheid. In deze periodes is het onderweg niet al te warm, het is overal rustiger en u kunt makkelijker en goedkoper onderdak vinden. Vertrekt u vroeg in het voorseizoen dan moet u misschien enkele koude voorjaarsdagen voor lief nemen.

Wilt u alleen het Italiaanse deel doen, dan kunt u in het voorseizoen desgewenst nog wat vroeger vertrekken (half april tot half juni). In het naseizoen is dan september de beste tijd.

Wilt u alleen deel 1 fietsen, dan is eigenlijk de hele periode van begin mei tot eind september geschikt. Juli en augustus zijn daarbij de drukste maanden.

Voordeel van het voorseizoen boven het naseizoen is dat de natuur in het voorjaar volop in bloei staat en dat de dagen langer zijn. In het najaar is de natuur minder uitbundig en de dagen zijn al weer merkbaar korter. Kampeerders moeten er dan rekening mee houden dat het ‘s avonds eerder donker wordt, terwijl de nachten kouder worden en het ‘s ochtends langer duurt voordat de tent droog wordt.
Juli en augustus zijn in Italië heet. Vooral augustus wordt het in Italië zeer druk: augustus is dé vakantiemaand voor Italianen. Betaalbaar onderdak vinden kan dan moeilijk worden. Als kamperende fietser krijgt u meestal nog wel een plaatsje voor één nacht, maar in augustus staat u op campings dan wel vaak heel dicht op elkaar.

Gaat u buiten de periode mei – september op stap, dan moet u rekening houden met koud weer. In de Alpen kan er in het voorjaar nog veel sneeuw liggen. In het najaar is de kans op verse sneeuw aanwezig. Zie de foto’s hieronder.

Fietst u de route andersom dan is de periode half april tot begin juni het meest geschikt. U fietst dan als het ware met het ontluikende voorjaar mee noordwaarts. In deze tijd van het jaar kunt u meestal nog niet de extra sportieve variant over de Silvrettapas fietsen. Normaliter wordt deze pas niet voor begin juni geopend.
September kan ook nog, maar houdt er rekening mee dat het gedurende de reis normaal gesproken steeds kouder zal worden: de zomer gaat voorbij èn u fietst van warme streken naar koelere.

De Arlbergpas in de sneeuw (26 april 2008!)
Foto’s: Hans van Kampen.

Als er langs de hoofdweg nog zoveel sneeuw ligt, zijn de weggetjes die buitenom de tunnels lopen nog niet per fiets te doen zijn, zoals op onderstaande foto’s goed te zien is.
U kunt dan beter van de route afwijken en de hoofdweg door de tunnels blijven volgen.

Ook bij de Reschenpas (1520 m) kunt u beter op de hoofdweg blijven als er nog (of in het najaar: weer) sneeuw ligt. De kans daarop is echter kleiner dan bij de hogere Arlbergpas (1793 m).

Wat gaat het kosten?
Hoeveel uw fietsreis gaat kosten hangt voor een groot deel af van de wijze waarop u gaat overnachten. Een ander belangrijk deel van de dagelijkse kosten wordt ingenomen door eten en drinken. Verder hangen de kosten natuurlijk direct samen met uw reissnelheid: wie veel kilomters per dag aflegt is in minder dagen in Rome, Florence of Venetië en is dus minder kwijt aan overnachten en eten. Maar het zou dwaas zijn om vanwege de kosten uzelf op te jagen of te forceren. Het zou het plezier in uw reis vergallen en tot oververmoeidheid en blessures kunnen leiden.
Ook uw terugreis kost natuurlijk geld. Zie voor een schatting van de kosten van de terugreis onder "Hoe kom ik terug?".

Vrijwel gratis
Wilt u het zo goedkoop mogelijk houden, kook dan uw eigen potje en kampeer wild. Dit laatste heeft echter twee bezwaren: het is niet toegestaan in de landen waar door komt, en u kunt zich niet douchen. Beter lijkt het om aan een boer te vragen of u op zijn erf mag staan. Meestal zult u een welwillend antwoord krijgen, zeker wanneer u echt als pelgrim onderweg bent (en als zodanig kenbaar, bv door een pelgrimspas van de Verenging Pelgrimswegen naar Rome). Waarschijnlijk mag u zich dan ook wel douchen en het is goed mogelijk dat u wat te eten en te drinken krijgt.

Betaalbaar
Als u niet om gunsten wilt vragen is de camping de meest betaalbare overnachtingsmogelijkheid. Campingprijzen variëren van 10 tot 20 euro voor één persoon; twee personen zijn altijd voordeliger uit, omdat een groot deel van de prijs het perceel betreft.  Voor twee personen liggen de tarieven tussen 20 en 27 euro per nacht. Op het Nederlandse deel van de reis zijn veel boerderijcampings. Vooral die aangesloten zijn bij de SVR hebben heel schappelijke prijzen. Hiervoor moet u overigens officieel wel donateur van de SVR zijn. In het buitenland is het fenomeen boerderijcamping echter zo goed als onbekend.
Naast kamperen is een bed op een slaapzaal in een jeugdherberg met 19-24 euro een relatief betaalbare optie. Erg veel jeugdherbergen zijn er echter onderweg niet en vooral in Duitsland liggen ze vaak boven op een heuvel, terwijl de route in het dal blijft.

Iets meer luxe
Geeft u nog wat meer uit, dan kunt u in plaats van een bed op een slaapzaal in de jeugdherberg ook een eigen kamer nemen (eenpersoonskamers voor ca. 23 euro; tweepersoonskamers voor ca. 42 euro). Voor dat geld kunt u ook op zoek naar een betaalbare bed & breakfast, waar u vaak heel vriendelijk en gastvrij onthaald wordt. De goedkoopste adresen liggen meestal op het platteland. In of dichtbij steden zijn kamers altijd duurter.
Bij dit bestedingspatroon past dan welllicht ook eten buiten de deur in een eenvoudige gelegenheid. Alleen een hoofdmaaltijd plus een drankje zal voor minder dan 10 euro vaak mogelijk zijn. Neemt u ook soep vooraf, een salade als extra, en een toetje na dan zit u zo op het dubbele. Over het algemeen is buiten de deur eten in Duitsland, de Alpenlanden en Italië iets voordeliger dan in Nederland.
Een paar tips om het betaalbaar te houden: Café’s aan een centraal plein zijn doorgaans duurder dan die in een zijstraat. In Italië worden vaak drie tarieven gehanateerd: één voor een drankje staand aan de bar (het goedkoopst), één voor een consumptie gezeten aan een tafeltje, en één voor zitten op het terras (het duurst). In Duitsland kunt u voordelig koffie met iets erbij gebruiken bij bakkers, die in een hoek van de winkel een ”Stehcafé” ingericht hebben. Het heet niet voor niets een Stehcafé; hooguit staan er een paar barkrukken.

Lekker luxe
Voor wie niet zo op het budget hoeft te letten biedt zich natuurlijk ook de mogelijkheid aan in driesterren of – als ze er zijn – viersterrenhotels te overnachten. Prijzen variëren hier enorm: voor eenpersoonskamers van ca 55 tot 80 euro, voor tweepersoonskamers van ca 70 tot 150 euro. Maar voor een bijzonder hotel, bv een verbouwd kasteel of een sfeervolle oude villa, kunnen die prijzen nog hoger liggen. Normaal beschikt u dan wel over alle denkbare comfort en is er een overdekt zwembad, een sauna en een fitnessruimte voor handen. En uiteraard kunt u er à la carte eten, wat natuurlijk in prijs ook weer enorm kan variëren, maar ook een hoogtepunt op uw reis kan betekenen.


