Laatste wijziging: 9 maart 2017

Hoe zwaar is de route?

Kun je de route fietsen met kinderen?

Hoe lang doe je er over?

Wegdek

Overnachten

Kosten

Het weer

Beste tijd om te gaan

Voorbereiding

Een geschikte fiets

Paklijst en inpaktips


Tips rond:
Schoenen en kleding / Fietsen in de bergen / Fietsen bij warm weer / Zadelpijn /
Overige gezondheidstips
/ Overige tips /
Tips om veilig te zwemmen (externe link)

Waar kan ik in Rome een getuigschrift halen?

Kun je de route ook andersom fietsen?

Kun je de route ook lopen?

Kun je de route ook met een e-bike doen?

Kun je de route met een volgauto rijden?

Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?

Wanneer verschijnt de volgende druk?

Hoe kom ik terug?
Trein / Bus / Vliegtuig / Auto


Jouw vraag er niet bij? Laat het me weten.

Zie voor vragen & tips rond GPS de aparte pagina GPS.
Daar vind je enkele tips over GPS plus het antwoord op een paar eenvoudige vragen, maar ik ben geen GPS-deskundige. Wordt jouw vraag niet beantwoord op de GPS-pagina, neem dan contact op met de producent of de winkel waar jehet apparaat gekocht hebt, of kijk op onderstaande sites over GPS:
www.gpsopdefiets.nl is geheel gewijd is aan GPS op de fiets, met tips en informatie, plus vergelijking van verschillende GPS ontvangers.
Verder zijn er verschillende internetfora over GPS, zoals bijvoorbeeld:
www.GPS-expert.nl
www.GPSpassion.com


Hoe zwaar is de route?
De hoofdroute via Ravenna en Assisi is zo licht mogelijk gehouden, maar je zult toch over de Alpen, de Apennijnen en de heuvels van Midden-Italië moeten. Veel fietsers die zowel naar Santiago als naar Rome zijn gefietst vinden de Rome-route zwaarder, mede omdat het in Midden-Italië meestal warmer is dan in het noorden van Spanje.

Tot aan de Alpen is de route vrij licht: veel langs rivieren en maar af en toe over een heuvel. De Alpen zijn met twee lage passen zwaarder, maar hier is zonodig hulp mogelijk van trein of bus (zie verderop bij deel 2).
Veel fietsers zien vooral op tegen de Alpen, maar Midden-Italië (de Apennijnen plus de heuvels daarna) is zwaarder en er is – anders dan in de Alpen – geen hulp van trein of bus mogelijk. Niet alleen is het opgetelde hoogteverschil groter dan bij het Alpentraject maar ook vinden veel fietsers steeds nieuwe heuvels zwaarder dan één echte berg. Daarbij is het in Midden-Italië warmer dan in de Alpen. Vind je klimmen in de hitte zwaar ga dan in het voor- of naseizoenn (april / mei of vanaf half september) of fiets alleen in de koelere ochtenduren.

Op sommige blogs onder de knop Reisverhalen kun je lezen dat de hellingen tot wel 18% steil zijn. Dat klopt, maar dan gaat het maar om heel korte stukjes (20–100 m). De langere stukken zijn maximaal 11%, maar meestal ligt het hellingspercentage tussen de 4 en 8%.

Zie voor details per deel hieronder.



Deel 1 (Amsterdam – Garmisch-Partenkrichen)
De eerste 780 km zijn bijna steeds vlak. In Zuid-Duitsland moet er wat meer geklommen worden, vooral tussen het Kocher- en Jagsttal (maximum percentage van 9%). De klim naar de Schwäbische Alb (in het hoogteprofiel hieronder ongeveer bij km 850) stelt daarna niet veel voor: hoogteverschil 135 m, helling 6-8%.



Deel 2: over de Alpen
Afgezien van de twee bergpassen, die vergeleken met de doorsnee Alpenpas erg laag zijn, is deel 2 heel licht. Wanneer je beide passen een stukje met trein resp. bus doet blijft van het opgeteld hoogteverschil van 2960 m nog maar 1260 over. Neem je tussen Meran en Auer de lichtere (maar minder mooie) variant, dan gaan er nog eens 300 m klimmeters af.
De eerste pas (de Buchener Höhe) kun je per trein doen. Na een stuk fietsen stroomopwaarts langs de Inn kun je de tweede pas (de Reschenpas) per bus met fietsaanhanger doen. Het is ook mogelijk beide passen in één treinreis over te slaan. Scrol daarvoor iets omlaag.

Buchener Höhe
Tussen Garmisch-Partenkirchen en de Buchener Höhe (1256 m) zijn er uit 3 steilere stukken met een maximum helling van resp. 5%, 8% en 9% met daartussen lange, bijna vlakke stukken met af en toe een steil stukje. Bij elkaar is het hoogteverschil ongeveer 700 m. Desgewenst kun je de regionale trein Garmisch-Partenkirchen – Mittenwald – Innsbruck nemen. Deze trein heeft een voor fietsers zeer prettige lage instap en je hoeft geen plaats te reserveren. Stap uit in Seefeld om via Mösern weer op de route te komen.
Richting Nederland s de route hier zwaarder: De 620 m hoogteverschil wordt in één keer overwonnen met een continue helling van 9-10%. Wil je richting Nederland gebruik maken van de trein, fiets dan na Telfs door langs de Inntalradweg naar Innsbruck, waar je de trein richting Garmisch-Partenkirchen kunt nemen. Stap uit in Mittenwald. Het station ligt vlakbij de route.
In het hoogteprofiel hierboven zijn de gedeelten die je per trein of bus kunt doen groen gekleurd.

Reschenpas
Voor de Reschenpas (1515 m, 430 m hoogteverschil, max 7%) kun je van begin mei tot eind september 5 keer per dag mee met de Huckepack, een bus met fietsaanhanger. De bus rijdt tot Nauders, maar vanaf daar is de pas niet steil meer. De bus vertrekt al in Landeck, maar je kunt ook nog instappen in Pfunds, waar de klim pas echt begint. Let op: alleen gewone fietsen kunnen mee op de fietsaanhanger, tandems of e-bikes niet.
Klik hier voor meer informatie.
Ga je buiten de periode mei-eind september op pad, dan is het ook op de reguliere postbussen mogelijk enkele fietsen mee te nemen.
Richting Nederland is de Reschenpas aanzienlijk zwaarder: hoogteverschil 550 m, 5-10% plus twee korte stukjes (hooguit 100 m) van 14-15%. Voorzover er plaats is kun je met je fiets mee met de gewone lijnbussen vanuit Malles Venosta/Mals. Is er geen plaats, dan biedt de Vinschgau Bike Shuttle naar de Reschensee uitkomst (tarief 8 euro, uiterlijk tot 18 uur de dag tevoren reserveren onder tel. 0039 320 3114552). Een laatste uitwijkmogelijkheid is de hoofdweg. Die is weliswaar niet steil, maar wel druk.

Beide passen per trein
Het is ook mogelijk om beide passen per trein over te slaan: instappen in Garmisch-Partenkirchen, overstappen in Innsbruck en uitstappen in Brenner/Brennero. Dit zijn allebei treinen met lage instap. Vanaf deze plaats aan de Oostenrijks-Italiaanse grens kun je omlaag fietsen naar Bozen/Bolzano via de Eisacktalradweg, die na Bozen/Bolzano weer op de fietsroute in het boekje uitkomt. Onderweg is de autosnelweg zelden ver weg, en er zijn in de eerste helft van de afdaling (tot Brixen/Bressanone) enkele stukken waarbij het weer even steil omhoog gaat. Is dat een bezwaar, stap dan in Brenner/Brennero over op de trein naar Bozen/Bolzano (geen lage instap).
Richting Nederland wordt de Eisacktalradweg zwaarder vanaf Brixen/Bressanone, met een aantal steile klimmetjes. Wil je alle klimwerk vermijden, neem daar dan in de regionale trein, stap over in het eindstation Brenner/Brennero op de Oostenrijkse trein naar Innsbruck en daar weer op de regionale trein naar Garmisch-Partenkirchen. Uitstappen kan al in Mittenwald, want vanaf daar is de route richting Nederland op een enkel hobbeltje na tot Garmisch-Partenkrichen vlak of afdalend. De treinen naar Brenner/Brennero heeft een hoge instap; de beide andere hebben een lage instap.
Op het station Brenner/Brennero vertrekt de trein naar Innsbruck ongeveer elk uur vanaf het niet-doorlopend spoor aan de noordkant van het station (Italiaans: Tronco / Duits: Stumpfgleis). Dit is slecht aangegeven, maar je vind het als jeu de trap naar spoor 7 neemt. Op het station Brenner/Brennero is helaas geen lift; je zult je fiets de trap op en af moeten sjouwen.



Trento - Venetië
Kies je voor de Venetië-route, dan wacht na Trento nog een laatste klim (zie het hoogteprofiel hieronder). Het hoogteverschil bedraagt bijna 300 m met percentages van 6-9%, met één stukje van 300 m à 13%. Een goed alternatief is de redelijk frequente trein van Trento tot Pérgine Valsugana, waar je de route weer kunt oppakken. De meeste treinen op dit traject hebben een lage instap.



Deel 3: de Apennijnen en de heuvels daarna
Wil je zo min mogelijk klimmen, neem dan tussen Ferrara en Rome de hoofdroute via Ravenna en Assisi. Dit is veruit de lichtste mogelijkheid. De zwaarste klim is de Valico di Viamággio over de Apennijnen: hoogte 983 m, hoogteverschil 700, max. helling 3x korte stukjes 9%, maar verder 3-7%. Na een lange afdaling volgt tot voorbij Assisi een stuk van 110 km zonder veel klimwerk. Daarna zijn er tot Rome nog een aantal heuvels te overwinnen.
Richting Nederland is de Valico di Viamággio met een gelijkmatige stijging van 4-6%, onderbroken door een paar nagenoeg vlakke kilometers niet erg zwaar.



Toscane-route
Deze route via Florence en Siena is de zwaarste mogelijkheid, maar zonder twijfel ook de mooiste van de drie routes die tussen Ferrara en Rome beschreven worden. Niet alleen zijn er ongeveer 2x zoveel klimmeters dan in de hoofdroute; de hellingen zijn meestal ook steiler. De zwaarste klim is ook hier die over de Apennijnen: de Passo della Raticosa (hoogte 968 m, hoogteverschil 680 m). De klim begint met 5 km 7-8%, dan een lang vals plat en tenslotte een onregelmatige klim van maximaal 11%, maar met ook een afdaling binnen de klim.
Daarna blijven er tot Rome voortdurend heuvels te overwinnen.
Richting Nederland is de Passo della Raticosa met 5-11% en heel even 13% nog iets zwaarder.



Via Florence en Assisi
Kies je voor deze verbinding, dan volg je eerst de Toscane-route tot Florence (zie boven). Daarna steek je over naar de hoofdroute, die je ruim voor Assisi bereikt. Qua zwaarte en mooie uitzichten houdt deze route het midden tussen de twee andere. Voor de zwaarste col (hoogte 730 m, hoogteverschil 470 m, max. helling 11%) kan een minder steile, lagere variant gekozen worden, wat ca. 200 klimmeters scheelt.
Richting Nederland (dus van Assisi richting Florence) is deze pas veel minder steil dan in de andere richting, en de uitzichten langs deze doodstille weg zijn prachtig!


Kun je de route fietsen met kinderen?
Tot en met de Alpen is de route heel kindvriendelijk: rustige, vaak zelfs autovrije wegen of paden en weinig hellingen, vooropgesteld dat je bij beide Alpenpassen een stukje de trein resp. de bus neemt (zie hiervoor onder "Hoe zwaar is de route?"). Na de Povlakte wordt de route zwaarder en zijn wat drukkere wegenniet altijd te vermijden. Toch zijn er wel gezinnen met kinderen die tot Rome gefietst zijn. Enkele links naar hun reisverhalen staan hieronder.

Rick en Babette fietsten met hun kinderen Dilia (5) en Raffi (2) naar Rome. Babette schreef een leuk verslag met mooie foto's van de tocht. Aanbevolen 'leesvoer' voor andere gezinnen die nog aarzelen om met jonge kinderen op fietsvakantie te gaan!

Ook Jeroen en Willemijn fietsen met hun vier kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar naar Rome. Een korte impressie van hun belevenissen vind je hier.

Een paar tips voor een fietsvakantie met kinderen
Maak de dagafstanden niet te lang, houd voldoende pauzes, maak genoeg tijd vrij voor dingen die kinderen leuk vinden en betrek ze bij het volgen van de route. Geef ze bv. een eigen fietscomputer en stimuleer ze een vakantiedagboek bij te houden. Een schat aan informatie over fietsen met kinderen vind je op www.fietsenmetkinderen.info.


Hoe lang doe je er over?

Echt sportieve fietsers bereiken Rome in 2 tot 3 weken, maar de doorsnee vakantiefietser die onderweg ook wel eens een leuk plaatsje wil bekijken, op een terrasje zitten of een rustdag houden, zal eerder vijf weken nodig hebben.

Niemand zegt overigens dat je de hele route moet fietsen en dat dat in één vakantie moet gebeuren.

Je kunt bijvoorbeeld een stuk per trein doen, door te beginnen in Roermond of door de landschappelijk niet zo boeiende Povlakte per trein te doen.

Een heel genoeglijke manier om op een rustdag toch verder te komen is een schip te nemen over de Rijn of het Gardameer.

Sommige fietsers verdelen de reis over twee of drie vakanties: ook een mogelijkheid.


Er zijn ook fietsers die een rondje Midden-Italië doen via de verschillende route-varianten die daar voorhanden zijn. Het meest voor de hand liggende rondje is Florence – Assisi – Rome – Siena – Florence (750 km). Een langer rondje is mogelijk vanuit Ferrara: heen via de hoofdroute naar Rome, terug via de Toscane-route (1054 km). Beide rondjes kunnen natuurlijk ook andersom gemaakt worden, maar dan begin je met het zwaarste (en mooiste) deel van het rondje. Een tip voor wie in dit geval met de auto naar Italië gaat: op de camping in Ferrara kun je die veilig achterlaten voor 5 euro per dag bij twee weken of meer. Voor een kortere periode is het tarief 6,50 euro per dag. De campingbeheerder is bijzonder attent. Je moet een reservesleutel van de auto achterlaten ivm verplaatsen wegens gras maaien of onverhoopte calamiteiten. Vermoedelijk kun jeook op veel andere campings of bij agriturismo's je auto op deze manier achterlaten.


Wegdek
Tot en met de Alpen is het wegdek meestal goed. Daarna, in de Povlakte en vooral in Midden-Italië zijn de wegen helaas vaak schandalig slecht: barsten, grote gaten en hobbelig asfalt. Vooral in afdalingen is daardoor grote voorzichtigheid geboden, in het bijzonder in de schaduw van bomen de beschadigingen van het asfalt slecht te zien zijn. Hou je niet van slechte wegen fietsen, beperk de tocht dan tot Verona, Gardameer of Venetië.

Onverharde wegen
In deel 1 (door Nederland en Duitsland) gaat de route voor zo’n 20% over onverharde wegen. Juist deze stukken zijn vaak erg mooi, omdat ze door natuurgebieden of langs leuke riviertjes gaan. Met een randonneur, hybride of mountainbike is een en ander prima te doen. In Nederland gaat het dan meestal om schelpenpaden; in Duitsland om steenslag (sommigen noemen het gravel of grind).
In deel 2 en 3 (door Oostenrijk en Italië) is vrijwel de hele route verhard. In de Toscane-route zitten een paar km heel slechte onverharde weg, maar dat is nodig omdat je anders op een vreselijk drukke weg zou moeten fietsen.

Asfalt alternatieven
Voor het langste onverharde stuk in de route (60 km – van de Duitse grens tot bij Düren) is een alternatieve asfaltroute beschreven. Daarnaast is in de kaartjes soms een asfaltvariant ingetekend als dat ook zonder routebeschrijving makkelijk te volgen is. Deze asfaltvarianten zijn vaak wel minder mooi en wat drukker.

Nog minder onverharde wegen: GPS tracks voor racefietsers
Wil je onverharde wegen echt zoveel mogelijk vermijden, download dan de speciaal voor de racefiets gemaakte GPS tracks (zie GPS-pagina). Deze tracks gebruiken niet alleen de genoemde asfaltroutes en asfaltvarianten, maar vermijden waar mogelijk ook de onverharde stukken waarvoor geen asfaltvariant ingetekend is op de kaartjes. Let op: niet alle onverharde wegen zijn vervangen. Soms is er gewoon geen veilig asfalt-alternatief voorhanden, zoals langs de Neckar, voor Garmisch-Partenkrichen (beide deel 1) en aan het eind van de Toscane-route.


Overnachten
Bed & breakfasts en hotels zijn langs de hele route voldoende te vinden. Er zijn ook een aantal jeugdherbergen, maar lang niet genoeg om deze als enige vorm van onderdak te kiezen. Overnachten in kloosters is veel minder wijd verbreid als bij de St Jakobsroute.
Campings zijn zeer ongelijk verdeeld over de route: in sommige etappes zijn veel campings, in andere maar een enkele.


Kloosters
Iin de gidsen zijn alleen enkele kloosters vermeld die voor iedereen open staan. Ga je echter als pelgrim op weg dan kun je lid worden van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome en bij deze vereniging een pelgrimspas aanvragen. Daarmee openen zich vaak deuren van pastorie of klooster die voor anderen gesloten blijven. Een eerste aanzet tot een echte kloosterlijst staat op deze site onder de Aanvullingen.

Campings
De route is ingedeeld in etappes van zo'n 70 tot 90 km ( in de bergen aanzienlijk minder) die met uitzondering van 2 etappes in de Toscane-route allemaal eindigen in de buurt van een camping. In sommige gevallen ligt die camping nog wel een paar km van het parcours. Soms (bv op de Povlakte) is die camping bij het etappe-eindpunt de enige in de etappe; in andere gevallen zijn er onderweg in de etappe nog een paar campings, of zelfs heel wat (bv in Limburg, langs de Rijn en in de Alpen).
De meeste campings maken voor trekkende fietskampeerders zelfs als de camping eigenlijk vol is nog wel een plaatsje, bijvoorbeeld door te vragen of je een perceel met een andere kampeerder wilt delen. Bij mini-campings is het echter wel verstandig vooraf te vragen of er nog plek is: vooral in het weekend is een mini-camping wel eens in zijn geheel afgehuurd door een familie of vriendengroep. Zonder telefoontje vooraf loopt je ook de kans dat er niemand aanwezig is om je toe te laten en het sanitair te openen.

Accommodatielijst
In de gidsen worden per etappe bijna alle campings en jeugdherbergen langs de route vermeld, plus veel bed & breakfasts, agriturismo's (onderdak op boerderij) en hotels, van eenvoudig tot luxueus. Bij campings worden openingsperiode en voorzieningen als winkel, restaurant, wasmachine, wasdroger en zwembad vermeld. Ook wordt met pictogrammen aangegeven hoeveel beschutting er is en of de camping rustig gelegen is.
Bij alle accommodaties worden de prijzen per nacht (in laag- en hoogseizoen) vermeld voor één persoon en voor twee personen. Natuurlijk kunnen deze prijzen wel na verschijnen van de gids verhoogd zijn. Sommige bedrijven verhogen hun prijzen elk jaar met zo'n 5%.
Klik hier voor een preview van de accommodatielijst van een etappe.
(Scrol naar de 2e pagina van de pdf.)


Is het nodig vooraf accommodatie te reserveren?
Je legt daarmee je reisschema vaak onnodig vast, wat lastig kan zijn waneer het weer of de conditie een keer tegen zit. Daarom zou ik het alleen doen als je met een grotere groep fietst of in drukbezochte steden als Verona, Venetië, Florence, Siena, Assisi of Rome niet te veel wilt betalen. Denk bij betaalbaar onderdak in of bij steden overigens ook aan een trekkershut, huisje of huurcaravan op de camping.

In alle andere gevallen zou ik 's ochtends kijken hoe ver je die dag denkt te fietsen en aan de hand daarvan een adres uit de gids bellen om te vragen of ze een kamer voor je willen vasthouden. Wil je je plan voor de dag langer open houden, dan kunt je natuurlijk ook pas in de tweede helft van de middag bellen.
Bij hotels en jeugdherbergen kun je het ook op de bonnefooi proberen, maar de eigenaren van bed & breakfasts en agriturismo's vinden het meestal wel prettig wanneer je minimaal een paar uur van te voren even belt. Dan kun je samen een tijdstip afspreken waarop je komst de gastheer of gastvrouw schikt. Dit soort accommodatie wordt vaak alleen als bijverdienste of hobby gerund. Als je dan onaangekondigd voor de deur staat is er misschien niemand thuis of is de kamer nog niet in orde gemaakt.

Taalproblemen? Vraag uw gastheer/vrouw voor je te bellen naar het volgende adres.
Hieronder staat de vertaling van de zin: "Wilt u alstublieft dit nummer bellen en vragen of men vanavond een kamer voor mij/ons heeft? Hartelijk dank!"
Duits: Können Sie bitte dieses Nummer anrufen und fragen ob man heute Abend ein Zimmer für mich/uns hat? Herzlichen Dank!
Italiaans: Vuoi chiamare questo numero per me e chiedere se ci sono camere libere per me/noi stasera? Mille grazie!


Kosten
Hoeveel je fietsreis gaat kosten hangt voor een groot deel af hoe je overnacht. Een ander belangrijk deel van de dagelijkse kosten wordt ingenomen door eten en drinken. Door te kiezen voor weinig of juist veel comfort kun je je reis eigenlijk zo goedkoop of duur maken als je wilt. Ook de terugreis kost natuurlijk geld.

Vrijwel gratis
Wil je het zo goedkoop mogelijk houden, kook dan je eigen potje en kampeer wild. Dit laatste heeft echter twee bezwaren: het is niet toegestaan in de landen waar je door komt, en je kunt je niet douchen. Beter lijkt het om aan een boer te vragen of je op zijn erf mag staan. Meestal zul je een welwillend antwoord krijgen, zeker wanneer je echt als pelgrim onderweg bent (en als zodanig kenbaar, bv door een pelgrimspas van de Verenging Pelgrimswegen naar Rome). Waarschijnlijk mag je je dan ook wel douchen en het is goed mogelijk dat je wat te eten en te drinken krijgt en dat het een leuke ontmoeting wordt.