Hoe bereid ik me voor?
Er zijn verschillende vormen van voorbereiding denkbaar. In de eerste plaats valt te denken aan het opbouwen van conditie. Sommige fietsers moeten ook vertrouwd raken met de fietsgidsen. Daarnaast moet u misschien nog een uitrusting aanschaffen of bent u op zoek naar een reisgenoot. Tenslotte wilt u wellicht wat Italiaans voor onderweg leren.

Vertrouwd raken met de gidsen
Fietste u tot nu toe alleen bewegwijzerde routes, dan heeft u misschien in het begin moeite met kaartlezen en route-aanwijzingen volgen. Bekijk daarom in elk geval voor vertrek de legenda en de binnenkant van de achterflap, waar de manier van route beschrijven wordt verduidelijkt. In elk boekje staat ook een 'gebruiksaanwijzing' waarin wordt uitgelegd hoe de campings, hotels etc. worden beschreven. Probeer vervolgens bv. het Nederlandse deel van de route (Amsterdam-Roermond) in een lang weekend te volgen. Lukt het daarna nog niet de route zonder veel foutrijden te volgen, dan is een GPS-apparaat een goede investering. Overigens geven de meeste fietsers eerlijk toe dat ze vooral door onoplettendheid fout rijden.

De conditie
U hoeft geen topsporter te zijn om naar Rome te fietsen, maar een goede basisconditie is toch wel gewenst. Mocht die ontbreken, dan is het raadzaam vooraf te trainen. Dat kan door te fietsen, maar ook andere duursporten als schaatsen, zwemmen of hardlopen komen in aanmerking.
Is de conditie niet optimaal, luister dan goed naar uw lichaam. Forceer uzelf niet en fiets zeker in het begin niet te lange etappes. Op die manier kunt u langzamerhand meer conditie opbouwen. Fietst u richting Italië, dan is het begin licht en wordt de route gaandeweg, vooral in deel 2 en 3, zwaarder. Begint u daarentegen in Italië om van daaruit huiswaarts te fietsen, dan begint u met het zwaarste deel van de tocht.
NB: Wanneer u normaliter weinig aan sport doet is het belangrijk na de tocht af te trainen, door de inspanning geleidelijk af te bouwen. Dus maak na terugkomst ook nog wat (kleinere) dagtochten.

Als dit uw eerste fietstreis wordt, dan is het zeker aan te bevelen er eerst eens een weekje met de fiets op uit te trekken om te zien hoe dit bevalt en hoe de conditie is. Heel geschikt voor zo'n korte fietsreis zijn de Nederlandse of Vlaamse LF routes (in beide richtingen bewegwijzerd, ca. 150-250 km), het Fietserspad (574 km, van Zuid-Limburg tot het Groningse Wad) en de Vlaanderen Fietsroute (ca. 800 km, in beide richtingen bewegwijzerd, kan ingekort worden via de LF routes). Ook de ANWB heeft een aantal meerdaagse fietsroutes uitgezet: o.a. Zuiderzeeroute, Elfstedentocht, Rondje Drenthe, Rondje Achterhoek en Rondje Rivieren.
Wilt u dicht bij huis kennis maken met het fietsen in de bergen, dan zijn de Ardennen en/of de Eifel een voor de hand liggende keus. Hoog zijn de bergen hier niet, maar vier keer 250 m klimmen is zeker zo zwaar als één keer 1000 m! De Ardennen hebben als extra troef een aantal mooie grotten: Remouchamps, Hotton, Rochefort en - de bekendste - Han. Maar ook de Eifel heeft iets bijzonders: een aantal kratermeren en andere restanten van vulkanen in de Vulkaneifel: het gebied tussen Gerolstein, Daun en de Rijn.

Vertrouwd raken met de gidsen
Fietste u tot nu toe alleen bewegwijzerde routes, dan heeft u misschien in het begin moeite met kaartlezen en route-aanwijzingen volgen. Bekijk daarom in elk geval voor vertrek de legenda en de binnenkant van de achterflap, waar de manier van route beschrijven wordt verduidelijkt. In elk boekje staat ook een 'gebruiksaanwijzing' waarin wordt uitgelegd hoe de campings, hotels etc. worden beschreven. Probeer vervolgens bv. het Nederlandse deel van de route (Amsterdam-Roermond) in een lang weekend te volgen. Blijft het moeilijk de route te volgen, dan is een GPS-apparaat een goede investering. Maar let-op: ook met een GPS-apparaat moet men vertrouwd raken.
Overigens: de meeste fietsers geven eerlijk toe dat ze vooral fout rijden doordat ze niet altijd opletten.

Een uitrusting aanschaffen
Bent u helemaal nieuw in fietsvakantieland, dan is de aanschaf van een boekje met praktische adviezen over fietsvakanties misschien een goed idee. Voor advies over de voorbereiding van fietsreizen (met name buiten Europa) kunt u verder onder meer terecht bij De Vakantiefietser. In deze Amsterdamse winkel (niet te verwarren met de Belgische vereniging van dezelfde naam) kunt u ook een afspraak maken voor een consult.
Zie verder de pagina met links, die u verder helpt naar buitensportzaken en goede merken fietsen.
Het is slim nieuwe uitrusting (fiets, fietstassen, kampeerspullen) geruime tijd voor de eigenlijke reis uit te proberen tijdens een weekendtochtje. Dan heeft u nog tijd om voor zaken die niet blijken te voldoen iets anders aan te schaffen.

Een nieuwe reisgenoot zoeken
U kunt proberen via internet een geschikte reisgenoot te vinden. Dit kan onder meer via de sites van de Wereldfietser en Reisgenoten.
Gaat u op pad met iemand die u nog niet zo goed kent, overweeg dan eerst samen een weekje dichtbij huis te fietsen om te zien of het klikt en om elkaar beter te leren kennen. Probeer het in elk geval vooraf op hoofdlijnen eens te worden over belangrijke zaken zoals:
– dagafstanden
– strakke planning, flexibele planning of helemaal geen planning
– veel fietsen, veel bekijken, veel luieren of iets daar tussenin
– zelf koken of uit eten gaan
– overnachten op campings, in hotels of zoals het uitkomt
– wat te doen bij slecht weer: doorfietsen, een dag rusten of een stuk de trein nemen

Italiaans leren
Wanneer u een beetje Italiaans geleerd heeft zult u zich makkelijker redden in Italië, waar de kennis van buitenlandse talen over het algemeen beperkt is, zeker buiten de meest toeristische gebieden. Bovendien zult u zodoende veel meer leuke contacten met de mensen kunnen hebben. Veel Volksuniversiteiten organiseren cursussen Italiaans, meestal op verschillende niveau's. Een andere mogelijkheid is een doe-het-zelf cursus, onder meer te koop bij Boekhandel Intertaal in Amsterdam.


Welke eisen stel ik aan mijn fiets?
Een randonneur, hybride of mountainbike is niet per se nodig, maar wel het meest geschikt voor dit soort lange fietsroutes. Op de pagina met links staan links naar enkele goede merken randonneurs. Wie op de racefiets gaat, kan gebruik maken van de asfalt-alternatieven op plaatsen waar de hoofdroute langere tijd over onverharde paden gaat. Per racefiets kunt u echter minder bagage meenemen, tenzij u een aanhangwagentje gebruikt.