Betaalbaar
Als je niet om gunsten wilt vragen is de camping de meest betaalbare overnachtingsmogelijkheid. Campingprijzen variëren van 10 tot 20 euro voor één persoon. Twee personen zijn samen altijd voordeliger uit, omdat een groot deel van de prijs het perceel betreft.  Voor twee personen liggen de tarieven tussen 20 en 27 euro per nacht. Op het Nederlandse deel van de reis zijn veel boerderijcampings. Vooral die aangesloten zijn bij de SVR hebben heel schappelijke prijzen. Hiervoor moet je overigens officieel wel donateur van de SVR zijn (minimum jaardonatie: € 10). In het buitenland is het fenomeen boerderijcamping minder bekend. Toch zijn er de laatste jaren vooral in Italië wel een aantal agricampeggio's bijgekomen.
Naast kamperen is een bed op een slaapzaal in een jeugdherberg met 19-24 euro een relatief betaalbare optie. Erg veel jeugdherbergen zijn er echter onderweg niet en vooral in Duitsland liggen ze vaak boven op een heuvel, terwijl de route in het dal blijft. Voor het Nederlandse deel van de route is Vrienden op de Fiets een prima optie. Voor € 8 per jaar ben je lid en krijg je toegang tot het adressenbestand. Voor € 19 kun je dan logeren bij mensen die het leuk vinden gasten te ontvangen. Vaak fietsen of wandelen ze zelf ook, of hebben dat in het verleden gedaan.

Iets meer luxe
Geef je nog wat meer uit, dan kun je in plaats van een bed op een slaapzaal in de jeugdherberg ook een eigen kamer nemen (eenpersoonskamers voor ca. € 23; tweepersoonskamers voor ca. € 42). Voor iets meer geld kun jeook op zoek naar een betaalbare bed & breakfast, waar je vaak heel vriendelijk en gastvrij onthaald wordt. De goedkoopste adresen liggen meestal op het platteland. In of dichtbij steden zijn kamers altijd duurder.
Bij dit bestedingspatroon past dan welllicht ook eten buiten de deur in een eenvoudige gelegenheid. Alleen een hoofdmaaltijd plus een drankje zal (buiten Nederland) voor minder dan € 10 vaak mogelijk zijn. Neem je ook soep vooraf, een salade als extra, en een dessert na dan zit jeu zo op het dubbele. Over het algemeen is buiten de deur eten in Nederland iets duurder dan in Duitsland, Oostenrijk en Italië.

Een paar tips om het betaalbaar te houden: Café’s aan een centraal plein zijn doorgaans duurder dan die in een zijstraat. In Italië worden vaak drie tarieven gehanteerd: één voor een drankje staand aan de bar (het goedkoopst), één voor een consumptie aan een tafeltje binnen, en één voor het terras (het duurst). In Duitsland kun je voordelig koffie met iets erbij gebruiken bij bakkers, die in een hoek van de winkel een ”Stehcafé” ingericht hebben. Het heet niet voor niets een Stehcafé; hooguit staan er een paar barkrukken.

Echt luxe
Voor wie niet zo op het budget hoeft te letten biedt zich natuurlijk ook de mogelijkheid aan in driesterren of – als ze er zijn – viersterrenhotels te overnachten. Prijzen variëren hier enorm: voor eenpersoonskamers van ca. € 60 tot € 100, voor tweepersoonskamers van ca. € 80 tot € 160 euro. Voor een bijzonder hotel, bv een verbouwd kasteel of een sfeervolle oude villa, kunnen die prijzen nog hoger liggen.


Het weer
Hoewel het weer steeds grilliger wordt mag je in Duitsland toch grofweg hetzelfde weer verwachten als bij ons, maar dan iets minder winderig.

In het Alpenvoorland en aan noordkant van de hoogste Alpen kan het nat en koud zijn. Vaak is het door de grotere hoogte kouder dan in Nederland. Na de Reschenpas, waar je de hoofdkam overschrijdt, zijn de kansen op zonnig en warm weer veel groter. Maar soms komt de wind van de andere kant en is hier de regenkans juist groter dan aan de noordzijde van de Reschenpas.
Kenmerkend voor het weer in de bergen zijn de lokale verschillen en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zon en schaduw, dal en berg. Het weer kan heel plotseling omslaan; door de bergen zie je dat vaak niet aankomen. Luister dus altijd naar waarschuwingen van de lokale bevolking. En mochtje bij mooi weer een excursie in de bergen beginnen, neem dan toch regenkleding en iets warms mee.

Op de Povlakte is het vaak drukkend en erg warm (30-35°). Ook de rest van de tocht mag je warm weer verwachten, maar niet zo drukkend als op de Povlakte. Door de grotere hoogte koelt het in Midden-Italië nachts meer af. In Italië kunnen zich ’s zomers flinke onweersbuien ontwikkelen, maar over het algemeen blijven die niet lang hangen.


Beste tijd om te gaan
Voor de meeste fietsers zijn mei, juni en september de beste periode voor de tocht. In juli en augustus is het zeker in Italië (maar vaak ook al dichter bij huis) erg warm. Bovendien is het in het hoogseizoen drukker op campings en zal een kamer duurder en moeilijker te vinden zijn. Wilt je alleen het Italiaanse deel doen, dan kun je in het voorseizoen nog een paar weken vroeger vertrekken, of in het naseizoen een paar weken later.

Nog een paar overwegingen
– Voordeel van het voorseizoen boven het naseizoen is dat de natuur in het voorjaar volop in bloei staat en dat de dagen lang zijn. In het najaar is de natuur minder uitbundig en zijn de dagen al weer merkbaar korter. Kampeerders moeten er dan rekening mee houden dat het ‘s avonds eerder donker wordt, terwijl de nachten kouder worden en het ‘s ochtends langer duurt voordat de tent droog wordt.
– Door de lage ligging van de twee Alpenpassen zijn ze vaak al vroeg sneeuwvrij: vaak al in april, maar zeker in mei.
– Juli en augustus zijn in Italië heet. Vooral augustus wordt het in Italië zeer druk: augustus is dè vakantiemaand voor Italianen. Betaalbaar onderdak vinden kan dan moeilijk worden. Als kamperende fietser krijg je meestal nog wel een plaatsje voor één nacht, maar jeu staat dan wel vaak heel dicht op elkaar op de camping.
– Ga je buiten de periode begin mei – eind september op stap, dan kan het onderweg koud zijn. Veel campings zijn buiten de periode mei t/m september gesloten. In de Alpen kan er in het voorjaar nog wat sneeuw liggen. In het najaar is de kans op verse sneeuw aanwezig. Volg dan op weg naar de Reschenpas vanaf Nauders de hoofdweg, die in principe steeds geruimd wordt, dit in tegenstelling tot de autovrije weggetjes die de route gebruikt. Volg echter tussen Pfunds en Nauders nog niet de hoofdweg, want die is verboden voor fietsers.

Als je de route richting Nederland fietst
Fietst je de route andersom dan is de periode eind april tot eind juni het meest geschikt. In het begin van deze periode fiets je als het ware met het ontluikende voorjaar mee noordwaarts. September is een tweede mogelijkheid, maar houdt er rekening mee dat het gedurende de reis dan waarschijnlijk snel kouder zal worden: de zomer gaat voorbij èn je fietst van warme streken naar koelere.


Voorbereiding
Er zijn verschillende vormen van voorbereiding denkbaar. Zoals:
Basisinformatie over fietsvakanties inwinnen
Fiets en overige uitrusting aanschaffen
Conditie opbouwen
Een reisgenoot zoeken
Vertrouwd raken met de fietsgidsen
Leren werken met GPS
Wat Italiaans leren

Basisinformatie over fietsvakanties inwinnen
– Ben je helemaal nieuw in fietsvakantieland, kijk dan voor een schat aan praktische informatie op de sites van Europafietsers, Vereniging De Wereldfietser (NL) en Vereniging De Vakantiefietser (B).
– Of koop Het Grote Fietsvakantieboek (Schuijt en Keurlings, ISBN 9789080340107), een speels opgezet boek met veel nuttige informatie en handige tips.
– Verder kun je onder meer terecht bij De Vakantiefietser. Deze winkel in Amsterdam (niet te verwarren met de Belgische vereniging van dezelfde naam) specialiseert zich in vakantiefietsen. Je kunt er een afspraak maken voor een consult, met name voor fietsreizen buiten Europa.

Fiets en overige uitrusting aanschaffen
Twijfel je nog of een fietsreis wel je ding is, dan kun je misschien van een goede vriend(in) delen van de uitrusting lenen. Zo niet, dan tref je hier een overzicht van buitensportzaken in Nederland en België aan. Op de site van De Wereldfietser vind je een groot aantal links naar goede merken vakantiefietsen.

Probeer nieuwe uitrusting (fiets, fietstassen, kampeerspullen) ruim voor de grote reis uit, bijvoorbeeld tijdens een weekendtochtje. Dan heb je nog tijd om voor zaken die niet blijken te voldoen iets anders aan te schaffen.

Conditie opbouwen
Je hoeft geen topsporter te zijn om naar Rome te fietsen, maar een goede basisconditie is toch wel gewenst. Mocht die ontbreken, dan is het raadzaam vooraf te trainen. Dat kan door te fietsen, maar ook andere duursporten als schaatsen, zwemmen of hardlopen komen in aanmerking.
Is de conditie niet optimaal, luister dan goed naar je lichaam. Forceer je niet en fiets zeker in het begin niet te lange etappes. Op die manier kun je langzamerhand meer conditie opbouwen. Fiets je richting Italië, dan is het begin licht en wordt de route gaandeweg, vooral in deel 2 en 3, zwaarder. Begin je daarentegen in Italië om van daaruit huiswaarts te fietsen, dan begin je met het zwaarste deel van de tocht.
Let op: Wanneer je normaal weinig aan sport doet is het belangrijk na de tocht ook af te trainen, door de inspanning geleidelijk af te bouwen. Dus blijf na terugkomst nog geregeld fietsen of ga wat zwemmen

Suggesties voor een fietsweekje dicht bij huis
Als dit je eerste fietstreis wordt, dan is het misschien aan te bevelen eerst eens een weekje met de fiets op uit te trekken om te zien hoe dit bevalt en hoe de conditie is. Heel geschikt voor een fietsweekje dichtbij huis zijn de Nederlandse of Vlaamse LF routes (in beide richtingen bewegwijzerd, ca. 150-250 km), het Fietserspad (574 km, van Zuid-Limburg tot het Groningse Wad) en de Vlaanderen Fietsroute (ca. 800 km, in beide richtingen bewegwijzerd, kan ingekort worden via de LF routes).
Wil je dicht bij huis kennis maken met het fietsen in de bergen, dan zijn de Ardennen en/of de Eifel een voor de hand liggende keus. Hoog zijn de bergen hier niet, maar vier keer 250 m klimmen is fysiek en psychologisch zwaarder dan één keer 1000 m omhoog!

Een reisgenoot zoeken
Fiets je niet graag alleen en is er niemand die met je mee wil? Je kunt proberen via internet een geschikte reisgenoot te vinden. Dit kan onder meer via de sites van de Wereldfietser en Reisgenoten.
Gaat je op pad met iemand die je nog niet zo goed kent, dan zou ik eerst samen een weekje dichtbij huis fietsen om elkaar beter te leren kennen en te zien of het klikt. Probeer het in elk geval vooraf op hoofdlijnen eens te worden over belangrijke dingen als:
– dagafstanden
– strakke planning, flexibele planning of helemaal geen planning
– veel fietsen, veel bekijken, veel luieren of iets daar tussenin
– overnachten op campings, in hotels of zoals het uitkomt
– zelf koken of uit eten gaan
– wat te doen bij slecht weer: doorfietsen, een dag rusten of een stuk de trein nemen

Vertrouwd raken met de gidsen
Fietste je tot nu toe alleen bewegwijzerde routes, dan heb je misschien in het begin moeite met kaartlezen en route-aanwijzingen volgen. Bekijk daarom in elk geval voor vertrek even de kleine gebruiksaanwijzing voorin de gids. Probeer vervolgens bv. het Nederlandse deel van de route (Amsterdam-Roermond) in een lang weekend te volgen. Blijft het moeilijk de route te volgen, dan is een cursus navigeren met smartphone of GPS-ontvanger een goede investering (zie hieronder).
Overigens: de meeste fietsers geven eerlijk toe dat ze vooral fout rijden doordat ze niet altijd opletten.

Leren omgaan met GPS
Er bestaat een handige cursus navigeren met de smartphone (zowel voor iPhone als Android). De cursus wordt gegeven bij reisfiets-speciaalzaken in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht of tegen meerprijs bij jou thuis.
Er is eveneens een handige cursus navigeren met de GPS-ontvanger. De cursus wordt op verschillende lokaties in Nederland gegeven. Deze locaties zijn in de meeste gevallen goed per openbaar vervoer te bereiken. Op de site van deze cursus is ook het boek 'GPS-wijzer' te bestellen. Dit boek van Foeke Jan Reitsma (verre familie) en Joost Verbeek is zowel voor beginners als gevorderden van nut.

Ook onderstaande sites bevatten nuttige informatie:
forum.gps.nl
forum.gps-expert.nl
forums.garmin.com/forum.php (Engelstalig)
www.gpsopdefiets.nl

Wat Italiaans leren
Wanneer je een beetje Italiaans geleerd heeft kun je je makkelijker redden in Italië, waar de kennis van buitenlandse talen over het algemeen beperkt is, zeker buiten de meest toeristische gebieden. Bovendien zul je zo veel eerder een leuk contact hebben met de lokale bevolking. Veel Volksuniversiteiten organiseren cursussen Italiaans, meestal op verschillende niveau's. Een andere mogelijkheid is een doe-het-zelf cursus, onder meer te koop bij Boekhandel Intertaal in Amsterdam.
Wie niet makkelijk een taal bij leert heeft misschien meer aan een vertaal-app.
Voor i-Phone bezitters is er onder meer Travel Voice Translator en Google Translate.
Voor bezitters van een Android smartphone is er naast Google Translate ook iTranslate.


Wat is een geschikte fiets voor deze route?
Een randonneur, hybride of mountainbike is niet per se nodig, maar wel het meest geschikt. Klik hier voor links naar goede merken randonneurs. Er zijn ook fietsers die per racefiets gaan. Volg in dat geval de alternatieve asfaltroutes (beschreven in de gids) en asfaltvarianten (niet beschreven, wel makkelijk te volgen als je kunt kaartlezen). Beter nog is het de speciaal voor de racefiets gemaakte GPS-tracks te volgen (zie GPS-pagina). Die vermijden nog meer onverharde wegen. Zie ook het stukje over onverharde wegen onder het stukje over Wegdek. Op de racefiets kun je natuurlijk minder bagage meenemen, tenzij je een aanhangwagentje gebruikt. Houd er verder rekening mee dat het asfalt in Midden-Italië vaak erg slecht is (scheuren, hobbels, gaten). Met de racefiets heb je daar meer last van dan met een randonneur, hybride of mountainbike.

Minimum-eisen aan je fiets
– Goede staat van onderhoud
– Stevig en liefst licht frame
Uiteraard moet het frame de juiste maat hebben en passen bij je fietshouding.
– Stevige velgen en spaken
Het fietsen met bagage vergt meer van velgen en spaken, vooral op de slechte wegen in Midden-Italië.
– Schijfremmen of velgremmen met goede remblokjes

Het is absoluut onverantwoord om met een fiets met alleen trommelremmen of terugtraprem de bergen in te gaan. Dergelijke remmen kunnen bij een langere afdaling oververhit raken, waardoor ze niet meer werken. Dit geldt ook voor roller brakes.
Reserve binnenband en goede handpomp
Voldoende versnellingen (3 bladen voor en 6 of meer mogelijkheden achter, tenzij je heel sterk bent of het niet erg vindt om af en toe een paar kilometer te lopen).
Goed zadel. Een anatomisch zadel bezit een verlaging op de plek waar het schaambeen op het zadel rust. Dit vermindert de kans op zadelpijn. Zadels voor vrouwen zijn iets breder dan die voor mannen, omdat bij vrouwen de zitbotjes iets verder van elkaar staan. Veel fietsers zweren bij een leren zadel, bv van de firma Brooks. Een dergelijk zadel moet echter eerst ingereden worden. Zie ook verderop bij tips tegen zadelpijn.
Goede verlichting en dito reflectoren
Dit is in elk geval nodig als je meer dan alleen deel 1 wilt fietsen. Voor de Reschenpas is een onverlichte lawinegalerij (tunnel met aan één kant daglicht-openingen) van 400 meter.
In deel 2 wordt kort de mogelijkheid aangestipt om langs het Gardameer te fietsen (mijns inziens te druk om prettig te fietsen; ik zou de boot nemen). Wil je dit doen, dan zijn goede verlichting en reflectoren zonder meer van levensbelang: er zijn verschillende schaars verlichte tunnels; de langste is bijna 2 km. LED verlichting in combinatie met een naafdynamo of batterij is het beste: LED geeft de grootste lichtopbrengst en een naafdynamo of batterij is een betrouwbaarder stroombron dan een dynamo die tgen de band drukt. Vooral bij regen – wanneer je toch al slechter zichtbaar bent – slipt die vaak door.
Goede, liefst waterdichte, fietstassen en stevige bagagedragers
Ortlieb en Vaudé zijn voorbeelden van goede tassen. Als je onderweg of op de terugreis de fiets meeneemt in de trein is het handig als de fietstassen snel en gemakkelijk los- en vastgemaakt kunnen worden.
Een stuurtas is handig vanwege het kaartenvak waarin je het boekje makkelijk kunt raadplegen onder het fietsen. Wil je geen stuurtas, dan is de kaarthouder van Bikeline de oplossing.
– Ga je kamperen, dan heb je door de grotere hoeveelheid bagage naast achtertassen ook voortassen nodig, die je laag bij de vooras aan zg. ’low-riders’ hangt.
Zie voor tips over hoe je bagage het best kunt meenemen onder Inpaktips.
Gereedschap en reserve-onderdelen: reserve binnenband, bandenplakset, goede handpomp, spaken (aan frame vastplakken), boutjes, lampjes, rem- en versnellingskabel.
Slot (Klik hier voor een goed lichtgewicht kabelslot.)

Aanbevolen, maar niet per se nodig
Fietscomputer (handig bij het volgen van de route), liefst een model waarbij je de dagteller op nul kunt zetten. Nog handiger is de VDO MC1.0. Deze fietscomputer kent naast de dagafstand een aparte navigatiemodus, waarbij je de afstand op elke willekeurige waarde kent zetten. Dus als je bv. bij km 8,7 verkeerd bent gereden en daar na een tijdje achter komt kun je naar die plek teruggaan, daar de navigatie-afstand op 8,7 instellen en zonder rekenen verder gaan. De dagteller loopt ondertussen gewoon door.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de fietscomputer om de ingestelde wielomtrek te wijzigen als je merkt dat de teller niet in de pas loopt met het boekje.
2e bidonhouder (handig bij warm weer)
Banden met anti-lek laag
Schwalbe Marathon banden zijn heel goed; Schwalbe Marathon Plus nog beter (en duurder).
De ervaring heeft geleerd dat je met een racefiets meer kans heeft op lekrijden. Ga je met de racefiets, neem dan meerdere binnenbanden mee, een zeer goede handpomp en/of CO2-patronen en wees voorzichtig op plekken waar het fietspad niet goed aansluit op de gewone weg: je loopt daar het risico van een zg. ’snake bite’ in je band.

En eventueel ook nog
Vering (als je op slechte wegen snel last krijgt van polsen of rug).
ëis helaas vaak bedroevend slecht. Op de rest van de route is het wegdek over het algemeen goed en lijkt mij vering niet nodig.

Hoe vind ik onderweg een fietsenmaker?
Beschik je onderweg over internet, kijk dan op www.openstreetmap.org. Geef in het zoekveld zonodig de plaats waar je bent op. Klik op het vierde icoontje rechtsboven (het icoontje dat op een Engels dropje lijkt) om de kaartlaag Fietskaart te kiezen. In die kaartlaag worden (als je genoeg inzoomt) fietsenmakers getoond.
Beschik je onderweg niet over internet dan kun je misschien je gastheer of gastvrouw of passerende fietsers die in de omgeving wonen vragen of ze een fietsenmaker weten.


Paklijst en inpaktips
Onderstaande paklijst is slechts een hulpmiddel. Niet iedereen alles nodig wat daarop staat.
De inpaktips vind je direct na de paklijst.


Kleding

Zorg in elk geval dat je op elk weertype voorbereid bent. Hitte, kou, zon, regen: je kunt het onderweg allemaal meemaken.
– fietskleding
– fietshelm (in Oostenrijk verplicht voor kinderen onder de 12 jaar)
– fietsschoenen
– regenpak of poncho
– regenhoesjes voor schoenen
– zonnepetje
– zonnebril
– nettere kleding (bv. voor restaurantbezoek of dagje stad bekijken)
– slippers (ter voorkoming voetschimmel in douches)
– zwemspullen
– plastic zak voor vuile was
– wasmiddel voor handwasjes

Persoonlijke verzorging
– dagelijkse toiletartikelen
– nagelschaar
– handdoeken, bv. sneldrogende lichtgewicht Rubytec sporthanddoeken
– zonnebrandcrème
– lippenbescherming
– beschermmiddel tegen muggen
– oordopjes (tegen nachtelijk lawaai)
– reisapotheek met bijvoorbeeld:
iets tegen spierpijn
iets tegen ingewandenproblemen
pleisters
ontmettingsvloeistof (sterilon, betadine)
tekenpincet en tetracyclinezalf
zinkzalf (tegen huidirritaties / zadelpijn)

Voor de fiets
– stuurtas of kaartenklem
– goede handpomp
– bidons
– spanband of spin
– fietsslot en reservesleutel
– reserve binnenband
– bandenreparatieset
– fietsgereedschap
– teflonspray of flesje olie
– reserveonderdelen: spaken, moertjes, lampjes, kabels

Documenten etc.
– fietsgidsen
– paspoort
– pas ziektekostenverzekering
– reisverzekeringspapieren
– campingcarnet
– jeugdherbergkaart
– bankpas
– creditcard
– adressenlijstje voor versturen ansichten
– tickets voor terugreis
Tip: stop een papiertje met naam en adres van wie gewaarschuwd moet worden bij een noodgeval in je portemonnee. In elk geval doen wanneer je alleen reist!

Als je gaat kamperen
– lichtgewicht tent
– tenthamer
– reparatieset voor tent
– slaapzak (in voor- en naseizoen is een goede kwaliteit nodig)
– luchtbed (liefst zelf opblazend) of slaapmatje
– vouwstoeltje (bijvoorbeeld de Chair One van Helinox)
– brander, windscherm en lucifers of aansteker
– pannen (tip: je kunt een paar sokken als pannelappen gebruiken.)
– bestek, borden en mokken
– snijplankje
– blikopener
– plastic doosje voor zacht fruit (gaat anders kapot)
– afwasmiddel, schuursponje en theedoek
– zaklamp (lichtgewicht model dat op het hoofd gedragen wordt is het handigst)
– wasknijpers en waslijn
– toiletpapier

Overige zaken
– mobieltje + oplader
– camera + oplader
– gps-apparaat + oplader
– woordenboekje en/of taalgidsje
– rugzakje (bv. voor boodschappen of een dagje stadsbezoek of wandelen)
– voor rustdagen: bv. boeken, e-reader, spelletjes, I-pod
– pen en papier
– tablet of laptop + oplader
– voor e-bikers: oplader voor accu
Let op: als je apparaten met een geaarde stekker meeneemt heb je in Italië meestal een verloopstekker nodig, omdat de bij ons gangbare geaarde stekkers niet passen in de meeste Italiaanse stopcontacten. Met niet-geaarde stekkers is er geen probleem.
Zie www.wereldstopcontacten.nl/italie.