Minimum-eisen waaraan uw fiets in elk geval moet voldoen:
– Goede staat van onderhoud.
– Schijfremmen of velgremmen met goede remblokjes.
Het is absoluut onverantwoord om met een fiets met alleen trommelremmen of terugtraprem de bergen in te gaan. Dergelijke remmen kunnen bij een langere afdaling oververhit raken, waardoor ze niet meer werken. Dit geldt ook voor roller brakes.
– Voldoende versnellingen (3 bladen voor en 6 of meer mogelijkheden achter, tenzij u heel sterk bent of het niet erg vindt om af en toe een paar kilometer te lopen).
Een goed zadel. Een anatomisch zadel bezit een gleuf op de plek waar het schaambeen op het zadel rust. Dit vermindert de kans op zadelpijn. Zadels voor vrouwen zijn iets bredere dan die voor mannen. Dat moet ook, omdat bij vrouwen de zitbotjes iets verder van elkaar staan. Veel fietsers zweren bij een leren zadel, bv van de firma Brooks. Een dergelijk zadel moet echter eerst ingereden worden.
– Goede, liefst waterdichte, fietstassen en stevige bagagedragers.
Ortlieb, en Vaudé zijn voorbeelden van goede tassen. Indien u onderweg of op de terugreis de fiets meeneemt in de trein is het handig als de fietstassen snel en gemakkelijk los- en vastgemaakt kunnen worden.
– Een stuurtas of een kaartenklem van Cycline is handig vanwege het kaartenvak waarin u het boekje makkelijk kunt raadplegen onder het fietsen.
– Gaat u kamperen, dan heeft u door de grotere hoeveelheid bagage naast achtertassen ook voortassen nodig, die u laag bij de vooras aan zg. ’low-riders’ hangt.
Zie voor tips over hoe u bagage het best kunt meenemen onder "Heb je nog tips?"

Niet per se nodig, maar wel warm aanbevolen:
– Gereedschap en reserve-onderdelen: reserve binnenband, bandenplakset, goede handpomp, spaken (aan frame vastplakken), boutjes, lampjes, rem- en versnellingskabel.
– Slot. (Klik hier voor een goed lichtgewicht kabelslot.)
– Fietscomputer (handig bij het volgen van de route), liefst een model waarbij u de dagteller op nul kunt zetten. Nog handiger is de VDO MC1.0. Deze fietscomputer kent naast de dagafstand een aparte navigatiemodus, waarbij u de afstand op elke willekeurige waarde kent zetten. Dus als u bv bij km 8,7 verkeerd bent gereden en daar na een tijdje achter komt kunt u naar die plek teruggaan, daar de navigatie-afstand op 8,7 instellen en zonder rekenen verder gaan. De dagteller loopt ondertussen gewoon door.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de fietscomputer om de ingestelde wielomtrek te wijzigen als u merkt dat de teller niet in de pas loopt met het boekje.
– 2e bidonhouder (ivm. warm weer).
– Banden met anti-lek laag.
Schwalbe Marathon banden zijn heel goed; Schwalbe Marathon Plus nog beter (en duurder). De ervaring heeft geleerd dat u met een racefiets meer kans heeft op lekrijden. Neem dus meerdere binnenbanden mee, een zeer goede handpomp en/of CO2-patronen en wees voorzichtig op plekken waar het fietspad niet goed aansluit op de gewone weg: u loopt daar het risico van een zg. ’snake bite’ in uw band.


Wat neem ik mee?
”Alles wat je thuislaat is meegenomen” is een bekende zegswijs onder toerfietsers. De paklijst op deze site is dan ook alleen bedoeld als hulpmiddel; u kunt uiteraard weglaten wat u niet nodig denkt te hebben.


Waar kan ik een getuigschrift halen?
Als u als pelgrim naar Rome gaat kunt u daar een testimonium halen. Dit is een oorkonde, afgegeven door een officiële instantie, waarin staat dat u de pelgrimage volbracht heeft. Om een testimonium te verkrijgen moet u als bewijs voor uw pelgrimstocht een stempelkaart kunnen overleggen. Wanneer u lid wordt van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome krijgt u van deze vereniging een pelgrimspas, die tevens als stempelkaart gebuikt kan worden. Op de pelgrimspas staat in een aantal talen dat u pelgrim bent. De lezer wordt daarbij gevraagd u zonodig te helpen.

Er zijn in Rome drie instanties die een testimonium verstrekken:

Willibrordcentrum van de Friezenkerk
Van de drie mogelijkheden om een getuigschrift te halen lijkt dit de meest bijzondere. De Friezenkerk is van oudsher de kerk van de Friezen in Rome. (In de middeleeuwen noemde men in Rome alle bewoners van de Noordzeekust van Denemarken tot Duinkerken Friezen.)
Adres: Borgo Santo Spirito 21/41. De kerk ligt heel dicht bij de St. Pieter, maar helemaal verstopt achter de huizen boven aan een trap. U moet dus niet naar een kerk zoeken, maar naar een trap tussen de huizen. Als u vanaf het St. Pietersplein de Borgo Santo Spirito inloopt is de trap vrijwel onmiddelijk voorbij de zuilen van het St. Pietersplein aan de rechterkant van de straat. De officiële naam van de kerk luidt Chiesa di Santi Michele e Magno.
Openingstijden: woensdag- en zaterdagochtend 10-13, dinsdag- en vrijdagmiddag 14-17.
Woensdag van 10 tot 13 uur is er tevens een rondleiding door de kerk, inclusief koffie en mogelijkheid tot ontmoeting. Als u dit van te voren aangeeft is het mogelijk de oorkonde na de zondagochtenddienst (aanvang 10 uur) publiekelijk te ontvangen. Voorafgaand aan de dienst kunt u een rondleiding door de kerk meemaken.

Opera Romana Pellegrinaggi
De Opera Romana Pellegrinaggi (ORP, website alleen in het Italiaans) is een officiële instantie van het vicariaat van Rome.
Adres: Ufficio di S. Pietro, Piazzo Pio XII, tel. 800-917430 (gratis nummer). Het kantoor is op het St. Pietersplein in de uiterste zuidoosthoek.
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 9-13 en 14.30-18 uur.

Het Vaticaan
Het verstrekken van oorkondes heeft geen prioriteit voor het Vaticaan en gebeurt alleen als de betreffende functionaris tijd heeft. Zie voor meer informatie de site van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome. Klik daarin achtereenvolgens op Pelgrimeren, Testimonium en Vaticaan.


Hoe kom ik terug?
De terugreis kunt u maken met de trein, de fietsbus of het vliegtuig. Verder kunt u uw fiets laten nasturen door Soetens (een in fietsvervoer gespecialiseerd transportbedrijf) of met vrienden of familie terugreizen per auto. Via een oproep op deze site konden fietsers een heel seizoen hun ervaringen met fietsvervoer kwijt. Van de 33 mensen die reageerden waren de meesten tevreden over het fietsvervoer. Zeven mensen hadden echter een klacht over beschadigingen aan de fiets. Deze beschadigingen deden zich zowel bij verschillende luchtvaartmaatschappijen, de trein (autoslaaptrein en City Night Line) als Soetens voor. Over geen enkele vervoerder kwamen echter meerdere klachten binnen.
Het merendeel reisde terug per vliegtuig, waarbij men soms de fiets met Soetens liet nabezorgen. Een aantal fietsers koos ook voor de trein, maar bij degenen die op de oproep reageerden was er niemand die gebruik gemaakt had van de fietsbus of vrienden/familie met auto.

Met de trein
Voor alle details en tickets: de Treinreiswinkel, tel. 071-5137008 (filiaal Leiden) en tel. 020-5244560 (filiaal Amsterdam). Het personeel van de Treinreiswinkel is zeer vriendelijk en kundig. Wilt u liever zelf de treinreis uitzoeken, dan is de site van de Deutsche Bahn een van de beste mogelijkheden. Wanneer u op deze site het vakje "Fahrradmitnahme" aanvinkt, krijgt u alleen treinen te zien waarin de fiets mee mag. U kunat ook aangeven dat de overstaptijd bv. minstens 15 minuten moet zijn.
Om een gunstige verbinding vanuit Italië te vinden kunt u het best eerst de verbinding tot München plannen en daarna de rest; anders kunt u een reisadvies krijgen met heel veel overstappen, omdat dan de City Night Line niet als reisadvies gegeven wordt.
Een enkele reis Rome - Amsterdam met 2 overnachtingen in de City Night Line komt op ongeveer 200 euro per persoon, uitgaande van een slaapplaats in een 6-persoons couchette en boeking 2 maanden voor de reisdatum. Boekt u later of wilt u een 4-persoons couchette, dan betaalt u meer.

Wilt u de fiets meenemen in de trein dan gaat dat het best met nachttreinen. Overdag moet u veel vaker overstappen. Voor nachttreinen en InterCities (IC's) moet u altijd reserveren.
Reist u met een nachttrein, pas dan goed op uw bagage. Nachttreinen zijn een geliefd werkterrein van dieven. Het veiligst is het zaken als geld, paspoort en camera op uw lichaam te dragen. Kan dat niet, doe dan in elk geval uw coupé van binnen op slot voor u gaat slapen en druk ook uw medepassagiers op het hart de deur weer op slot te doen als ze er ’s nachts even uit geweest zijn.

Fietsslaaptrein Livorno - Den Bosch
In het hoogseizoen rijdt er elke wekelijks een autoslaaptrein tussen Livorno naar Den Bosch: zaterdag 3 juli t/m zaterdag 14 augustus richting Nederland, vrijdag 2 juli t/m vrijdag richting Italië. Deze trein neemt ook fietsen mee. Tickets zijn verkrijgbaar bij de Treinreiswinkel en de Fietsvakantiewinkel, tel. 024-3889065.

Vanuit Rome, met één overstap en een dagje in München
Wilt u zo min mogelijk overstappen, neem dan vanuit Rome Termini de City Night Line naar München Hauptbahnhof, bekijk overdag München een beetje (toeristische tips staan hieronder) en neem dan 's avonds de City Night Line naar Amsterdam. U kunt overdag uw fietst op het station in bewaring geven (zie hieronder). Reserveer tijdig voor de City Night Line Rome-München, want er kunnen maar een beperkt aantal fietsen mee. In de overige City Night Lines is meer plaats voor fietsen.

Fiets stallen op München Hauptbahnhof
Wanneer u uw fiets overdag kwijt wilt op het hoofdstation van München, loop tegenover spoor 19 recht van het spoor weg. Volg daarna het pictogram met koffer en vraagteken totdat u een bordje richting Schliesfachaufsicht ziet. Daar kunt u uw fiets voor 5 euro achterlaten, maar u moet hem wel vroeg in de avond weer ophalen, want dan gaat het Schliesfachaufsicht dicht.

Toeristische tips voor München
München is een echte metropool waar u zich niet hoeft te vervelen: er zijn gezellige winkelstraten en terrasjes en boeiende musea. Toppers zijn de Alte en Neue Pinakothek (schilderkunst), het Deutsches Museum (groot techniekmuseum waar u veel zelf mag uitproberen), de Frauenkirche, de Residenz en het Neues Rathaus, waar elk uur een klokkenspel en twee draaimolens met beelden in beweging komt. Buiten het centrum zijn de Englischer Garten, Schloß Nymphenburg, het BMW-museum en het utizicht vanaf de 190 m hoge Olympiaturm voornaamste attracties.

Vanuit Rome, vlugger maar met meerdere malen overstappen
U kunt ook na aankomst in München overdag verder reizen, maar dan moet u 3 tot 4 keer overstappen. Met de (aanzienlijke) omweg over Rheine is het aantal overstappen het kleinst. Zorg voor voldoende overstaptijd en houd er ook rekening mee dat uw trein met vertraging zou kunnen aankomen. Reserveer dus niet voor de trein naar Stuttgart die 10 minuten na aankomst van de City Night Line uit Rome vertrekt. Twee uur later gaat er weer een! Bij het zoeken van een verbinding op de site van de Deutsche Bahn kunt u de benodigde overstaptijd opgeven.
Reserveer tijdig voor de City Night Line Rome-München, want er kunnen maar een beperkt aantal fietsen mee. In de overige City Night Lines is meer plaats voor fietsen.

Vanuit Florence, Bologna en Verona en Venetië
De City Night Line Rome-München stopt dagelijks ca. 22.00 uur in Firenze Santa Maria Nuova (het centraal station van Florence), ca. 23.00 uur in Bologna Centrale en ca. 1.00 uur 's nachts in Verona Porta Nuova. Zie verder onder de kopjes "Vanuit Rome".

Vanuit Venetië
Venetië heeft zijn eigen City Night Line naar München. Hij vertrekt ca. 23.00 uur. Twee uur later wordt hij gekoppeld aan de trein uit Rome, maar daar hoeft u niets voor te doen. Stap in op het station Venézia-Mestre, dus op het vasteland. Het beginstation Venézia-Santa Lucia kunt u niet per fiets bereiken. Zie verder onder de kopjes "Vanuit Rome".

Vanuit Bregenz of Lindau, met weinig overstappen
Fietst u alleen deel 1 dan kunt u het beste vanaf Lindau de regionale trein naar München nemen en daar de City Night Line naar Amsterdam. Lindau ligt 8 km voor Bregenz aan de route. Het scheelt u een overstap.
Wilt u profiteren van uw Railpluskaart dan kunt u ook een kaartje Bregenz-München kopen en dan terugfietsen tot Lindau. Bregenz-München is immers een internationale treinreis waarvoor u korting kunt krijgen en Lindau-München niet.
U kunt vanuit Lindau ook naar Ulm reizen en daar op de City Night Line overstappen. Dat is korter en dus goedkoper, maar München heeft het voordeel dat de City Night Line daar begint, zodat u in alle rust alles aan boord kunt brengen. Bovendien hoeft u in München bij het overstappen geen lift of trap te gebruiken. (U moet wel een flink stuk lopen.)

Vanuit Bregenz of Lindau, voordelig maar vaak overstappen
Vooral wanneer u met meerdere fietsers bent kunt u in het weekend veel geld besparen met het Schönes Wochenende Ticket van de DB. Hiermee reist u in het weekend een etmaal onbeperkt voor 39 euro (indien via internet besteld) of 41 euro (uit de automaat) op lokale treinen. Het kaartje is geldig voor max. vijf personen. Per fiets komt daar een fietskaartje voor 4,50 euro bij.
Natuurlijk moet u op deze manier wel veel vaker overstappen. Een reisplan met alleen lokale treinen vindt u op de site van de Deutsche Bahn, wanneer u "Fahrradmitnahme" en "Nur Nahverkehr" aanklikt, plus reisdata die in het weekend vallen.