Inpaktips

Gewichtsbesparing
– Gebruik bij het inpakken een weegschaal om waar mogelijk de lichtste keus te maken en te zware items thuis te laten.
– Wil je niet te veel kleding meenemen, ga dan kies dan voor kleding in laagjes en ga voor synthetisch of merinowol, niet voor gewone wol of katoen. Onder Tips rond schoenen en kleding kun je meer over dit onderwerp lezen.
– Spreek met elkaar af wie wat meeneemt als je met meerdere fietsers gaat. Veel kun je immers samen gebruiken: bijvoorbeeld kampeer- en kookspullen, reparatieset voor de fiets, zonnebrandcreme, reisapotheek.
– Neem je geen kampeer- en kookspullen mee, dan zijn voortassen niet echt nodig. Leeg wegen de voortassen al bijan 1,5 kg.
– De sneldrogende Rubytec sporthanddoek, voor ca. € 15 verkrijgbaar bij de betere buitensportzaak, is veel lichter en kleiner dan een gewone handdoek. Hij werkt als een zachte zeem: je kunt hem uitwringen en zelfs als hij nat is kun je je er nog mee afdrogen. Nat opgeborgen gaat hij echter enorm stinken!
– Met een flesje babyshampoo, Sanex of Sebamed kun je jezelf en je haar wassen, maar ook de vaat en de handwas. Waspoeder meenemen voor de machinewas is niet nodig, omdat campings met wasmachines bijna altijd waspoeder voor één wasbeurt verkopen. En anders is er vast wel een vriendelijke buur op de camping die wat waspoeder wil geven.

Tips rond inpakken
– Een goede verdeling van het gewicht over de fiets is heel belangrijk voor je veiligheid, met name tijdens afdalingen. De linkertas moet even zwaar zijn als de rechter. Neem je ook kampeerspullen mee, dan zijn vanwege het grotere gewicht van de bagage ook voortassen nodig, dicht bij de naaf van het voorwiel bevestigd aan zg. low-riders. Stop 1/3 van het gewicht in de voortassen en de rest in de achtertassen. Gebruik niet één grote achtertas die over de bagagedrager hangt: de bagage kan daarin naar één kant zakken.
– Stop zware dingen onderin de fietstassen.
– Gebruik een stuurtas die in een handomdraai van het stuur af te halen is. Stop daarin alle kostbare zaken (paspoort, geld, camera, mobieltje etc.) en neem die tas altijd mee als je een winkel, café etc. binnengaat. Stop geen zware dingen in een stuurtas: dat stuurt niet prettig.
– De fietstassen steeds op dezelfde manier inpakken kost minder tijd. Stop soortgelijke zaken bij elkaar in een stevige plastic boodschappentas. Gebruik uiterlijk verschillende tassen, bv een Albert Heijn tas voor kleding en een Hema tas voor proviand. Dan kun je alles makkelijk terugvinden. Vooral onderweg is dat handig.
– Stop alles wat zou kunnen lekken in plastic zakken. Wil je zacht fruit meenemen, doe het dan in een plastic doosje; anders wordt je bagage geheid een kleffe massa! Ook metalen tubes met bv. zalf gaan gemakkelijk stuk als ze in de knel komen. Buitensportzaken verkopen navulbare tubes voor bv. pindakaas: veel lichter dan een glazen pot.

Overige tips
– Voorkom verwisseling van fietstassen door ze van een persoonlijk kenmerk te voorzien. Veel fietsers gebruiken dezelfde tassen van Ortlieb. Die kunnen gemakkelijk onbedoeld verwisseld worden op het vliegveld, in de trein of in de fietsbus.
– Maak je de terugreis per vliegtuig, dan is een z.g airbag handig. Dat is een grote tas waar jeu al je fietstassen in kunt doen. Dan kan de kliksluiting van de fietstas niet tussen de lopende band vast blijven zitten en stuk getrokken worden.


Tips rond schoenen en kleding

Wil je niet te veel kleding meenemen, kies dan voor kleding die je in laagjes over elkaar kunt aantrekken (ipv een dikke zware trui) en ga voor synthetisch of merinowol, niet voor gewone wol of katoen.

Schoenen
Echte kilometervreters zullen het liefst met echte fietsschoenen fietsen. Deze schoenen hebben een zeer stijve zool en kunnen met het SPD kliksysteem vastgeklikt worden in de pedalen, waardoor je meer kracht kunt zetten. Als je er nooit mee gefietst hebt, moet je wel even leren hoe je de schoen vastklikt en vooral hoe je hem weer snel uit het pedaal los krijgt. Anders kun je heel akelig vallen als je stil komt te staan.
– Een nadeel van dergelijke fietsschoenen is dat je er bijna niet op kunt lopen. Zogeheten fiets/loopschoenen hebben een iets minder stijve zool, waardoor je er iets beter op kunt lopen. Bovendien steken de klikplaatjes niet uit onder de zool, maar zijn ze er in weggewerkt. Voor een echte wandeling zijn ze echter toch niet geschikt.
– Ben je eerder een toerfietser die het rustig aan doet, dan zijn fietsschoenen of fiets-loopschoenen niet echt nodig, zolang de schoen maar een stevige zool heeft. Dat is belangrijk, omdat een stevige zool de druk die je op het pedaal uitoefent verdeelt over je hele voet. Zo voorkom je voetproblemen zoals een slapend of branderig gevoel in de voeten. In zo'n geval kan ook het af en toe verzetten van de voet helpen: de druk wordt dan weer even anders verdeeld.
– In verband met het doorgaans warme weer onderweg is het verstandig schoenen te kiezen die goed ademen.  Als dat schoenen zijn, die niet waterdicht zijn dan kun je ze bij regen droog houden met plastic regenhoesjes. Deze zijn verkrijgbaar bij goede fietsenzaken, wegen maar ongeveer 150 gram en nemen weinig ruimte in.

Fietsbroek
– Een goede fietsbroek heeft een synthetische zeem in het kruis en vertoont geen naden aan de binnenkant van de dij of op de plaats waar je zit.
– Er bestaan ook fietsonderbroeken, waar je een gewone korte broek overheen aantrekt, maar de zeem in zo’n fietsonderbroek is van een veel mindere kwaliteit dan in een fietsbroek. Mocht je het gênant vinden dat je vormen in een fietsbroek prominent zichtbaar zijn dan bestaan er ook broeken die er van buiten uitzien als een gewone korte broek met handige zakken en van binnen toch een kruis met synthetische zeem hebben.

Shirts
Een katoenen shirt wordt bij transpiratie snel nat, voelt dan koud aan, droogt vrij langzaam en ruikt gauw onfris.
– Een goed synthetisch shirt (verkrijgbaar bij de buitensportzaak) voert transpiratie veel beter af en is na een wasbeurt zeer snel droog. Zodoende hoef je maar weinig van deze shirts mee te nemen, wat gewicht en pakvolume scheelt.
– Een shirt van merinowol is eveneens verkrijgbaar bij de buitensportzaak en voert transpiratie misschien nog wel beter af. Het neemt vrijwel geen lichaamsgeur aan en kan in dat opzicht probleemloos meerdere dagen achter elkaar gedragen worden. Het zit heel lekker (het kriebelt niet, zoals gewone wol). Bovendien ziet het er zo mooi uit, dat je het ook als iets nettere kleding kunt gebruiken, bv als je naar een restaurant gaat. Als het nat wordt door transpiratie – wat lang niet zo snel gebeurt als bij katoen – blijft het toch warm aanvoelen. Als het 's avonds kil wordt voelt merinowol veel warmer aan dan katoen of synthetische weefsels. Het is wel duurder dan synthetisch materiaal en droogt na een wasbeurt minder snel (maar wel sneller dan katoen).

Kleding voor kou en regen
Fleece kleding is heel geschikt als isolerende laag om bij kouder weer over je shirt te dragen. Kook je zelf, houd er dan wel rekening mee dat fleece – anders dan wol of katoen – vrij makkelijk brandt. Er bestaan ook wat dikkere shirts van merinowol met lange mouwen. Deze zijn geschikt als eerste isolerende laag, met als het kouder wordt daaroverheen weer een fleece trui.
Regenkleding: Het beste is een ademend regenpak, maar ook daarin word je op den duur van binnenuit nat. Zo goed werkt dat ademen nu ook weer niet. Een regenbroek direct over je blote benen voelt niet prettig. Dat kun jeverhelpen door over je fietsbroek eerst een lange majo aan te trekken. Regent het bij warm weer, dan kun je je waarschijnlijk beter beperken tot een regenjack. Na de bui zijn je blote benen als het warm is zo weer droog.
– Als alternatief voor een regenbroek kunt je je benen insmeren met warming-up zalf, verkrijgen bij wielersportzaken. Je benen worden dan weliswaar nat, maar niet koud. Ook kun je in plaats van gewone sokken neopreen surfsokken dragen, verkrijgbaar bij buitensportzaken. Daarin worden je voeten wel nat, maar niet koud. Je zit dan nog wel geruime tijd met natte schoenen. Er zijn fietsers die aldus gewapend in windjack, koersbroek en sandalen zelfs in de natte sneeuw over de Alpen gefietst hebben, zonder het koud te krijgen.

Overige kledingtips
– Kies kleding die je in laagjes over elkaar kunt dragen, dus geen dikke zware trui, maar eerst één shirt (of twee over elkaar heen), daarover een fleece trui en dan zonodig een regenjack. Op die manier heb je minder gewicht en volume aan kleding mee te nemen.
Om je tegen de zon te beschermen is een petje handig. Een fietshelm kan natuurlijk ook. Dan ben je tevens – tot op zekere hoogte – beschermd tegen valpartijen.
– Een afritsbroek is heel handig als je bij warm weer een dagje een stad gaat bekijken. Voor bezoek aan een kerk rits je de pijpen even aan; daarna doe je ze buiten weer af.


Tips voor de bergen
– Eet voldoende voor je begint, maar niet te zwaar. Neem wat licht verteerbare mondvoorraad voor onderweg mee. Als je flauw geworden bent van de honger is het eigenlijk te laat. Neem ook voldoende te drinken mee, want je zult heel wat zweten.
– Kies een tempo en versnelling, waarvan je voelt dat je het langere tijd kunt volhouden.
In ons vlakke land zijn veel fietsers gewend vrij krachtig te trappen in een lage cadans (weinig omwentelingen per minuut). In de bergen wordt echter aangeraden niet te zwaar te trappen en een hogere cadans aan te houden (ca. 60-80 omwentelingen per minuut). Dat verkleint de kans op knieproblemen.
– Ben je met meerdere fietsers , houd dan elk je eigen tempo aan. Forceer jezelf niet, maar houd je ook niet in voor een minder getrainde reisgenoot. Wacht boven op elkaar, of op een vooraf afgesproken rustplek halverwege. Geef ook degene die het laatst boven komt tijd om uit te rusten. Die heeft dat immers het meest nodig!
– Hoog in de bergen is de zonnestraling intenser. Bescherm jezelf bijtijds.
– Bovenop de pashoogte waait het meestal flink. Pas daarvoor op als je bezweet boven komt.
– Zorg er met het oog op de afdaling voor, dat de bagage goed over de fiets verdeeld is en stevig vast zit. Remmen en banden had je natuurlijk voor de reis al in orde gemaakt.
– Trek voor een lange afdaling iets warms en vooral winddichts aan. Als je een helm bij je hebt, zet je die natuurlijk op voor de afdaling. Als je een lange broek aantrekt loop je minder schaafwonden op als je zou komen te vallen.
– Zet ook bij bewolkt weer een zonnebril op, of beter: een bril zoals wielrenners die dragen. Als bij een snelheid van pak weg 50 km/u een insekt in je oog komt, doet dat niet alleen veel pijn, maar doordat het oog gaat tranen zie je niets meer.
– Wees voorzichtig bij het afdalen. Het is heerlijk om hard naar beneden te suizen, maar je bent erg kwetsbaar op een fiets. Wees verdacht op gruis of zand in de buitenbocht. Blijf steeds op je eigen weghelft en zorg dat je altijd kunt stoppen op het stuk weg dat je kunt overzien: je weet immers niet welke verrassing om de bocht wacht.
– Let op de bochten en het wegdek; niet op het mooie uitzicht. Stop liever af en toe om daarvan te genieten.
– Rem nooit voortdurend een klein beetje, maar regelmatig wat forser om daarna de snelheid weer even te laten oplopen. Zo kunnen de remblokjes steeds weer afkoelen en je voorkomt kramp in je handen. Rem niet in de bocht maar ervoor.
– Ben je met meer fietsers, houd dan bij het afdalen flink afstand.
– In Italië kent men een soort verkeersdrempels die ook voor fietsers lastig of zelfs gevarlrijk zijn. Zeker in een afdaling moet je hier niet hard overheen fietsen!


Tips bij warm weer
– Pas je dagindeling aan bij de temperatuur, vooral als de route heuvelachtig is. Klimmen op het heetst van de dag vergt veel van je lichaam. Vertrek vroeg en stop tegen de middag bij camping of hotel, zodat je net als de Italianen een siësta kunt houden. Denk er echter om dat ook campings, winkels en hotels tijdens de siësta (13-15 of 13-16 u.) vaak gesloten zijn.
– Drink regelmatig en voldoende!
Drinkwater langer koel wanneer je een natte sok of lap om je bidon doet. Het verdampende water onttrekt dan warmte aan de bidon. Met weefsels zoals polyester zal de truc niet werken, omdat dat bijna geen water opneemt. Katoen is in dit opzicht het best.
– Door het transpireren verliet je veel waardevolle mineralen, waardoor het prestatievermogen minder wordt. In Duitsland en Oostenrijk kun je in de apotheek magnesiumpreparaten kopen, die je als pil kunt innemen of als poeder met citroensmaak door je drinkwater kunt doen. In Italië noemt men deze preparaten ’sali integrali’ en gaat het meestal om magnesium plus kalium (magnesio e potasio). Zelfs in kleine plaatsen is meestal wel een apotheek (farmacia) waar je deze preparaten kunt kopen. Gebruik niet meer dan de aanbevolen dosis.
– Bescherm je huid door zonnebrandcrème of (luchtige) kleding tegen de zon. Vergeet daarbij hoofd en nek niet.

Tips tegen zadelpijn
– Schaf een anatomisch zadel aan en stel dat goed af (met de punt iets naar beneden).
– Sommige fietsers hebben goede ervaringen met een zadeldekje van tempur.
– Smeer pijnlijke plekken vooraf in met zinkzalf.
– Houd de huid zoveel mogelijk schoon en droog, bv. met talkpoeder gebruiken.
– Zorg voor een goede hygiëne na toiletbezoek.
– Draag steeds schone, gewassen fietsbroeken. Bezwete broeken bevatten meer bacteriën en ademen ook minder goed. Doe een bezwete fietsbroek na het fietsen snel uit.
– Draag fietsbroeken met een synthetische zeem in het kruis. Een goede fietsbroek heeft geen naden aan de binnenzijde van de dij of op de plaatsen waar je zit. Zo worden huidirritaties en wondjes tegengegaan.

Overige gezondheidstips
– Zorg voor een fiets met de juiste maat. Een goede fietsenmaker kan je helpen bij het vinden van de juiste instelling van zadel en stuur. Als een en ander niet optimaal op je lichaam is afgesteld, raak je veel eerder vermoeid en kunnen pijnklachten ontstaan.
– Pas je dagafstanden aan bij je conditie. Forceer jezelf niet.
– Voor de meesten van ons is het wijs na een aantal dagen een rustdag in te lassen. Dat is tevens handig om de was te doen (of te laten doen).
–Als je onder bomen of in hoog gras fietst of kampeert, loop je het risico op een tekenbeet, vooral als je schaars gekleed bent. De teek kan twee vrij ernstige ziekten overbrengen: de ziekte van Lyme en FMSE (teken-encefalitis). Zie Wikipedia voor meer daarover. Lees daar ook het stukje over preventie. Neem in elk geval een tekenpincet mee, zodat je een eventuele teek zo snel mogelijk met een draaiende beweging kunt verwijderen. Zo’n pincet weegt ongeveer 10 gram, dus voor het gewicht hoef je het niet te laten. Ontsmet daarna de plek van de tekenbeet het liefst met tetracyclinezalf of als dat niet bij de hand is met betadine of sterilon.
– In Midden-Europa, zo ongeveer tussen de Neckar en Noord-Italië, moet je oppassen met het eten van zelfgeplukte bosvruchten (bosaardbei, braam, framboos). Deze kunnen namelijk besmet zijn met de vossenlintworm, die alveolaire echinococcose kan veroorzaken. Die ziekte komt weliswaar niet veel voor, maar is wel heel gevaalrijk. Koken van de vruchten en handen wassen voorkomt besmetting, maar dan kun je er dus alleen nog maar jam of sap van maken.

Overige tips
– Wanneer je de lettergrootte van de routebeschrijving te klein vindt, maak dan vergrote kopieën van de de pagina's met de routebeschrijving.
– Wil je beter opvallen in het verkeer, dan kun je een fluoriserend hesje aantrekken. Ze zijn er in fel oranje en fel geel-groen. Vind je dit te opzichtig dan valt een felgekleurd regenjack te overwegen, omdat bij regen het zicht in het verkeer slechter wordt.
– Fiets je met twee of meer mensen, dan is het handig om elk een fluitje bij de hand te hebben voor het geval je onverhoeds achterblijft door bv. een lekke band. Het fluitje wordt beter opgemerkt dan een schreeuw.
– Losse veters kunnen zich rond je trapper wikkelen en je zo ten val brengen. Dit kun jevoorkomen met veterclips.

Heb je ook een praktische tip, die je met andere fietsers wilt delen? Mail mij!


Waar kan ik een getuigschrift halen?
Als je als pelgrim naar Rome gaat kun je daar een testimonium halen. Dit is een oorkonde, afgegeven door een officiële instantie, waarin staat dat je de pelgrimage volbracht heeft. Om een testimonium te verkrijgen moet je als bewijs voor je pelgrimstocht een kaart overleggen met stempels die je onderweg hebt gekregen. Wanneer je lid wordt van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome krijg je van deze vereniging een pelgrimspas, die tevens als stempelkaart gebuikt kan worden. Op de pelgrimspas staat in een aantal talen dat je pelgrim bent. De lezer wordt gevraagd je zonodig te helpen.

Er zijn in Rome drie instanties die een testimonium verstrekken:

Willibrordcentrum van de Friezenkerk
Van de drie mogelijkheden om een getuigschrift te halen lijkt dit de meest bijzondere. De Friezenkerk is van oudsher de kerk van de Friezen in Rome. (In de middeleeuwen noemde men in Rome alle bewoners van de Noordzeekust van Denemarken tot Duinkerken Friezen.)
Adres: Borgo Santo Spirito 21/41. De kerk ligt heel dicht bij de St. Pieter, maar helemaal verstopt achter de huizen boven aan een trap. Je moet dus niet naar een kerk zoeken, maar naar een trap tussen de huizen. Als je vanaf het St. Pietersplein de Borgo Santo Spirito inloopt is de trap vrijwel onmiddelijk voorbij de zuilen van het St. Pietersplein aan de rechterkant van de straat. De officiële naam van de kerk luidt Chiesa di Santi Michele e Magno.
Openingstijden: woensdag- en zaterdagochtend 10-13, dinsdag- en vrijdagmiddag 14-17.
Woensdag van 10 tot 13 uur is er tevens een rondleiding door de kerk, inclusief koffie en mogelijkheid tot ontmoeting. Als je dit van te voren aangeeft is het mogelijk de oorkonde na de zondagochtenddienst (aanvang 10 uur) publiekelijk te ontvangen. Voorafgaand aan de dienst kun je een rondleiding door de kerk meemaken.

Opera Romana Pellegrinaggi
De Opera Romana Pellegrinaggi (ORP, website alleen in het Italiaans) is een officiële instantie van het vicariaat van Rome.
Adres: Ufficio di S. Pietro, Piazzo Pio XII, tel. 800-917430 (gratis nummer). Het kantoor is op het St. Pietersplein in de uiterste zuidoosthoek.
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 9-13 en 14.30-18 uur.

Het Vaticaan
Het verstrekken van oorkondes heeft geen prioriteit voor het Vaticaan en gebeurt alleen als de betreffende functionaris tijd heeft. Zie voor meer informatie de site van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome. Klik daarin achtereenvolgens op Pelgrimeren, Over Rome, Pelgrimspaspoort en testimonium. Scrol daarna omlaag naar het kopje Vaticaan.


Kun je de route ook andersom fietsen?
Ja: de hele route is in beide richtingen beschreven.
Wel is het handig de informatieve hoofdstukjes voorin het boek bijtijds te lezen. Anders lees je het misschien pas als het er niet meer toe doet. Een voorbeeld: tussen Remagen en Bingen kun je de fiets meenemen op de boot. Wil je daar richting Nederland fietsend gebruik van maken, dan moet je dat in Bingen al weten, maar deze informatie staat alleen in het stukje over etappe 6 (waar Remagen in ligt) en wordt niet herhaald in etappe 7 (waar Bingen in ligt).


Kun je de route ook lopen?
Het kan natuurlijk wel, maar veel wandelaars lopen het liefst over onverharde paden, terwijl deze fietsroute voor zeker 90% over asfalt gaat.

Toch heeft de route ook enkele pluspunten ten opzichte echte wandelroutes:
– De kans op verdwalen is veel kleiner dan bij de meeste wandelroutes.
– Deze fietsroute is in de Alpen veel minder steil en hoog dan de meeste wandelroutes, die veelal voor echte bergwandelaars zijn uitgezet. Daardoor kun je met deze route eerder de Alpen oversteken, zodat je in Italië kunt lopen voordat de ergste zomerhitte toeslaat. De Alpenpassen in de route – Buchener Höhe en Reschenpas – zijn vaak al in april, maar in elk geval begin mei sneeuwvrij.
– Je hebt slechts drie routegidsen nodig voor de hele tocht naar Rome.
– De route is – anders dan echte wandelroutes – geschikt om met een bagagewagentje te lopen.

Wandelaars hebben veel aan de volgende boeken:
Op pelgrimstocht naar Rome, 2015, Arnoud Boerwinkel, ISBN 9789082435603.
Vraagbaak voor wandelaars en fietsers.
Via sugli Argini, 2013, Albert Beekers, ISBN 9789082051513.
Beschrijft een route voor wandelaars van Verona naar Sasso Marconi (bij Bologna), grotendeels over onverharde paden en rivierdijken en aanzienlijk korter dan de fietsroute omdat de historische steden Montagnana en Ferrara niet aangedaan worden.
Een Franciscaanse voetreis, 2015, Kees Roodenburg, ISBN 9789080591387.
Beschrijft een 547 km lange wandelroute van Florence via Assisi naar Rome.


Kun je de route ook met een e-bike doen?
Jazeker, maar het hangt wel sterk af van de mate van ondersteuning die je nodig hebt, van de capaciteit van de accu (minstens 400W/h wordt aanbevolen) en de staat waarin hij verkeert.