Nog wat tips voor de reis per trein
Het is aan te bevelen de terugreis per trein vooraf uit te zoeken: soms is de handigste verbinding niet de standaard reisroute. Vraag in dat geval expliciet om een kaartje via de door u uitgezochte reisweg.
Meestal is een lang voor reisdatum gekocht kaartje voordeliger is dan een op het laatste moment gekocht kaartje.
Bezit u één van de NS-kaarten, koop er dan voor 15 euro een Railpluskaart bij. Daarmee krijgt u 25% korting op grensoverschrijdende trienreizen. De kaart is verkrijgbaar bij de grotere stations in Nederland, of via tel. 0900-9296.

In de Duitse Intercity is reservering van een plaats voor de fiets vaak verplicht en altijd aan te bevelen. Dit moet minimaal één dag van te voren gebeuren. Reist u op het laatste moment, dan kunt u echter altijd aan het treinpersoneel vragen of er nog plaats is in het fietsrijtuig. Is er geen plaats, dan zult u met regionale treinen moeten reizen. Daarin kan de fiets bijna altijd zonder probleem mee. Dit betekent wel meer stoppen en overstappen, soms met aanzienlijke wachttijden en/of minder voor de hand liggende reisroutes.

Op het perron kunt u d.m.v. de ’Wagenstandzeiger’ zien waar het fietsrijtuig zal komen te staan. In Duitsland, Oostenrijk en Italië is op de vertrekstaten op de stations d.m.v. een fietssymbooltje aangegeven in welke treinen fietsen mee mogen. Het treinpersoneel in deze landen is meestal zeer behulpzaam.

Met de fietsbus
In 2011 vertrekken fietsbussen naar Eindhoven, Utrecht en Amsterdam vanuit:
– Bolzano (halverwege deel 2) en Lago di Caldonazzo (voorbij Trento aan Venetië-route), op donderdag 7 en 21 juli, 7 en 21 augustus en 1 september.
– Florence (eindpunt deel 2), Siena en Tuoro, op zaterdag 2 juli t/m 27 augustus.
Tuoro ligt aan het Trasimeense Meer en is goed per trein bereikbaar vanuit Rome (uitstappen in Taróntola, op ca. 8 km van Tuoro).

Al deze fietsbussen vertrekken een dag eerder uit Nederland.
U kunt in de bus niet liggend slapen; u moet het doen met royal class stoelen, waarvan de leuning ver achterover kan. Tip: neem een opblaasbaar nekkussentje mee.
Een enkele reis Florence – Amsterdam kost ongeveer 170 euro. Vertrekt u vanaf Rome, dan moet u daar het treinkaartje Rome – Florence (ca. 23 euro incl. fietskaartje) nog bijtellen

Voor meer details en tickets: Fietsvakantiewinkel, tel. 024-3889065.

Met het vliegtuig
Vliegen is van alle vervoersvormen de schadelijkste voor milieu en klimaat. (Klik hier als u daarover meer wilt lezen). U kunt via Greenseats de schade enigszins beperken.
Kijk voor het actuele aanbod van goedkope vliegverbindingen op:
www.whichbudget.com/nl/ of http://reizen.clubs.nl/goedkoopvliegen.
Op http://vliegtickets-aanbieders.startpagina.nl/ vindt u ook de niet-goedkope vliegverbindingen.

Een enkele reis Rome - Nederland met een goedkope luchtvaartmaatschappij ligt inclusief fietsvervoer grofweg tussen 50 en 150 euro. Hoe vroeger u boekt en hoe flexibeler u bent in de reisdatum, hoe voordeliger uw ticket wordt. Het kan zijn dat het vervoer naar het vliegveld duurder is dan de vliegreis zelf. Met van oudsher gevestigde luchtvaartmaatschappijen als KLM en Lufthansa bent u echter al gauw een bedrag van ca. 800 europ kwijt.
U dient het vervoer van uw fiets vooraf te resereveren. Neem hiervoor contact op met het callcenter van de maatschappij waarbij u boekt.

Vliegvelden in de buurt van de route zijn: Innsbruck, Verona-Villafranca, Venetië-Treviso, Venetië-Marco Polo, Bologna, Florence, Rome-Fiumicino en Rome-Ciampino. Camping Tiber bij Rome laat 6x per dag een bus rijden naar Rome-Ciampino waarin uw fiets mee kan. Twee ritten zijn zéér vroeg in de ochtend, de overige verspreid over de dag. De ritprijs bedraagt 25 per persoon incl. fiets, of als u de enige reiziger bent 40 euro. Op verzoek wordt ook naar Rome-Fiumicino gereden. Het naburige tuincentrum verkoopt plakband, karton en bubbeltjesplastic om de fiets in te pakken.

Op de site van de Vakantiefietser treft u een uitvoerige handleiding over hoe u een fiets moet verpakken voor vervoer per vliegtuig.

De meeste fietsers zijn tevreden over vliegmaatschappijen. Vooral Ryan Air wordt vaak aanbevolen, ook vanwege het vertrek vanaf het kleinere, rustiger vliegveld Rome-Ciampino. Ook Transavia wordt vaak aanbevolen. Toch gaat het een enkele keer mis:

"In de zomer van 2007 vlogen mijn vrouw en ik met Transavia vanaf Schiphol naar Venetië en reden we via Ferrara en Verona naar huis in Rotterdam. De fietsen waren verpakt in kartonnen dozen die we ter plekke weggooiden. Deze reis verliep vlekkeloos en met de fietsen was niets mis.

Afgelopen april / mei vlogen we vanaf Rotterdam met Transavia naar Rome. De fietsen waren verpakt in plastic hoezen die we tijdens het fietsen meenamen (op vliegveld Leonardo da Vinci is de bagagebewaring onbetaalbaar). Bij het lichter schakelen voor de eerste helling bleek de derailleur van mijn vrouw verbogen te zijn en klapte hij in het achterwiel. Met veel moeite kon ik met behulp van materiaal in een nabije garage (er was geen fietsenwinkel) de boel weer op gang brengen, maar de pat kwam niet meer goed recht en de lichtste versnelling kon niet meer gebruikt worden. Terugdenkend vermoed ik dat de beschadiging in Rotterdam is ontstaan toen ik de fiets half rechtop in een te klein bagagewagentje heb geplaatst. Maar zeker is dat uiteraard niet. Transavia liet mij voorafgaand aan de reis een papier tekenen waardoor we eventueel ontstane schade niet zouden kunnen claimen. De vorige keer was hier geen sprake van."


Ook de medewerking van het grondpersoneel laat soms te wensen over:
"We zijn teruggekeerd per vliegtuig vanaf Rome-Fiumincino, en het inklaren van je fiets is een taai gevecht met bitter weinig wetende bureaucraten. Zelfs een uur voor vertrek wordt nog doodleuk gevraagd of je beide wielen er toch maar af wil halen, terwijl de voorwaarden van de maatschappijen (in dit geval Easyjet) helder zijn. In fietsdoos of cassette of zelf iets knutselen met karton, tape en noppenfolie. Trappers eraf, stuurs dwars en banden leeg. We hadden bovendien een dag van tevoren alles ter plaatse besproken. Uiteindelijk ging de bloedmooie manager toch elegant en kordaat door de knieën. En verdwenen de fietsen door een te kleine scan (duwen en trekken met drie man) en daarna over een te smalle band. Wondertje dat ze redelijk gaaf in Schiphol rustig van een brede band kwamen zakken..."

Nog een paar ervaringstips:

– Pak de fiets zodanig in dat nog te zien is dat het om een fiets gaat. Waarschijnlijk zal men er dan met meer zorg mee omgaan.
– Doe de ketting achter op het grootste blad en pak de achterderailleur goed in om het risico om beschadiging te verkleinen.
– Gebruik een z.g airbag, een grote tas waar u al uw fietstassen in kunt doen (zie de foto hiernaast). Zo voorkomt u beschadigingen als u een tas met kliksluiting heeft, die je achter op de bagagedrager kunt klikken. De klemmen van zo’n tas kunnen tussen de lopende band vast blijven zitten en worden dan stuk getrokken.