In elk geval moet je voorkomen dat de accu leeg is voor het eind van de dagetappe: een e-bike is zwaarder dan een gewone fiets en zonder de ondersteuning zal een helling zwaar worden. Kies dus voor een e-bike met een accu van voldoende capaciteit (minimaal 400 W/h) of met twee accu's. Als de ene accu leeg is heb je de andere nog, en je krijgt bijtijds een idee hoeveel stroom je verbruikt. Overigens komen er steeds betere accu's op de markt met een grotere capaciteit.
Moet je de e-bike nog aanschaffen, kies dan niet voor een model met de motor in het voorwiel. Op steile helingen kan het voorwiel gaan doorslippen. Verder is het handig wanneer de accu los van de fiets opgeladen kan worden, bv. bij de receptie van de camping of in je hotelkamer.
Het is logisch dat de accu eerder leeg is naarmate je je krachtiger laat ondersteunen. Houdt er verder ook rekening mee, dat de accu slechter presteert naarmate hij ouder wordt. Na een aantal jaren moet je hem vervangen, wat een vrij kostbare zaak is.
Heeft de oplader voor de accu een geaarde stekker, dan heb je in Italië meestal een verloopstekker nodig, omdat de bij ons gangbare geaarde stekkers vaak niet passen in de Italiaanse stopcontacten. Zie voor meer info hierover www.wereldstopcontacten.nl/italie.

Let op: de meeste luchtvaartmaatschappije accepteren geen e-bikes. Laat de e-bike vervoeren door Soetens of Travel Light of reis terug met de trein.


Kun je de route met een volgauto rijden?
Tot en met de Alpen is dit bijna nergens mogelijk; daarna bijna overal wel.

Op de kaartjes in de gidsen is duidelijk te zien waar de route autovrij is en waar niet. Tot en met de Alpen gaat de route grotendeels over fietspaden of weggetjes waarop alleen auto’s van aanwonenden toegestaan zijn. Soms – zoals in het Rijndal – loopt het fietspad naast een hoofdweg, maar meestal niet. Na de Alpen zijn er nauwelijks fietspaden voorhanden. Daar kun je dus vrijwel overal wel met een volgauto rijden.


Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?
Voor het volgen van de route heeb je geen kaarten nodig: de route is in de boekjes ingetekend op duidelijke kaarten (meestal schaal 1:150.000). Bovendien is er per etappe een overzichtskaartje (schaal 1:700.000).
Wil je toch wat meer zicht hebben voer de landen waar je doorheen fietst dan kun je de volgende kaarten aanschaffen:
Michelin blad 719 voor Duitsland en Oostenrijk (1:1.000.000)
Michelin blad 735 voor Italië (1:1.000.000).


Wanneer verschijnt de volgende druk?
De gidsen zijn recent nieuw verschenen, dus een volgende druk is nog niet in zicht:
Deel 1 (4e druk) is 16 mei 2016 verschenen.
Deel 2 (4e druk) is 3 februari 2016 verschenen.
Deel 3 (2e druk) is 30 januari 2015 verschenen.


Hoe kom ik terug per trein?
Het beste adres voor treinreizen is de Treinreiswinkel, tel. 071-5137008 (filiaal Leiden) en tel. 020-5244560 (filiaal Amsterdam). Het personeel is zeer vriendelijk en kundig. Boek tijdig, anders zijn de fietsplaatsen misschien al uitverkocht. Bovendien zijn de kaartjes voordeliger als je vroeg boekt.


Autoslaaptrein vanuit Italië naar Düsseldorf
In 2017 organiseert de Treinreiswinkel in de zomer wekelijks een autoslaaptrein Verona – Düsseldorf, waarop ook fietsen zonder auto mee kunnen. In het hoogseizoen rijdt er ook wekelijks een autoslaaptrein Livorno – Düsseldorf, die vooral geschikt is voor wie terugreist vanuit Florence of Rome. Vanaf Düsseldorf kun je verder reizen via Venlo en vanaf 6 april 2017 ook via Arnhem.

Verona is vanuit Rome overdag met drie keer overstappen per regionale trein te bereiken. Vanuit Florence moet je twee keer overstappen; vanuit Venézia-Mestre hoef je niet over te stappen.
Er rijden weliswaar ook InterCities en EuroCities in Italië, maar die hebben maar een paar fietsplaatsen, die al zeer lang van te voren uitverkocht zijn. In de praktijk ben je dus aangewezen op regionale treinen, waarin de fiets zonder reservering mee mag.

Nachttrein Innsbruck – München – Düsseldorf
Wanneer bovengenoemde autoslaaptreinen niet rijden kun je het beste met regionale treinen naar Innsbruck of München reizen en daar de nachttrein naar Düsseldorf te nemen. Deze trein rijdt het hele jaar en elke nacht. Vanaf Düsseldorf kun je per regionale trein verder reizen naar Venlo en vanaf 6 april 2017 ook naar Arnhem.

Innsbruck is vanuit Verona (station Verona Porta Nuova) en Bologna (station Bologna Centrale) per regionale trein goed te bereiken, met één overstap in het grensstation Brenner. Vanuit Venetië (vanaf station Venézia-Mestre, 2x overstappen) en Florence (station Firenze S.M.N., 3x overstappen) kan het ook nog, maar vanuit Rome lukt het niet in één dag.
Het hoofdstation Venézia-Santa Lucia is per fiets heel moelijk te bereiken. Daarom kun je veel beter in Venézia-Mestre opstappen.

Duitse Intercities
Je kunt de fiets ook meenemen in Duitse InterCities. Er zijn echter maar weinig fietsplaatsen op deze treinen; vaak zijn ze al maanden vooraf volgeboekt.

Voordelig terug vanuit Duitsland met het Schönes Wochenende Ticket
Vooral wanneer je met meerdere fietsers bent kun je in het weekend veel geld besparen met het Schönes Wochenende Ticket van de DB. Hiermee reis je in het weekend een etmaal onbeperkt op regionale treinen door heel Duitsland. De prijs varieert van € 40 voor één persoon tot € 56 voor vijf personen, wanneerje het kaartje uit de automaat trekt of via internet bestelt. Aan het loket kost het € 2 meer. Per fiets komt er een fietskaartje voor € 4,50 bij.
Met het Schönes Wochenende Ticket moet je wel veel vaker overstappen, maar regionale treinen in Duitsland hebben vaak een lage instap en een speciale wagon waarin veel ruimte is voor fietsen, wat het overstappen minder bezwaarlijk maakt.
Een reisplan met alleen regionale treinen vind je op de site van de Deutsche Bahn, wanneer je "Fiets kan mee" en "alleen streekvervoer" aanklikt, plus reisdata die in het weekend vallen. Kies als eindstation Venlo of Arnhem. Plan daarna het Nederlandse deel van de reis zonder de optie "alleen streekvervoer", anders toont de site niet de Nederlandse InterCities.

Een paar tips rond Fiets & Regionale trein
– De meeste regionale treinen in Italië hebben een hoge instap. De wagon waar de fiets in moet is meestal de eerste of de laatste van de trein. Daarom kun je het best op het midden van het perron wachten. In beide gevallen moet je dan de halve trein langs lopen en dat is beter dan de hele trein langs lopen omdat je verkeerd gegokt hebt.
– Wanneer je met regionale treinen reist kun je in Italië geen kaartje kopen met buitenlandse bestemming. Koop een kaartje tot het station Brennero aan de grens met Oostenrijk, waar je zowiezo moet overstappen. Koop daar een kaartje voor Innsbruck. Dat kaartje kun je uit de automaat halen op het perron waar de trein naar Innsbruck vertrekt. Je kunt met contant geld of met je bankpas betalen.
De aansluitende Oostenrijkse regionale trein (met lage instap) vertrekt ongeveer elk uur vanaf het niet-doorlopend spoor aan de noordkant van het station (Italiaans: Tronco / Duits: Stumpfgleis). Dit is slecht aangegeven, maar je vindt het als je de trap naar spoor 7 neemt. Op het station Brennero is helaas geen lift; je zult je fiets de trap op en af moeten sjouwen.

Een paar waarschuwingen
– Laat je bagage niet onbewaakt achter op grote stations zoals München Hauptbahnhof. Het komt voor dat beveiliginsgpersoneel zonder toezicht achtergelaten bagage meeneemt en op een veilige plaats preventief tot onploffing brengt omdat ze denken dat er een bom in de bagage zou kunnen zitten. Wilt je je fiets in München veilig stallen, dan is misschien het fietsverhuurbedrijf in het hoofdstation bereid je fiets enige tijd te bewaren. Je vindt dit bedrijf als volgt: loop geheel naar rechts, gezien in de richting van de vertrekkende treinen (ze gaan maar één kant op want München Hbf is een kopstation). Na enige tijd kun je rechts de hoek om, waar nog meer sporen beginnen. Het fietsverhuurbedrijf is dan aan je rechterhand.
– Pas op grote stations in Italië op voor mensen die hulp aanbieden bij het dragen van jebagage. Meestal willen ze een flinke vergoeding voor hun aangeboden / opgedrongen diensten, maar ze kunnen er ook met je spullen van door willen. In dit verband is het goed te weten dat in Bologna de lift die je nodig hebt om vanaf het eerste perron op de andere perrons te komen verstopt zit in de centrale hal. Nu je dit weet is het dus niet nodig een deel van je spullen over de trappen te dragen terwijl je de rest onbeschermd achterlaat.
– Pas nog meer op voor mensen die je willen "helpen" bij het kopen van een kaartje uit de automaat. Die zijn uit op je pincode!


Hoe kom ik terug per bus?

Met Cycletours
In juli en augustus rijdt elke veertien dagen een bus met fietsaanhanger vanuit Tuoro en Siena naar Nederland.
Tuoro ligt 7 km van het station Terontola-Cortona, dat vanuit Rome en Florence zonder overstappen per trein bereikbaar is.
Siena ligt aan de Toscane-route en is zonder overstappen per trein bereikbaar vanuit Florence. Vanuit Rome moet je één keer overstappen (afhankelijk van het tijdstip van vertrek in Florence of in Montepescali).
Zie voor treinen naar Terontola-Cortona of Siena de site van de Deutsche Bahn; voor details en tickets de site van de Cycletours.

Met Flixbus
Voor een terugreis vanuit Oostenrijk en Duitsland heb je misschien ook iets aan dit nieuwe busbedrijf, dat per bus plaats biedt aan vijf fietsen voor € 9 per fiets.
De prijzen zijn scherp, maar je moet wel een of meerdere keren overstappen.
Voor meer details en tickets: www.flixbus.nl.


Hoe kom ik terug per vliegtuig?
Van alle vervoerswijzen is vliegen veruit het schadelijkst voor milieu en klimaat. Bovendien komt aardolie, de grondstof voor cerosine, voor een belangrijk deel uit landen als Rusland en de Arabische Golfstaten, waar grove schendingen van mensenrechten plaatsvinden: in de Golfstaten zelfs moderne slavernij. De klimaatschade kun je enigszins beperken door de uitstoot te compenseren via Greenseats; voor mensenrechten kan zoiets niet.

Ga je niettemin vliegen dan zijn dit nuttige sites:
www.whichbudget.com/nl/ (goedkope vluchten)
site van de Goedkoop Vliegen Club (idem)
http://vliegtickets-aanbieders.startpagina.nl/ (ook niet-goedkope vluchten)

Skyscanner biedt een overzicht van prijzen en voorwaarden voor fietsvervoer.
Let op: de meeste luchtvaartmaatschappijen vervoeren geen e-bikes. In dat geval kunt je de e-bike laten vervoeren met Soetens of Travel Light en zelf het vliegtuig nemen.