NB: Om veiligheidsredenen (explosiegevaar bij brand!) is het absoluut verboden blikjes campinggas mee te nemen in het vliegtuig. Geef nog ongebruikte blikjes dus weg op uw laatste camping en laat het aangebroken blikje leegbranden voor u het weggooit.
Begint u de reis in Rome, dan kunt u campinggas kopen op de eerste camping waar u (bijna) langskomt: Camping Tiber in Prima Porta, net ten noorden van Rome.
Voor wie op benzine of brandspiritus kookt: ook dit zijn verboden gevaarlijke stoffen in vliegtuigen.

Fiets laten nasturen door Soetens
U kunt uw fiets ook laten opsturen met de firma Soetens, die zich gespecialiseerd heeft in het vervoer van fietsen van Rome en Santiago naar elk adres in Nederland en Vlaanderen. Het transport gebeurt met grote bestelbussen, waarbij uw fiets zorgvuldig wordt ingepakt om beschadigingen te voorkomen. Zelf reist u dus op andere wijze terug.
Voor Rome is het verzamelpunt de camping Smeraldo in Trevignano di Roma aan het Lago di Bracciano. Deze camping ligt niet aan de route, maar u kunt vanaf het station San Pietro, dichtbij het Pietersplein in Rome, de fiets meenemen naar Anguillara. Neem hiervoor een trein naar Viterbo of Bracciano. Vanaf Anguillara is het nog 8 km fietsen.
Vervoer vanaf andere adressen in en rond Rome is niet mogelijk. Wel is, in overleg met Soetens, vervoer mogelijk vanaf andere plaatsen aan de route, zoals Florence, Bologna, Verona of Bregenz. Ook vervoer vanuit Nederland en Vlaanderen naar Rome of een andere opstapplaats is mogelijk.
De kosten bedragen 119 euro. Tegen meerprijs kunt u ook uw bagage laten vervoeren.
Kijk voor meer informatie op www.fiets-vervoer.nl/.

Per auto
Sommige fietsers laten zich door vrienden of familie per auto ophalen.
Een andere mogelijkheid is een auto huren in Italië bij Avis of Hertz, en deze in Nederland weer inleveren. Houd daarbij wel rekening met de extra kosten voor het inleveren op een andere vestiging.
In beide gevallen is het belangrijk te weten dat in Italië lading, dus ook een fiets, niet opzij van de auto mag uitsteken. Naar achter uitstekende lading moet u voorzien van een reflecterend waarschuwingsbord van 50 x 50 cm met diagnonale rode en witte strepen. 's Nachts is bovendien een rood licht nodig.


Heb je nog tips?
Jazeker:
Tips voor de bergen (staan ook in de gidsen)
Tips voor bij warm weer (idem)
Tips tegen zadelpijn
Overige gezondheidstips
Tips rond schoenen en kleding
Tips rond bagage
Overige tips

Tips voor de bergen
– Eet voldoende voor u begint, maar niet te zwaar. Neem wat licht verteerbare mondvoorraad voor onderweg mee. Als u flauw geworden bent van de honger is het eigenlijk te laat. Neem ook voldoende te drinken mee, want u zult heel wat zweten.
– Kies een tempo en versnelling, waarvan u voelt dat u het langere tijd kunt volhouden.
– Bent u met meerdere fietsers , houd dan elk uw eigen tempo aan. Forceer uzelf niet, maar houd u ook niet in voor een minder getrainde reisgenoot. Wacht boven op elkaar, of op een vooraf afgesproken rustplek halverwege. Geef ook degene die het laatst boven komt tijd om uit te rusten. Die heeft dat immers het meest nodig!
– Hoog in de bergen is de zonnestraling intenser. Bescherm uzelf bijtijds.
– Bovenop de pashoogte waait het meestal flink. Pas daarvoor op als u bezweet boven komt.
– Zorg er met het oog op de afdaling voor, dat de bagage goed over de fiets verdeeld is en stevig vast zit. Remmen en banden had u natuurlijk voor de reis al in orde gemaakt.
– Trek voor een lange afdaling iets warms en vooral winddichts aan. Doe verder een lange broek aan: mocht u komen te vallen dan loopt u minder schaafwonden op. Als u een helm bij u heeft, zet u die natuurlijk op.
– Zet ook bij bewolkt weer een zonnebril op, of beter: een bril zoals wielrenners die dragen. Als bij een snelheid van pak weg 50 km/u een insekt in uw oog komt, doet dat niet alleen veel pijn, maar doordat het oog gaat tranen ziet u niets meer.
– Wees voorzichtig bij het afdalen. Het voelt heerlijk om hard naar beneden te suizen, maar u bent erg kwetsbaar op een fiets. Wees verdacht op gruis of zand in de buitenbocht. Blijf steeds op uw eigen weghelft en zorg dat u altijd kunt stoppen op het stuk weg dat u kunt overzien: u weet immers niet welke verrassing om de bocht wacht.
– Let op de bochten en het wegdek; niet op het mooie uitzicht. Stop liever af en toe om daarvan te genieten.
– Rem nooit voortdurend een klein beetje. Rem regelmatig wat forser en laat de snelheid dan weer even oplopen. Zo kunnen de remblokjes steeds weer afkoelen en u voorkomt kramp in uw handen. Rem bijtijds vóór de bocht, niet ín de bocht.
– Bent u met meer fietsers, houd dan bij het afdalen flink afstand.
– In Italië kent men een soort verkeersdrempels die ook voor fietsers lastig zijn. Zeker in een afdaling moet u hier niet hard overheen fietsen!

Tips voor bij warm weer
– Pas uw dagindeling aan bij het weer, vooral als de route heuvelachtig is. Klimmen op het heetst van de dag vergt veel van uw lichaam. Vertrek vroeg en stop tegen de middag bij camping of hotel, zodat u net als de Italianen een lange siësta kunt houden. Denk er echter om dat ook campings, winkels en hotels tijdens de siësta (13-15 of 13-16 u.) vaak gesloten zijn.
– Drink regelmatig en voldoende!
– Door het transpireren verliest u veel waardevolle mineralen, waardoor het prestatievermogen minder wordt. In Duitsland en Oostenrijk kunt u in de apotheek magnesiumpreparaten kopen, die u als pil kunt innemen of als poeder met citroensmaak door uw drinkwater kunt doen. In Italië noemt men deze preparaten ’sali integrali’ en gaat het meestal om magnesium plus kalium (magnesio e potasio). Zelfs in kleine plaatsen is meestal wel een apotheek (farmacia) waar u deze preparaten kunt kopen. Gebruik niet meer dan de aanbevolen dosis.
– Bescherm uzelf door crème of (luchtige) kleding tegen de zon. Denk ook aan hoofd en nek.

Tips tegen zadelpijn
– Schaf een anatomisch zadel aan en stel dat goed af (met de punt iets naar beneden).
– Smeer de pijnlijke plekken vooraf in met zinkzalf.
– Houd de huid zoveel mogelijk droog en schoon. Mannen kunnen hierbij talkpoeder gebruiken. Dit is uiteraard niet geschikt voor vrouwen.
– Zorg voor een goede hygiëne na toiletbezoek.
– Draag steeds schone, gewassen fietsbroeken. Bezwete broeken bevatten meer bacteriën en ademen ook minder goed. Doe een bezwete fietsbroek na het fietsen snel uit.
– Draag fietsbroeken met een synthetische zeem in het kruis. Een goede fietsbroek heeft geen naden aan de binnenzijde van de dij of op de plaatsen waar u zit. Zo worden huidirritaties en wondjes tegengegaan.