Een enkele reis Rome - Nederland met een goedkope luchtvaartmaatschappij komt inclusief fietsvervoer op € 50 à € 150. Hoe vroeger je boekt en hoe flexibeler je bent qua reisdatum, hoe voordeliger je ticket wordt. Het kan zijn dat het vervoer naar het vliegveld duurder is dan de vliegreis zelf. Met van oudsher gevestigde luchtvaartmaatschappijen als KLM en Lufthansa ben je echter al gauw een bedrag van ca. € 800 kwijt.
Je moet het vervoer van je fiets vooraf te resereveren. Neem hiervoor contact op met het callcenter van de maatschappij waarbij je boekt. Het komt soms voor dat lokale medewerkers van een luchtvaartmaatschappij afwijken van het beleid van hun werkgever en zo onverwachte moeilijkheden veroorzaken, bijvoorbeeld door verpakkingseisen te stellen die volgens hun werkgever niet nodig zijn. Op het forum van de Wereldfietser kun je ervaringen van fietsreizigers met verschillende maatschappijen lezen.

Vliegvelden in de buurt van de route
De volgende vliegvelden liggen dichtij de route: Innsbruck, Verona, Venetië-Treviso, Venetië-Marco Polo, Bologna, Florence, Perugia (bij Assisi), Rome-Fiumicino en Rome-Ciampino.
Camping Tiber (vlak voor Rome) en laat 6x per dag een busje rijden naar Rome-Ciampino waarin uw fiets mee kan. Twee ritten zijn zéér vroeg in de ochtend, de overige verspreid over de dag. De ritprijs bedraagt ca. € 25 per persoon incl. fiets; als je de enige reiziger bent € 40. Op verzoek wordt ook naar Rome-Fiumicino gereden. Het naburige tuincentrum verkoopt plakband, karton en bubbeltjesplastic om de fiets in te pakken.
Ook camping Village Flaminio in Rome laat meermalen een busje met fietsvervoer rijden naar beide vliegvelden. De prijs per passagier is afhankelijk van het aantal passagiers dat per keer meegaat.

Tips voor het verpakken van de fiets
– Informeer vooraf bij je vliegmaatschappij welke verpakkingseisen ze stellen. Print de internetpagina of de email met deze voorwaarden uit. Dat kan handig zijn als er discussies met het incheckpersoneel ontstaan.
Op de site van fietswinkel De Vakantiefietser staat een uitvoerige handleiding over hoe je een fiets moet verpakken voor vervoer per vliegtuig in een compacte fietsdoos of in een fietshoes.
In het zomernummer 2013 van de Wereldfietser verkozen de meeste fietsers een fietshoes of verpakken met nopjesfolie boven een fietsdoos. Met een fietsdoos loop je het risico dat daar andere bagage bovenop gezet wordt, is de gedachtengang. Bovendien: als nog te zien is dat het om een fiets gaat zal het personeel er hopelijk met meer zorg mee omgaan.
– Op het vliegveld Roma-Fiumicino is het mogelijk voor € 20 de fiets te laten sealen.
– Wil je je fiets beschermen zonder extra kosten, zoek dan op het vliegveld in de afvalbak een kleine petfles, knijp de meeste lucht eruit en doe dan de dop er weer op. Plak hem dan stevig over de derailleur. De resterende lucht in de fles werkt als een beschermend stootkussentje. Of neem van huis een paar plastic zakken of plastic tijdschriftomslagen mee, vul die op het vliegveld met oude kranten (overal te vinden) en plak die ter bescherming over andere kwestsbare delen van de fiets.


– Doe de ketting achter op het grootste blad en pak de achterderailleur goed in om het risico om beschadiging te verkleinen.
– Gebruik een z.g airbag, een grote tas waar je al je fietstassen in kunt doen (zie foto). Zo voorkom je beschadigingen als je tassen met kliksluiting hebt. De klemmen van zulke tassen kunnen tussen de lopende band vast blijven zitten en worden dan stuk getrokken.
– Campinggas en brandspirtus zijn verboden gevarlrijke stoffen aan boord van een vliegtuig. Begint je fietsreis in Rome, dan kun je campinggas kopen op de twee eerste campings langs de route (Camping Village Flaminio en Camping Tiber).

Hoe kom ik bij het vliegveld in Rome?

Minibusje vanaf camping
De twee laatste campings aan de route (Camping Tiber en Camping Village Flaminio) bieden vervoer naar de luchthavens Fiumicino en Ciampino bij Rome aan. Ook voor niet-kampeerders zijn deze campings een optie, omdat ze ook over bungalows aanbieden. De bungalows van Camping Village Flaminio zijn groter en luxer dan die van Camping Tiber. Camping Tiber daarentegen ligt dichtbij een tuincentrum waar plakband, karton en bubbeltjesplastic verkocht worden om de fiets in te pakken.

Bus vanaf station Roma-Termini
SITbus rijdt ongeveer elk half uur voor € 6 (incl. fiets) tussen station Roma-Termini en de vliegvelden Ciampino en Fiumicino. De route naar station Roma-Termini staat in de fietsgids.
Daarnaast rijdt Terravision ongeveer elke 20 minuten voor € 4 (incl. fiets) tussen Roma-Termini en Ciampino. Hun halte is in de Via Marsala aan de noordoostkant van het station (als je buiten voor het station staat met je rug naar het stationsgebouw rechts en aan het eind van de voorgevel weer rechts.)
In deel 3 is een fietsroute naar station Roma-Termini beschreven. De track daarvan zit in de bundel Varianten en Aanvullingen.

Zelf fietsen
Let op: ik heb onderstaande routes niet zelf gefietst. Ze zijn tot stand gekomen door de kaarten van OpenStreetmap en Google te bestuderen. Er kunnen dus verrassingen in zitten!

Naar vliegveld Ciampino lijkt fietsen goed mogelijk, over een grotendeels fietsvriendelijk parcours: eerst verder over het fietspad langs de Tiber, dan door de stad (meestal over fietspaden naast hoofdwegen) en tenslotte over de Via Appia Antica. Trek er wel voldoende tijd voor uit. Vanaf camping Tiber is het ongeveer 36 km naar vliegveld Ciampino; vanaf Villagio Flaminio 32 km.
Klik hier voor een GPS-track van de route naar Ciampino.
Als je de bundel GPS tracks Varianten en aanvullingen, Rondje met de klok mee of Rondje tegen de klok in gedownload hebt, zit deze track er al bij.

Naar vliegveld Fiumicino zie ik geen fietsvriendelijke route. Ik zou over het fietspad langs de Tiber tot station Roma-Trastevere fietsen en daar een stoptrein naar Fiumicino nemen. Je kunt maar op een paar plaatsen het fietspad langs de Tiber verlaten. Daarom moet je voor het station Roma-Trastevere een vreemde omweg maken. Vanaf camping Tiber is het ongeveer 25 km naar Roma-Trastevere; vanaf caming Villagio Flaminio 20 km.
Klik hier voor een GPS-track van de route naar Roma-Trastevere.
Als je de bundel GPS tracks Varianten en aanvullingen, Rondje met de klok mee of Rondje tegen de klok in gedownload hebt, zit deze track er al bij.

Fiets laten nasturen door Soetens
De firma Soetens heeft zich gespecialiseerd in het vervoer van fietsen van Rome en Santiago naar elk adres in Nederland en Vlaanderen. Vervoer in de andere richting is eveneens mogelijk. Het transport gebeurt met grote bestelbussen, waarbij je fiets hangend wordt vervoerd en zorgvuldig ingepakt en vastgezet, zodat beschadigingen uitgesloten zijn. Zelf reist je op andere wijze terug. De kosten bedragen € 131. Tegen een meerprijs van € 60,50 kunt je ook je bagage laten vervoeren (alleen in combinatie met fietsvervoer).
Bij Rome zijn twee verzamelpunten voor transport door Soetens: Camping Village Flaminio (zie pag. 50 in deel 3, 2e druk of pag. 40 in deel 3, 1e druk) en de door Nederlanders geleide Camping Smeraldo aan het Lago di Bracciano (zie deel 3, 2e druk, pag 86).
Camping Village Flaminio ligt aan de rand van Rome dicht bij de route. Het is de laatste camping voor het eindpunt van de route. Maandags t/m vrijdags van 15 tot 18 uur en zaterdags van 10 tot 12 uur is er iemand aanwezig om je fiets in ontvangst te nemen. Voorwaarde voor het achterlaten van de fiets is wel dat je op de camping overnacht (in tent of bungalowtje). Dit is echter geen straf, want het is een goede camping. Je kunt van de camping per metro naar het centrum, maar er gaat ook een bus.
Camping Smeraldo ligt op ongeveer 50 km van de St. Pieterskerk aan de Toscane-route. In deel 3 (2e druk uit 2015) staat op de kaartjes een makkelijk te volgen doorsteek vanaf de hoofdroute naar deze camping.
Vervoer vanaf andere adressen in en rond Rome is niet mogelijk. Wel is vervoer mogelijk vanaf andere plaatsen aan de route, zoals bijvoorbeeld Florence, Bologna of Verona. Bij Venetië kun je de fiets achterlaten op camping Serenissima in Oriago, op camping Fusina in het gelijknamige dorp of bij één van de onderstaande hotels. Bij al deze ophaaladressen geldt dat je er wel minimaal één nacht moet verblijven.
– Hotel Locando Stella d'Oro, Via Vittorio Emanuele 38, Quinto di Treviso, tel. 0422-379876.
Familiehotel met vriendelijke eigenaars. Op 4,6 km van vliegveld Venézia-Treviso.
– Hotel Venice Resort, Via Triestina 153, Tessera, tel. 041-5416826.
Viersterrenhotel op 4,6 km van vliegveld Venézia-Marco Polo. Wie de fiets wil achterlaten zonder hier te overnachten betaalt € 20.

Fiets laten nasturen door Travel Light
Anders dan Soetens specialiseert Travel Light zich niet op fietsvervoer, maar richt zich op alle soorten grote bagage. Travel Light kan je fiets overal in Europa ophalen, maar voorlopig alleen terugbrengen naar Nederland. Bij voldoende belangstelling wordt de service wellicht uitgebreid tot België.
Wil je je fiets met Travel Light vervoeren, dan moet je hem in een fietskoffer of stevige doos doen. Die mag maximaal 180 x 95 x 22 cm groot zijn. Het kan lastig zijn zo'n fietsdoos te vinden aan het eind van je reis. Daarom is het misschien handiger voor aanvang van je fietsreis een lege doos naar de eindbestemming te laten vervoeren. Je moet dat natuurlijk wel overleggen met de camping of het hotel waar je aan het eind van de reis uw fiets wilt laten ophalen, want zij moeten die doos al die tijd voor je bewaren. Kies je voor deze oplossing dan betaal je € 155 voor een retourtje bagage. Een enkele reis kost € 116. Eventueel kun je in de lege doos gereedschap doen om de trappers los te draaien. Dat is nodig omdat de fiets anders niet in de doos past.
Zie voor meer info www.travel-light.nl.


Terug per auto
Sommige fietsers laten zich door vrienden of familie per auto ophalen.
Een andere mogelijkheid is een auto huren in Italië bij Avis of Hert, en deze in Nederland weer inleveren. Vanwege de extra kosten voor het inleveren op een andere vestiging is dit een erg dure oplossing.
Houd er rekening mee dat in Italië lading, dus ook een fiets, niet opzij van de auto mag uitsteken. Naar achter uitstekende lading moet voorzien zijn van een reflecterend waarschuwingsbord van 50 x 50 cm met diagnonale rode en witte strepen.
's Nachts is bovendien een rood licht nodig.