Overige gezondheidstips
– Zorg voor een fiets met de juiste maat. Uw fietsenmaker kan u helpen bij het vinden van de juiste instelling van zadel en stuur. Als een en ander niet optimaal op uw lichaam is afgesteld, zal het fietsen u veel sneller vermoeien en kunnen pijnklachten ontstaan.
– Pas uw dagafstanden aan bij u conditie. Forceer uzelf niet.
– Voor de meesten van ons is het wijs na een aantal dagen een rustdag in te lassen. Dat is tevens handig om de was te doen (of te laten doen).
– Als u onder bomen fietst of kampeert, loopt u het risico op een tekenbeet, vooral wanneer u schaars gekleed bent. De teek kan twee vrij ernstige ziekten overbrengen: de ziekte van Lyme en FMSE (tekenencefalitis). Neem daarom een tekenpincet mee, zodat u een eventuele teek zo snel mogelijk met een draaiende beweging kunt verwijderen. Zo’n pincet weegt ongeveer 10 gram, dus voor het gewicht hoeft u het niet te laten. Ontsmet daarna de plek van de tekenbeet het liefst met tetracyclinezalf of als u dat niet bij de hand hebt met betadine of sterilon.
De kans op besmetting met de ziekte van Lyme is klein wanneer de teek binnen 24 uur verwijderd wordt. Op de plek van de beet kan zich na enkele dagen of zelfs weken een rode, ringvormige huiduitslag ontwikkelen, maar het hoeft niet. De ziekte van Lyme is in een vroeg stadium goed te behandelen met antibiotica. Onbehandeld kunnen echter gewrichtsklachten, neurologische problemen of hartaandoeningen ontstaan.
FMSE is een soort hersenvliesontsteking, overgedragen door een virus dat de teek bij zich draagt. 2 à 3 procent van de mensen die ziek worden overlijdt aan FMSE. Het beste kunt u zich voor vertrek preventief laten inenten, want na besmetting is er geen behandeling mogelijk, al is inenting binnen maximaal vier dagen soms nog effectief. In dat geval krijgt u over de periode van een jaar 72 vaccinaties.
– In Midden-Europa, zo ongeveer tussen het Zwarte Woud en Noord-Italië, moet u oppassen met het eten van zelfgeplukte bosvruchten (bosaardbei, braam, framboos). Deze kunnen namelijk besmet zijn met de vossenlintworm, die ernstige schade veroorzaken aan verschillende organen kan veroorzaken. Koken van de vruchten en handen wassen voorkomt besmetting, maar dan kunt u er dus alleen nog maar jam van maken.

Tips rond schoenen en kleding

Schoenen
Echte kilometervreters zullen het liefst met echte fietsschoenen fietsen. Deze schoenen hebben een zeer stijve zool en kunnen met het SPD kliksysteem vastgeklikt worden in de pedalen, waardoor u meer kracht kunt zetten. Als u er nooit mee gefietst heeft, moet u wel even leren hoe u de schoen vastklikt en vooral hoe u hem weer snel los krijgt. Anders kunt u heel akelig vallen als u stil komt te staan.
– Een nadeel van dergelijke fietsschoenen is dat u er bijna niet op kunt lopen. Zogeheten Fiets/loopschoenen hebben een iets minder stijve zool, waardoor u er iets beter op kunt lopen. Voor een echte wandeling zijn ze echter toch niet geschikt.
– Bent u eerder een toerfietser die het rustig aan doet, dan zijn fietsschoenen of fiets-loopschoenen niet echt nodig. In verband met het doorgaans warme weer onderweg is het verstandig schoenen te kiezen die goed ademen.  Als dat schoenen zijn, die niet waterdicht zijn dan kunt u ze bij regen droog houden met plastic regenhoesjes. Deze zijn verkrijgbaar bij goede fietsenzaken, wegen ongeveer 150 gram en nemen niet veel ruimte in.

Fietsbroek
– Een goede fietsbroek heeft een synthetische zeem in het kruis en vertoont geen naden aan de binnenkant van de dij of op de plaats waar u zit.
– Er bestaan ook fietsonderbroeken, waar u een gewone korte broek overheen aantrekt, maar de zeem in zo’n fietsonderbroek is van een veel mindere kwaliteit dan in een fietsbroek. Mocht u het genant vinden dat uw vormen in een fietsbroek prominent zichtbaar zijn, dan bestaan er ook broeken die er van buiten uitzien als een gewone korte broek met handige zakken en van binnen toch een kruis met synthetische zeem hebben.

Shirts
Een katoenen shirt wordt bij transpiratie heel snel nat, voelt dan koud aan, droogt vrij langzaam en ruikt snel onfris. Goede buitensportzaken verkopen twee prima alternatieven voor katoen: shirts van bijzonder synthetisch materiaal of van merinowol. Beide materialen laten transpiratie veel beter door en worden zelf minder snel nat. Synthetisch materiaal heeft als voordeel dat het zeer snel droogt na een wasbeurt. Merinowol heeft als voordeel dat het heel weinig lichaamsgeur opneemt. U kunt het meestal zonder bezwaar meerdere dagen dragen. Bovendien ziet het er zo mooi uit, dat u het ook als iets nettere kleding kunt gebruiken, bv als u naar een restaurant gaat. Anders dan gewone wol kriebelt merinowol niet. Als het nat wordt door transpiratie - wat lang niet zo snel gebeurt als bij katoen - blijft het toch warm aanvoelen. Als het ‘s avonds kil wordt voelt merinowol veel warmer aan als katoen. Het is wel duurder dan synthetisch materiaal en droogt niet zo snel na een wasbeurt.

Kleding voor kou en regen
Fleece kleding is heel geschikt als isolerende laag om bij kouder weer over uw shirt te dragen. Houd er als u zelf kookt wel rekening mee dat fleece – anders dan wol of katoen – vrij makkelijk brandt. Er bestaan ook wat dikkere shirts van merinowol met lange mouwen. Deze zijn geschikt als eerste isolerende laag, met als het kouder wordt daaroverheen weer een fleece trui.
Regenkleding: Het beste is een ademend regenpak, maar ook daarin wordt u op den duur van binnenuit nat. Zo goed werkt dat ademen nu ook weer niet. Een regenbroek direct over uw blote benen voelt niet prettig. Dat kunt u verhelpen door over uw fietsbroek eerst een lange majo aan te trekken. Regent het bij warm weer, dan kunt u zich waarschijnlijk beter beperken tot een regenjack. Na de bui zijn uw blote benen zo weer droog.
– Als alternatief voor een regenbroek kunt u uw benen insmeren met warming-up zalf, verkrijgen bij wielersportzaken. Uw benen worden dan weliswaar nat, maar niet koud. Op dezelfde wijze kunt u in plaats van gewone sokken neopreen surfsokken dragen, verkrijgbaar bij buitensportzaken. Daarin worden uw voeten wel nat, maar niet koud. U zit dan nog wel geruime tijd met natte schoenen. Er zijn fietsers die aldus gewapend in windjack, koersbroek en sandalen zelfs in de natte sneeuw over de Alpen gefietst hebben, zonder het koud te krijgen.

Overige kledingtips
Om uzelf tegen de zon te beschermen is een petje handig. U kunt natuurlijk ook een fietshelm dragen, dan bent u ook tegen de zon beschermd en bovendien – tot op zekere hoogte – tegen valpartijen.
– Een afritsbroek is heel handig als u een dagje een stad gaat bekijken. Voor bezoek aan een kerk ritst u de pijpen even aan; daarna doet u ze buiten weer af.

Tips rond bagage
– Vliegt u na uw fietstocht terug naar huis, dan is een z.g airbag handig. Dit is een grote tas waar u al uw fietstassen in kunt doen. Zo voorkomt u beschadigingen als u een tas met kliksluiting heeft, die je achter op de bagagedrager kunt klikken. De klemmen van zo’n tas kunnen tussen de lopende band vast blijven zitten en worden dan stuk getrokken.
Voorkom verwisseling van fietstassen door ze van een persoonlijk kenmerk te voorzien. Erg veel fietsers gebruiken dezelfde tassen van Ortlieb. Zo kunnen tassen onbedoeld verwisseld worden op het vliegveld, in de trein of in de fietsbus.
– Een goede verdeling van het gewicht over de fiets is heel belangrijk voor uw veiligheid, met name tijdens afdalingen. De linkertas moet even zwaar zijn als de rechter. Neemt u ook kampeerspullen mee, dan zijn vanwege het groetere gewicht van de bagage ook voortassen nodig, dicht bij de naaf van het voorwiel bevestigd aan zg. low-riders. Stop 1/3 van het gewicht in de voortassen en de rest in de achtertassen. Gebruik niet één grote achtertas die over de bagagedrager hangt: de bagage kan daarin naar één kant zakken.
– Stop zware dingen onderin de fietstassen.
– Gebruik een stuurtas die u in een handomdraai van het stuur af kunt halen. Stop daarin uw kostbare zaken (paspoort, geld, camera, mobieltje etc.) en neem die tas altijd mee als u een winkel, café etc. binnengaat. Stop geen zware dingen in een stuurtas: dat stuurt niet prettig.
– Stop zaken die zouden kunnen lekken in plastic zakken. Als u perzikken, aardbeien of ander zacht fruit wilt meenemen, doe het dan in een Tupperware doosje; anders wordt uw bagage geheid een kleffe massa! Ook metalen tubes met bv. zalf gaan gemakkelijk stuk als ze in de knel komen. Buitensportzaken verkopen navulbare tubes voor bv. pindakaas. Dat scheelt veel gewicht vergeleken met een glazen pot.
– De Finewel sporthanddoek, voor ca. 15 euro verkrijgbaar bij de betere buitensportzaak, is veel lichter en kleiner dan een gewone handdoek. Hij werkt als een zachte zeem: u kunt hem uitwringen en zelfs als hij nat is kunt u zich er nog mee afdrogen. Nat opgeborgen gaat hij echter enorm stinken!
– Een flesje babyshampoo, Sanex of Sebamed is niet alleen geschikt voor uw haar, maar ook voor uzelf, de vaat en de handwas. Waspoeder meenemen voor de machinewas is niet nodig, omdat campings met wasmachines bijna altijd waspoeder voor één wasbeurt verkopen. En anders is er vast wel een vriendelijke buur op de camping die wat waspoeder wil geven.
– Wanneer u een beetje zout over het eten strooit als het klaar is in plaats van een hele schep in het kookwater, dan is één filmbusje vol genoeg voor de hele vakantie.

Overige tips
Fietst u met twee of meer mensen, dan is het handig om elk een fluitje bij de hand te hebben voor het geval u onverhoeds achterblijft door bv. een lekke band. Het fluitje valt beter op dan schreeuwen.
Koel drinkwater: uw drinkwater blijft bij warm weer lekker koel wanneer u een natte sok of lap om uw bidon doet.
Losse veters kunnen zich rond uw trapper wikkelen en u zo ten val brengen. Dit kunt u voorkomen met veterclips.

Heeft u ook een praktische tip, die u met andere fietsers wilt delen? Mail mij!


Kun je de route ook lopen?
Het kan natuurlijk wel, maar het is niet de ideale wandelroute. Veel wandelaars lopen immers het liefst over onverharde paden, terwijl fietsers over het algemeen de voorkeur geven aan verharde paden en wegen. De fietsroute gaat dan ook zo veel mogelijk over asfalt, al zijn er wel enkele onverharde gedeelten.

Toch heeft de route ook enkele pluspunten ten opzichte echte wandelroutes:
– De kans op verdwalen is veel kleiner dan bij de meeste wandelroutes.
– Deze fietsroute is in de Alpen veel minder steil en hoog dan de meeste wandelroutes, die veelal voor echte bergwandelaars zijn uitgezet. Daardoor kunt u met deze route eerder de Alpen oversteken, zodat u in Italië kunt lopen voordat de ergste zomerhitte toeslaat. De Alpenpassen in de route – Arlbergpas en Reschenpas – zijn zeker begin mei te belopen.
– U heeft slechts drie routegidsen nodig voor de hele tocht naar Rome.
– De route is – anders dan echte wandelroutes – geschikt om met een bagagewagentje te lopen.

Wandelaars hebben veel aan de volgende boeken:
Op pelgrimstocht naar Rome, 2010, Ben Teunissen, ISBN 978-90-5877-879-6. Vraagbaak voor wandelaars en fietsers.
Een Fransiscaanse voetreis, 2008, Kees Roodenburg, ISBN 978-90-805913-6-3.
Beschrijving van een 493 km lange route voor wandelaars van Florence via Assisi naar Rome.


Kun je de route met een volgauto rijden?
Tot en met de Alpen kunt u de route niet met een volgauto rijden, want tot daar bestaat hij voor het grootste deel uit fietspaden en weggetjes waarop alleen auto’s van aanwonenden toegestaan zijn. Soms – zoals in het Rijndal – loopt het fietspad naast een hoofdweg, maar meestal niet. U kunt elkaar natuurlijk wel ontmoeten op punten waar het fietspad een weg kruist.
Op de routekaartjes is duidelijk aangegeven welke stukken route autovrij zijn en welke niet.
Na de Alpen zijn er nauwelijks fietspaden voorhanden. Hier kunt u dus vrijwel overal wel met een volgauto rijden.


Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?
Voor het volgen van de route heeft u geen kaarten nodig: de route is in de boekjes ingetekend op duidelijke kaarten (meestal schaal 1:150.000). Bovendien is er per etappe een overzichtskaartje (schaal 1:700.000).
Eventueel kunt u voor het grote overzicht de volgende kaarten aanschaffen:
Michelin blad 719 voor Duitsland en Oostenrijk (1:1.000.000)
Michelin blad 735 voor Italië (1:1.000.000).


Wanneer is de laatste druk verschenen?
Deel 1 (3e druk) is juni 2011 verschenen. Met de wijzigingen en aanvulingen die onder de knop Wijzigingen staan kunt u echter nog prima gebruik maken van de tweede druk.

Deel 2 (2e druk) is in eind juli 2009 verschenen.
Ten behoeve van degenen die de eerste druk nog hebben zijn onder de knop Wijzigingen nog alle belangrijke wijzigingen en aanvullingen te lezen.

Deel 3 (bijdruk van 1e druk, 2011) is januari 2012 verschenen. In deze bijdruk zijn alle nu bekende wijzigingen in route en overnachtingsadressen verwerkt. Als deze bijdruk is uitverkocht zal een geheel nieuwe 2e druk verschijnen. Dit gebeurt zeker niet in het jaar 2012.